Als gastheer van een internationale conferentie die volgende week plaatsvindt, speelt de Nederlandse overheid een voortrekkersrol in de strijd tegen kinderarbeid. Volgens Human Rights Watch dient de regering echter ook bindende internationale normen ter bescherming van huishoudelijk personeel te steunen. Wereldwijd zijn meer meisjes werkzaam in de huishouding dan in iedere andere vorm van kinderarbeid.

Op de Global Child Labor Conference in Den Haag, die op 10 mei 2010 van start gaat, komen meer dan 80 regeringen bijeen om te streven naar verbintenissen om in 2016 een eind te maken aan de ergste vormen van kinderarbeid. Wereldwijd werken de meeste kinderen in de zogenoemde ‘informele sector', met name in de huishouding en in de landbouw.

"De Nederlandse overheid toont zich een groot leider door deze conferentie te organiseren", aldus Jo Becker, directeur kinderrechtenbescherming bij Human Rights Watch. "Het stelt ons echter teleur dat de regering geen betere bescherming van kinderen als huishoudelijk personeel steunt, terwijl die kinderen tot de meest uitgebuite en misbruikte arbeiders ter wereld behoren."

In juni zullen leden van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) beginnen met overleg in Genève over nieuwe wereldwijde normen voor huishoudelijk personeel. Uit een onderzoek van de ILO van vorig jaar onder 90 regeringen bleek dat tweederde een wettelijk bindend verdrag voor huishoudelijk personeel steunt. De Nederlandse regering hoorde echter bij de minderheid die voor een niet wettelijk bindend instrument was. Voor de goedkeuring van een nieuw verdrag is een tweederde meerderheid nodig.


Tientallen miljoenen vrouwen en meisjes werken als hulp in de huishouding. In sommige landen vormen zij 10 procent van de totale arbeidspopulatie. Meisjes gaan vaak als huishoudelijk hulp werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen, of omdat de kosten voor onderwijs te hoog worden om nog langer naar school te gaan.

Uit onderzoek van Human Rights Watch blijkt dat kinderen als huishoudelijk personeel vaak meer dan 12 uur per dag werken en weinig pauzes krijgen. Onzichtbaar in particuliere huishoudens worden zij onderworpen aan een schokkend scala aan misbruik, waaronder fysiek en seksueel geweld. Sommige kinderen worden opgesloten in het huis van hun werkgevers en mogen geen contact hebben met hun familie. Velen mogen ook niet naar school.


Er zijn op dit moment geen internationale arbeidsconventies die specifiek betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden van huishoudelijk personeel. Nationale wetten sluiten huishoudelijke krachten vaak uit van belangrijke vormen van arbeidsbescherming, waardoor ze geen recht hebben op minimumloon, rustdagen of jaarlijks verlof.

"Het Nederlandse leiderschap op deze conferentie wordt helaas ondermijnd door het feit dat de overheid de sterkst mogelijke normen voor een van de meest kwetsbare groepen kinderarbeiders niet steunt", aldus Becker. "We hopen dat de regering haar standpunt wijzigt."

Op 9 mei komen deskundigen op het gebied van kinderen als hulp in de huishouding in Den Haag aan het woord, zoals Lilibeth Masamloc. Zij begon op 13-jarige leeftijd met werken als hulp in de huishouding in de Filippijnen. Masamloc moest vaak van 4 uur ‘s ochtends tot 10 of 11 uur ‘s avonds werken en verdiende minder dan 20 dollar per maand.

"Elke keer als ik mijn werk niet goed had gedaan, werd ik verbaal en psychisch misbruikt", aldus Masamloc, die nu 22 jaar oud is en als advocaat werkt voor huishoudelijk personeel. "Er zijn momenten geweest dat ik eruit wilde stappen door zelfmoord te plegen. Mijn werkgevers respecteerden mij niet als mens en schonden mijn waardigheid."

Human Rights Watch roept alle leden van de Internationale Arbeidsorganisatie op een bindend verdrag over huishoudelijk werk te steunen, waarin specifieke beschermingsbepalingen zijn opgenomen voor kinderen. Het verdrag dient in het bijzonder:

  • huishoudelijk werk onder de 15 jaar te verbieden;
  • ervoor te zorgen dat de arbeidsuren van kinderen tussen 15-17 jaar die als hulp in de huishouding werken worden beperkt, zodat zij voldoende rust en vrije tijd krijgen, naar school kunnen gaan en contact kunnen hebben met hun familie;
  • ervoor te zorgen dat alle huishoudelijke hulpen, met inbegrip van kinderen, gelijke rechten hebben op een minimuminkomen, dagelijkse en wekelijkse rustperioden, jaarlijks verlof en andere vormen van arbeidsbescherming;
  • effectieve mechanismen te vereisen om toezicht te houden op het welzijn van kinderen die in de huishouding werken en om kinderen die minderjarig zijn of misbruikt worden bij het gezin weg te halen.

"Een solide, bindend ILO-verdrag inzake huishoudelijk personeel zou bijdragen aan het verbeteren van de levenskwaliteit van miljoenen meisjes over de hele wereld", aldus Becker. "Alle overheden dienen dit te steunen."

Om te worden aangenomen, heeft een nieuw ILO-verdrag de steun nodig van tweederde van de ILO-leden. Overheden die het nieuwe verdrag ratificeren, dienen daarna hun nationale wetten en bepalingen aan te passen, zodat ze overeenstemmen met de in het verdrag overeengekomen normen.