Washington, D.C., 15 oktober 2018

mr. Q. Girigorie, Minister van Justitie van Curaçao
drs. K.H. Ollongren, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
drs. S.A. Blok, Minister van Buitenlandse Zaken
drs. R.H. Knops, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Geachte ministers en staatssecretaris,

In naam van Human Rights Watch deel ik u graag de bevindingen mee van ons meest recente rapport omtrent de Venezolaanse emigratie naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied - met inbegrip van Aruba en Curaçao die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden - en wil ik er bij u met alle respect op aandringen om zo snel mogelijk maatregelen te nemen om de fundamentele rechten van Venezolanen in het Koninkrijk te beschermen. Curaçao is één van de landen waar we de meest ernstige gevallen van mensenrechtenschendingen hebben gedocumenteerd van Venezolanen die op de vlucht zijn voor de verwoestende mensenrechten- en humanitaire crisis in hun thuisland.

De Venezolaanse exodus

Ons rapport, “The Venezuelan Exodus: The Need for a Regional Response to an Unprecedented Migration Crisis” geeft weer dat sinds 2014 meer dan 2,3 miljoen Venezolanen hun land ontvlucht zijn, volgens cijfers van de Verenigde Naties.[1] Vele anderen hebben het land verlaten zonder dat ze als dusdanig geregistreerd zijn door de autoriteiten.

Venezolanen ontvluchten hun land om verschillende redenen. Als gevolg van ernstige tekorten aan medicijnen, medisch materiaal en voedsel hebben veel gezinnen amper of geen toegang tot de meest basale gezondheidszorg en slagen ze er nauwelijks in om hun kinderen te eten te geven. De meedogenloze repressie van de overheid heeft geleid tot duizenden willekeurige arrestaties,  honderden vervolgingen van burgers in militaire rechtbanken, en folteringen en andere vormen van mishandeling van gedetineerden. Nog steeds worden mensen willekeurig gearresteerd of worden hun rechten op een andere manier geschonden door de veiligheidstroepen, waarbij ook de inlichtingendiensten zich niet onbetuigd laten. Hierdoor komt een aanzienlijk aantal Venezolanen die hun land ontvlucht zijn waarschijnlijk in aanmerking voor bescherming tegen verplichte repatriëring, conform een aantal internationale standaarden,[2] zoals in bepaalde gevallen onder Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ook de extreem hoge misdaadcijfers en de hyperinflatie bewegen veel mensen ertoe het land te verlaten.

Een aantal Zuid-Amerikaanse overheden heeft grote inspanningen geleverd om Venezolanen op te nemen, ondanks de aanzienlijke uitdagingen. Zo zijn er bijzondere regelingen getroffen waardoor vluchtelingen een wettelijke verblijfsvergunning kunnen krijgen en hebben ze de mogelijkheid om asiel aan te vragen. Dankzij die vergunningen genieten honderdduizenden Venezolanen nu een wettelijke status, waardoor ze zich in het buitenland kunnen vestigen, kunnen werken, en toegang kunnen krijgen tot basisvoorzieningen. Toch blijken Venezolanen soms moeilijkheden te ondervinden om zulke vergunningen toegekend te krijgen: de kosten zijn buitensporig hoog, of ze moeten documenten voorleggen die ze niet mee hebben kunnen nemen uit Venezuela en niet kunnen aanvragen vanuit het buitenland.

In het Caribisch gebied, waar verschillende regeringen nauwe banden hebben met, en economisch afhankelijk zijn van, de Venezolaanse regering, heeft geen enkel land officieel een speciale verblijfsvergunning voor Venezolanen in het leven geroepen. De meeste landen hebben ook geen wetten die de asielprocedure reguleren. De Venezolaanse emigratie heeft een bijzonder grote impact gehad op zuidelijke Caribische eilanden als Trinidad en Tobago, Aruba, en Curaçao, als gevolg van hun geografische nabijheid tot Venezuela en hun beperkte omvang en capaciteit om vluchtelingen op te nemen.

