(Washington D.C.) – De opkomst van populistische leiders in de Verenigde Staten en Europa betekent een ernstige bedreiging voor de bescherming van basisrechten. En het zet de deur open voor misbruik door autocraten elders in de wereld, aldus Human Rights Watch vandaag tijdens de presentatie van het Wereldrapport 2017.

In Amerika won Donald Trump de presidentsverkiezingen na een campagne die werd gekenmerkt door haat en onverdraagzaamheid. In Europa winnen politieke partijen die de universele rechten verwerpen aan invloed. Dat zet het naoorlogse mensenrechtensysteem op de helling.

Tegelijkertijd gaan autoritaire leiders in Rusland, Turkije, de Filipijnen en China uit van hun eigen macht, en niet langer van een overheid die verantwoording aflegt en van de rechtsstaat, om de welvaart en veiligheid van burgers te waarborgen. Deze trends worden nog versterkt door propagandacampagnes die de rechtsnormen en een op feiten gebaseerde analyse van de hand wijzen. Dat alles vormt een rechtstreekse bedreiging voor wetgeving en instellingen die de menselijke waardigheid, verdraagzaamheid en gelijkheid moeten veiligstellen, aldus Human Rights Watch.

In de 27e editie van het Wereldrapport (687 pagina’s) neemt Human Rights Watch de mensenrechtensituatie in meer dan 90 landen onder de loep. In zijn inleidende essay schrijft directeur Kenneth Roth dat een nieuwe generatie autoritaire populisten erop uit is om het concept van de mensenrechtenbescherming overboord te gooien. Ze behandelen de mensenrechten niet langer als een noodzakelijk instrument om controle uit te oefenen op de macht van de overheid, maar als iets wat de wil van de meerderheid in de weg staat.

“De opkomst van het populisme houdt een ernstige bedreiging van de mensenrechten in”, verklaarde Roth. “Trump en een aantal Europese politici proberen aan de macht te komen door in te spelen op de vatbaarheid van de bevolking voor racisme, xenofobie, vrouwenhaat en nativisme. Allemaal beweren ze dat burgers schendingen van de mensenrechten aanvaardbaar vinden als die nodig blijken te zijn om de werkgelegenheid te verzekeren, de eigen cultuur te beschermen, of terreuraanslagen te voorkomen, terwijl veronachtzaming van mensenrechten juist de kortste weg naar tirannie is.”

Roth haalde de verkiezingscampagne van Trump in de VS aan als schoolvoorbeeld van politieke onverdraagzaamheid. Hij zei dat Trump mensen die ontevreden zijn over hun financiële situatie en over de toenemende multiculturaliteit van de samenleving, voor zich probeerde te winnen met een discours dat haaks staat op basisprincipes zoals menselijke waardigheid en gelijkheid. In zijn campagne was hij kwistig met voorstellen die nefast zouden zijn voor miljoenen mensen, zoals de plannen om over te gaan tot massale deportaties van immigranten, om vrouwenrechten en vrijheid van de media te beknotten, en om foltering toe te laten. Tenzij Trump die voorstellen alsnog van de hand wijst, dreigt zijn regering zich schuldig te maken aan grootschalige schendingen van de mensenrechten in de VS, en zich te onttrekken aan het aloude geloof van beide partijen in een buitenlandbeleid dat uitgaat van mensenrechten, ook al werden die ook in het verleden niet altijd terdege gevrijwaard.

In Europa schoof een vergelijkbare vorm van populisme de schuld van de economische onzekerheden in de schoenen van de migranten. Wellicht was de Brexit-campagne daar het treffendste voorbeeld van, aldus Roth.

In plaats van mensen die op de vlucht zijn voor vervolging, foltering en oorlog tot zondebok uit te roepen, moeten overheden investeren in integratie van immigrantengemeenschappen, zodat deze volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, zei Roth. Bovendien hebben politici de plicht om de haat en onverdraagzaamheid van populisten te veroordelen en zich in te zetten voor onafhankelijke en onpartijdige rechtbanken als verdedigers van kwetsbare minderheden, vervolgde Roth.

