Skip to main content

De verdoken geestelijke gezondheidscrisis van Afghanistan

Een man zit in de tuin van een psychiatrische instelling in de stad Herat, april 2014. © 2014 Aref Karimi/AFP/Getty Images
De verdoken geestelijke gezondheidscrisis van Afghanistan.

Samen met zijn zus sloeg hij op de vlucht voor het geweld. Hij droeg haar slappe lichaam over de bergen. De kogels floten hem om de oren. Zijn kleren zaten onder haar bloed.

“We konden haar onmogelijk naar het ziekenhuis brengen, want we moesten ons ook nog om de anderen bekommeren”, vertelde Mirwais me in een tent waarvan het zeil voortdurend open flapperde in de strakke wind. Intussen geselden het stof en het zand het ontheemdenkamp waar hij onderdak heeft gevonden, ten oosten van Herat, de op twee na grootste stad van Afghanistan. “Tegen de tijd dat we de berg over waren, had haar ziel haar verlaten.”

Ze heette Guldastah, wat zoveel betekent als ‘bloemenboeket’. Na amper veertien jaar was ze al verwelkt.

Mirwais, die niet wou dat we zijn echte naam zouden gebruiken, is negenentwintig. Hij is maar een van de vele Afghanen die lijden onder het gewapende conflict dat nu al vier decennia lang woedt in zijn land, maar zijn verhaal zal wellicht nazinderen bij de honderden mensen die vandaag in Amsterdam bijeengekomen zijn ter gelegenheid van de International Conference on Mental Health and Psychosocial Support in Crisis Situations. Die conferentie wil de aandacht vestigen op de behoeften van mensen in noodsituaties op het vlak van geestelijke gezondheid.

De eerste traumatische ervaringen van Mirwais dateren namelijk al van voor de dood van zijn zus. Naar eigen zeggen, verloor de landbouwer uit de provincie Faryab in nog geen twee jaar tijd de meeste van zijn dieren als gevolg van de aanhoudende droogte en moest hij meer dan twintig keer op de vlucht slaan voor de gevechten tussen de taliban en de Afghaanse regeringstroepen. Tijdens een van die ondernemingen is Guldastah overleden.

Een paar weken na haar dood begon Mirwais last te krijgen van flashbacks en woede-uitbarstingen. “Ik had hoofdpijn en ik was boos op mijn familie,” vertelde hij. “Vooral wanneer er veel lawaai om me heen is, loopt het fout. Als mijn kinderen naast me staan, sla ik hen.”

Mirwais vertelde me dat wie zijn gezin slaat geen eerbaar man is, en dat hij daarom hulp heeft gezocht. Afghanistan is verwoest door het geweld. Uit schattingen blijkt dat de helft van de bevolking aan depressie en angststoornissen lijdt of symptomen van posttraumatische stress vertoont. Dat alles kan een rampzalige impact hebben op hun geestelijke gezondheid en op het welzijn van hun familie en vrienden. Jaarlijks spendeert de overheid 7 dollar per hoofd van de bevolking aan de gezondheidszorg, maar slechts 0,26 dollar daarvan gaat naar de geestelijke gezondheidszorg.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zou de uitbouw van een degelijk geestelijke gezondheidszorgsysteem in arme landen zoals Afghanistan een investering vergen van 3 tot 4 dollar per hoofd van de bevolking. Internationale donateurs hebben fors geïnvesteerd in de gezondheidszorg, maar hun focus lag tot nog toe vooral op de fysieke, en niet op de geestelijke gezondheid.

Toen Mirwais voor het eerst een dokter opzocht, verging het hem zoals veel Afghanen met mentale klachten: hij kreeg geen psychosociale hulp aangeboden, maar vernam dat hij een maagprobleem had. De medicijnen die hij voorgeschreven kreeg, haalden uiteraard niets uit.