De emigratie van Venezolanen naar Curaçao

In juli 2017 heeft de Curaçaose overheid publiekelijk verklaard de taak van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) over te nemen en voortaan zelf asielzoekers te registreren en asielzoekerscertificaten uit te reiken. Voor zover wij weten heeft de overheid van Curaçao sindsdien echter niet één zo’n certificaat uitgereikt, ook al hebben honderden Venezolanen aangegeven een asielaanvraag te willen indienen.

Human Rights Watch heeft van verschillende bronnen, die anoniem wensen te blijven, geloofwaardige berichten ontvangen dat overheidsinstanties op Curaçao actief invallen uitvoeren op migranten waarbij ze Venezolaanse asielzoekers opgepakt hebben. De Venezolanen zouden ook verbaal en fysiek worden lastiggevallen en voor onbepaalde tijd, en zonder toegang tot juridische bijstand, worden vastgehouden in mensonterende omstandigheden. Diezelfde bronnen geven aan dat de overheid een aantal Venezolanen heeft uitgewezen, ondanks dat ze hadden geprobeerd asiel aan te vragen en ze in aanmerking zouden kunnen komen voor bescherming op basis van Artikel 3 van het EVRM. Bovendien zouden gearresteerde ouders onder druk worden gezet om te vertellen waar hun kinderen zijn, zodat ze samen zouden kunnen worden uitgezet. Deze bronnen gaven ook aan dat Venezolaanse kinderen het recht hebben om in Curaçao naar school te gaan, maar dat er praktische obstakels zijn om zich in te schrijven en sommigen niet naar school durven te gaan omdat de overheid invallen heeft uitgevoerd om kinderen uit de scholen te halen.

Een van de gevallen die in ons rapport aan bod komt, is dat van de 19-jarige Santiago Hernández (pseudoniem) die uit het Venezolaanse leger deserteerde nadat hij getuige was van misdragingen door militairen. Op 17 augustus 2018 ontvluchtte hij Venezuela per boot en zette hij koers naar Curaçao, uit vrees voor represailles omdat hij was gedeserteerd en op de hoogte was van de misdragingen. Diezelfde avond nog pakte de Curaçaose overheid hem op in territoriale wateren, klaarblijkelijk omdat hij het land illegaal zou zijn binnengekomen. Hernández liet de autoriteiten weten dat hij asiel wilde aanvragen, maar hij zei dat ze niet naar hem wilden luisteren en hem hebben opgesloten. Hij zei dat hij in de gevangenis opnieuw asiel probeerde aan te vragen, maar dat de bewakers hem vertelden dat hij maar contact moest opnemen met het Venezolaanse consulaat. Hij slaagde erin ongemerkt een mobiele telefoon te bemachtigen en kon zo een advocaat opbellen. Die diende op 21 augustus namens hem een asielaanvraag in, zoals blijkt uit documenten die Human Rights Watch heeft kunnen inzien. De advocaat kon Human Rights Watch vertellen dat Hernández twee dagen lang is ondervraagd, en dat de immigratiedienst hem op 27 augustus heeft gevraagd een aantal documenten in het Nederlands, een taal die hij niet machtig is, te ondertekenen. Hernández is nog steeds in immigratiedetentie op Curaçao.

Reactie van de overheid

In plaats van de mensenrechtenschendingen die uit ons rapport naar voren komen aan te pakken, stelde de Curaçaose overheid onze methodologie ter discussie en werden onze bevindingen ontkend.