Het populisme viert hoogtij en laat de emoties oplaaien. Samenlevingen met een autoritaire leider dreigen daarbij de langetermijngevaren uit het oog te verliezen, zei Roth. In Rusland reageerde Vladimir Poetin in 2011 op de onvrede van de bevolking met een repressieve beleidsagenda. Zo nam hij draconische maatregelen om de vrijheid van meningsuiting en vergadering aan banden te leggen, vaardigde hij nooit eerder geziene sancties uit tegen online dissidenten, en keurde hij wetten goed die onafhankelijke groepen verregaand beperken in hun vrijheid. De Chinese leider Xi Jinping reageerde dan weer op de vertraging van de economische groei met de hardste aanpak van alle vormen van dissidentie sinds het Tiananmen-tijdperk.

In Syrië voert president Bashar al-Assad, met steun van Rusland, Iran en Hezbollah, een op oorlogsmisdaden gebaseerde strategie waarbij burgers in oppositieregio’s worden bestookt en de fundamenteelste oorlogswetten met voeten worden getreden. Ook strijders van de zelfverklaarde Islamitische Staat, of ISIS, hebben er een gewoonte van gemaakt om burgers aan te vallen en gevangenen te executeren, terwijl ze hun aanhangers wereldwijd aanzetten tot het plegen van aanslagen tegen de burgerbevolking.

Meer dan 5 miljoen Syriërs die op de vlucht zijn voor de oorlog moesten in hun zoektocht naar veiligheid afschrikwekkende obstakels overwinnen. Jordanië, Turkije en Libanon vangen miljoenen Syrische vluchtelingen op, maar hebben hun grenzen intussen zogoed als gesloten voor nieuwkomers. De leiders van de Europese Unie slagen er maar niet in om samen de verantwoordelijkheid te nemen voor asielzoekers of om te komen met veilige routes voor vluchtelingen. De Verenigde Staten hebben jarenlang het voortouw genomen bij de hervestiging van vluchtelingen, maar hebben vorig jaar zelf amper 12.000 Syrische vluchtelingen opgenomen. Bovendien dreigt Trump het programma stop te zetten.

In Afrika heeft een verontrustend aantal leiders de beperking van het aantal ambtstermijnen opgeheven of aangepast – de zogenaamde ‘constitutionele coup’ – om aan de macht te kunnen blijven. Andere staatshoofden traden keihard op tegen demonstraties wegens oneerlijk verlopen verkiezingen of een corrupt of roofzuchtig regeringsbeleid. Verschillende Afrikaanse leiders, die vreesden vervolgd te worden, leverden felle kritiek op het Internationaal Strafhof, en drie landen kondigden hun uittreding aan.

Deze wereldwijde aanvallen vragen om een krachtige herbevestiging en verdediging van de waarden op basis van de mensenrechten die het systeem ondersteunen, aldus Roth. Helaas blijven al te veel overheidsfunctionarissen hun kop in het zand steken, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen met het populisme. Anderen proberen de populisten dan weer naar de kroon te steken. Zo hopen ze zich hun discours te kunnen toe-eigenen, maar in plaats daarvan versterken ze hun boodschap alleen maar, zei Roth. Overheden die de mensenrechten naar eigen zeggen hoog in het vaandel dragen, horen die principes veel krachtiger en consequenter te verdedigen, stelde Roth. Dat geldt ook voor de democratieën in Latijns-Amerika, Afrika en Azië die hun steun toezeggen aan algemene initiatieven van de Verenigde Naties, maar zelden zelf het voortouw nemen als specifieke landen in crisis verkeren.

Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid volgens Roth bij de bevolking. Demagogen bouwen hun achterban uit met valse verklaringen en goedkope oplossingen voor problemen. Als tegengif kunnen de kiezers een beleid eisen dat uitgaat van de waarheid en van de waarden waarop een democratie die de rechten respecteert, is gebouwd. Een krachtige reactie vanuit de bevolking, met inzet van alle beschikbare middelen – burgergroepen, politieke partijen, traditionele en sociale media – is de beste bescherming van de waarden die zovelen van ons nog altijd koesteren.

“We vergeten de demagogen uit het verleden, en zo lopen we gevaar: de fascisten, de communisten, en anderen die beweerden het belang van de meerderheid te dienen, maar uiteindelijk het individu verpletterden”, zei Roth. “Wanneer populisten rechten gaan beschouwen als obstakels op de weg naar de uitvoering van de wil van de meerderheid, is het alleen nog een kwestie van tijd voor ze zich gaan keren tegen diegenen die het niet eens zijn met hun agenda.”