In april 2019 ben ik voor Human Rights Watch naar Afghanistan afgereisd. Ik heb er in Kaboel, Kandahar en Herat 21 mensen geïnterviewd die psychologische klachten hadden gekregen nadat ze rechtstreeks waren blootgesteld aan conflictgerelateerd geweld, zoals zelfmoordaanslagen, luchtbombardementen, grondgevechten, en ontploffingen van niet-geëxplodeerde munitie. Dertien van hen hadden weinig tot geen psychosociale hulp gekregen van de openbare gezondheidszorgdiensten. Negen van hen zeiden dat ze niet eens van het bestaan van openbare geestelijke gezondheidszorgdiensten af wisten.

Mirwais heeft zijn hele hebben en houden achtergelaten om te ontsnappen aan de droogte en de gevechten. In het ontheemdenkamp waar hij verblijft, kan hij in beperkte mate terecht bij de psychosociale hulpverlener die een niet-gouvernementele organisatie hem heeft toegewezen. Maar veel Afghanen kunnen alleen maar dromen van psychosociale ondersteuning. Voor vrouwen en meisjes is de drempel nog hoger.

De Afgelopen 15 jaar heeft de overheid om en nabij de 750 psychosociale hulpverleners opgeleid die geestelijke basisgezondheidszorg kunnen toedienen en mensen kunnen doorverwijzen. Toch maakt nog geen tien percent van de bevolking gebruik van deze diensten. En wie er wel een beroep op doet, kan ten prooi vallen aan misbruik, zoals gedwongen ziekenhuisopnames en dito behandelingen.

Afghanen die kampen met geestelijke gezondheidsproblemen vinden niet zo gauw de weg naar de hulpverlening. De grootste obstakels zijn van individuele, culturele en structurele aard, en gaan van een povere kennis op het vlak van gezondheid en van de beschikbare diensten tot armoede, sociale uitsluiting, stigmatisering, genderdiscriminatie en het aanhoudende conflict. Maar de overheid kan en moet grotere inspanningen leveren om de geestelijke gezondheidszorgdiensten toegankelijker te maken en om te verzekeren dat die diensten alomvattend zijn en zonder dwang werken. Een betere toegang tot de gezondheidszorg mag evenwel niet betekenen dat er nog meer pillen worden uitgedeeld.

In de eerste plaats zou de Afghaanse overheid bewustmakingscampagnes moeten voeren om de mensen voor te lichten over geestelijke gezondheid, het stigma te doorbreken en de aandacht te vestigen op de beschikbare diensten. Ze dient erop toe te zien dat de gezondheidswerkers de mensen proactief doorverwijzen naar de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en daarbij extra aandacht besteden aan de behoeften van vrouwen en kinderen. Daarnaast moet ze de psychosociale hulpverlening ook goedkoper proberen te maken, bijvoorbeeld door counseling op afstand via de telefoon aan te bieden.

De internationale donateurs van Afghanistan, van wie velen vandaag in Amsterdam bijeenkomen, moeten blijven ijveren voor een opwaardering van het geestelijke gezondheidszorgsysteem via technische bijstand en een sterkere ondersteuning. Hun focus moet liggen op een langere opleiding van de medische en psychosociale hulpverleners, ze moeten ijveren voor de volledige integratie van de counseling-psychologie in de universitaire curricula, en ze moeten de overheid ertoe aanzetten om, vooral in de landelijke gebieden, meer psychosociale hulpverleners blijvend in te zetten.

“Iedereen, van de president tot de gewone man of vrouw, erkent dat de geestelijke gezondheid een probleem is in Afghanistan”, vertelde een Afghaanse geestelijke gezondheidswerker me. Het is een schande dat het budget zo klein is.”

Dat gebrek aan middelen heeft een zichtbare impact op mensen zoals Mirwais, hun familie en de Afghaanse samenleving. Maar het ontslaat de overheid niet van haar verplichting om te voorzien in toereikende geestelijke gezondheidszorg, en al helemaal niet wanneer internationale donateurs hun hulp aanbieden. En die hulp is broodnodig.

De toegang tot psychosociale ondersteuning en geestelijke gezondheidszorgdiensten is een fundamenteel mensenrecht.

Your tax deductible gift can help stop human rights violations and save lives around the world.

Region / Country