Op 5 september verklaarde de minister van Justitie van Curaçao, Quincy Girigorie, die de hoofdbevoegdheid draagt inzake immigratiekwesties, tegenover de media dat ons rapport “stemmingkwekerij” was en op “onvolledig onderzoek” berustte, en dat we “zogenaamde slachtoffers” hadden geïnterviewd in plaats van de autoriteiten te horen. Hij beweerde dat mensen zonder papieren die terechtstaan in Curaçao toegang hebben tot een advocaat, zij het dat die niet door de overheid beschikbaar wordt gesteld. Bovendien beschuldigde hij gedetineerden ervan te beweren dat ze geen reisdocumenten hebben om zo hun uitzetting te vertragen, en verklaarde hij dat alle immigranten aan controles worden onderworpen, maar dat er op dit moment nu eenmaal meer Venezolanen op Curaçao verblijven.[3]

Zoals het rapport aangeeft, zijn onze bevindingen het resultaat van veldonderzoek aan de Venezolaanse grens met Colombia en Brazilië. We hebben er medewerkers van zowel de overheid als de Verenigde Naties geïnterviewd, net als tientallen Venezolanen die de grens waren overgestoken. Daarnaast is het rapport gebaseerd op aanvullende interviews die Human Rights Watch via de telefoon, e-mail, Skype en berichtendiensten heeft afgenomen van Venezolanen die hun land onlangs ontvlucht zijn. Andere gesprekspartners waren advocaten, experts, en activisten die toezien op de situatie van Venezolaanse immigranten in Zuid-Amerikaanse landen en het Caribisch gebied, met inbegrip van Curaçao. Bovendien hebben we in het kader van dit rapport de officiële publicaties van overheidsinstanties en de UNHCR grondig doorgenomen.

In zijn verklaringen gaat de minister van Justitie niet in op de voornaamste bevindingen van ons rapport, namelijk dat de Curaçaose overheid heeft nagelaten ervoor te zorgen dat Venezolaanse asielzoekers  asiel kunnen aanvragen, dat ze niet willekeurig vastgehouden en gedeporteerd worden, en dat de overheid geen invallen uitvoert waarbij Venezolanen verbaal en fysiek worden lastiggevallen. Op 9 september heeft Amnesty International een rapport gepubliceerd waarin het de schendingen van de rechten van Venezolanen in Curaçao documenteert en tot vergelijkbare conclusies komt als wij in ons rapport.[4]

Op 12 september heeft de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nadrukkelijk verklaard dat Curaçao verantwoordelijk is voor asiel- en migratieaangelegenheden en dat de Nederlandse overheid die verantwoordelijkheid niet zal overnemen.[5] De media hebben ook bericht dat de Nederlandse overheid heeft verklaard dat Curaçao zich houdt aan internationale wetten en verdragen en “de perceptie [betreurt] dat er op Curaçao mensenrechten geschonden worden.”[6]

Deze reactie staat haaks op onze eigen bevindingen en op die van Amnesty International wat betreft de werkelijke toestand op het eiland. Hoewel Curaçao niet gebonden is aan het Vluchtelingenverdrag van 1951 en zijn Protocol uit 1967, is Curaçao als land dat deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden wel gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 3 van dat EVRM verbiedt refoulement als er sprake is van foltering of onmenselijke behandelingen, waaronder in bepaalde gevallen ook het gebrek aan toegang tot levensreddende medische behandelingen valt.[7] Curaçao maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, en wordt daardoor op het internationale toneel vertegenwoordigd door het Koninkrijk der Nederlanden. Het Koninkrijk draagt daarom de verantwoordelijkheid voor schendingen van het EVRM die plaatsvinden op Curaçao. [8] Daaronder vallen ook de deportaties die het EVRM schenden.

Aanbevelingen
Om de schending van de rechten van Venezolanen in Curaçao een halt toe te roepen, is het essentieel dat de Curaçaose en de Nederlandse autoriteiten - die een gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van het EVRM in Curaçao - er op toezien dat Venezolanen toegang hebben tot asiel (door middel van de registratie en toekenning van documenten aan asielzoekers), dat asielzoekers worden doorverwezen naar de UNHCR, dat willekeurige of langdurige detentie van asielzoekers wordt vermeden in de gevallen dat er tot detentie wordt overgegaan (een maatregel die alleen in uiterste gevallen zou moeten worden genomen), dat er alternatieven komen voor de detentie van asielzoekers, en dat internationale organisaties en ngo’s toegang krijgen tot immigratiedetentiecentra om toezicht te kunnen houden op de leefomstandigheden en ervoor te zorgen dat men toegang heeft tot bescherming.

