De aanhouding en de daaropvolgende opsluiting van tien mensenrechtenverdedigers door de Turkse autoriteiten vervullen ons met verbijstering en ontzetting. De activisten dreigen nu vervolgd te worden wegens lidmaatschap van een ‘gewapende terroristische organisatie’ omdat ze vreedzaam opkomen voor mensenrechten.

De arrestaties vormen een aanval op zes van de belangrijkste ngo’s in het land. Ze zijn niet alleen een mokerslag voor het Turkse maatschappelijk middenveld, dat zo al onder vuur lag, maar ook een onheilspellende indicator van de koers die Turkije tegenwoordig vaart.

De ’10 van Istanbul’ zijn Veli Acu, Özlem Dalkıran, İdil Eser, Nalan Erkem, Günal Kurşun, Şeymus Özbekli, Nejat Taştan, İlknur Üstün (Turkse staatsburgers), Ali Gharavi (Zweedse nationaliteit) en Peter Steudtner (een Duitse onderdaan). De arrestatie van İdil Eser, directeur van Amnesty International Turkije, volgt een maand na de aanhouding van Taner Kılıç, de voorzitter van de organisatie. Dat is een trieste primeur: voor het eerst zitten een directeur en een voorzitter van Amnesty International tegelijkertijd in hetzelfde land in de cel. We roepen de Turkse overheid op om alle tien de arrestanten onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten.

Een jaar geleden eiste een gewelddadige poging tot staatsgreep 249 mensenlevens. De dodelijke en gewonde slachtoffers van de coupplegers verdienen alle respect, en verdachten moeten voor de rechter worden gebracht.

Het optreden van de Turkse autoriteiten na de mislukte staatsgreep is echter ongekend en meedogenloos. Meer dan 100.000 ambtenaren werden ontslagen, tienduizenden mensen zijn willekeurig opgepakt, honderden journalisten belandden achter de tralies, en honderden mediakanalen en ngo’s werd het zwijgen opgelegd.

Dat maakt deel uit van een onrustwekkende en groeiende wereldwijde trend. In 2016 werden in minstens 22 landen mensen vermoord die vreedzaam opkwamen voor de mensenrechten. In 68 landen werden ze gearresteerd of opgesloten. Diegenen die alle debat onmogelijk willen maken en kritische geluiden het zwijgen willen opleggen, raken er steeds meer van overtuigd dat ze de bovenhand hebben.

Alles hangt nu af van de reactie van wereldleiders. Op de G20-top drukte een aantal van hen al hun bezorgdheid uit over de toestand. Dat is lovenswaardig, maar incidentele kritiek volstaat niet. Het is de hoogste tijd dat wereldleiders krachtdadig en vastberaden optreden. Ze moeten een lans breken voor mensenrechten, de menselijke waardigheid en de gerechtigheid. Bovendien horen ze ook de nadruk te leggen op de noodzaak aan een sterk en bloeiend maatschappelijk middenveld. Want zij zijn de hoeders van die waarden, niet alleen in Turkije, maar waar ook ter wereld.

Getekend,

Salil Shetty, secretaris-generaal, Amnesty International

Ricken Patel, voorzitter, Avaaz

Ken Roth, uitvoerend directeur, Human Rights Watch

Sharan Burrow, algemeen secretaris, International Trade Union Confederation

Robin Hodess, onderzoeksdirecteur, Transparency International