Gezien de omvang en de complexiteit van de Venezolaanse migratie in de regio zouden de Curaçaose autoriteiten en die van andere landen in Caribisch Nederland - samen met autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden - bovendien moeten ijveren voor een collectieve en gecoördineerde reactie van de overheden in de regio op deze situatie. In het bijzonder zouden de overheden in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied moeten overwegen om over te gaan tot de aanname van:

  • een tijdelijk beschermingsregime dat de hele regio bestrijkt en alle Venezolanen voor een bepaalde periode een wettelijke verblijfsstatus toekent, minimaal zolang hun individuele aanvraag tot bescherming loopt, en
  • een regionaal mechanisme dat de kosten van de opvang en de spreiding van gevluchte Venezolanen billijk verdeelt.

Het Koninkrijk der Nederlanden moet erop toezien dat de behandeling van Venezolanen op Curaçao, en in de andere landen en gemeenten van Nederland in de Cariben, voldoet aan zijn internationale verplichtingen, met inbegrip van de non-refoulementbepaling in het EVRM. Het moet Curaçao dringend de bijstand verlenen die noodzakelijk is om die verplichtingen te kunnen naleven. Het uitsluitend verlenen van financiële steun voor detentie op Curaçao, zelfs voor de verbetering van detentieomstandigheden, lost de problemen op het vlak van de mensenrechten niet op - bijvoorbeeld inzake de rechtmatigheid van detentie of het gebrek aan toegang tot asielprocedures, en de onrechtmatige uitzetting van asielzoekers en vluchtelingen. Als Nederland hier in gebreke blijft, kan het verantwoordelijk worden bevonden voor het schenden van het EVRM.

Mocht u aanvullende informatie over deze kwestie willen ontvangen of geïnteresseerd zijn om onze bevindingen persoonlijk te bespreken, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

Hoogachtend,

José Miguel Vivanco

 


[1] Human Rights Watch, “The Venezuelan Exodus: The Need for a Regional Response to an Unprecedented Migration Crisis” (De Venezolaanse exodus: De noodzaak van een regionaal antwoord op een migratiecrisis zonder precedent), 3 september 2018, https://www.hrw.org/report/2018/09/03/venezuelan-exodus/need-regional-response-unprecedented-migration-crisis.

[2] UNHCR, Guidance Note on the Outflow of Venezuelans (Richtsnoer aangaande de uitstroom van Venezolanen), maart 2018, http://www.refworld.org/docid/5a9ff3cc4.html (geraadpleegd op 4 oktober 2018).

[3] Amigoe, “HRW-rapport: ‘Curaçaose autoriteiten intimideren Venezolanen’, 5 september 2018.

[4] “Detained and Deported: Venezuelans denied protection in Curaçao”, 9 september 2018, https://www.amnesty.org/en/documents/eur35/8937/2018/en/ (geraadpleegd op 11 oktober 2018).

[5] Staatssecretaris M.G.J Harbers algemeen overleg vreemdelingen- en asielbeleid, 12 september 2018, https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2017A04498 (geraadpleegd op 11 oktober 2018).

[6]  RTL Nieuws,  ”Kamer schrikt van kritisch Amnesty-rapport over opvang vluchtelingen Curaçao”, 10 september 2018, https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4411831/kamer-schrikt-van-kritisch-rapport-amnesty-over-curacao (geraadpleegd op 11 oktober 2018).

[7] De voorzieningen aangaande non-refoulement maken deel uit van het internationale gewoonterecht en zijn ook opgenomen in andere verdragen, zoals het VN-Verdrag tegen Foltering, die van toepassing zijn op Curaçao.

[8] Zie, bijvoorbeeld, EHRM, Murray v. Nederland, 26 april 2016, http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-162614  (waarin Nederland wettelijk verantwoordelijk werd bevonden voor een schending van Artikel 3 van het EVRM in Curaçao).