Iets meer dan een jaar na de invoering van een Europees plan om tot 160.000 asielzoekers, die in hun eerste land van aankomst in de Europese unie (EU) vastzitten, te laten doorreizen naar andere Europese landen, valt het bilan behoorlijk mager uit. Niet alleen werd de initiële doelstelling met meer dan een derde teruggeschroefd, ook werden in de praktijk slechts 8.099 asielzoekers van Griekenland en Italië naar andere opvanglanden overgebracht. Daarmee boekt heel Europa een pover resultaat. En België is mee verantwoordelijk. De regering van Charles Michel moet zich ertoe verbinden om haar achterstand ter zake snel in te halen.

Het plan voor de hervestiging van de asielzoekers van Griekenland en Italië in andere Europese lidstaten was een van de belangrijkste antwoorden op de politieke en humanitaire crisis die Europa doormaakt. De tijd begint stilaan te dringen. Meer dan 66.000 asielzoekers zitten in Griekenland vast in een onhoudbare situatie. De meeste van hen sloegen op de vlucht voor de oorlog en vervolging.

Heel wat gezinnen zien zich veroordeeld tot een maandenlang verblijf in overbevolkte kampen. Zowel op het Europese vasteland als op de eilanden in de Egeïsche Zee leven ze in erbarmelijke omstandigheden. Vrouwen en kinderen genieten geen enkele bescherming, de moedeloosheid is er haast tastbaar. Een Afghaanse tiener, die op het eiland Chios pendelt tussen de kampen van Vial en Souda, is de wanhoop nabij. Tegenover een team van Human Rights Watch vatte hij zijn situatie als volgt samen: ‘Verspil jullie tijd niet, voor ons zal er toch niets veranderen.’

Hoewel de winter voor de deur staat, lijken de Europese leiders niet gehaast om met een oplossing te komen die een afdoend antwoord biedt op de toestroom van 2015-2016. Een snelle uitvoering van het spreidingsplan had niet alleen de druk op de belangrijkste landen van eerste aankomst in de EU kunnen verlagen, maar had ook het leed van de asielzoekers kunnen verzachten.

Maar voorlopig blijft de uitvoering van het plan dode letter. Amper 5 % van de doelstelling van september 2015 is verwezenlijkt, en daartoe hebben slechts enkele Europese lidstaten, aarzelend en angstvallig, bijgedragen. Frankrijk heeft in zijn eentje meer dan een derde van de hervestigde asielzoekers opgevangen. Andere landen, zoals Finland, Nederland en Portugal, maar vooral de kleinste EU-landen, zoals Malta, Luxemburg en Cyprus, hebben een lovenswaardige inspanning gedaan. En dan zijn er nog de lidstaten die zich openlijk vijandig opstellen tegenover de vluchtelingen. Die landen, zoals Slowakije, de huidige voorzitter van de EU, het Hongarije van Viktor Orban, en Polen willen het hele systeem simpelweg begraven.

In dat tempo zou de hervestiging van alleen nog maar de Syrische vluchtelingen die momenteel in Griekenland verblijven al minstens twee jaar in beslag nemen.

En België?

België is een van de hekkensluiters.

In meer dan een jaar tijd heeft België amper 206 van de 3.812 voorziene asielzoekers uit Griekenland en Italië opgevangen. Daarmee blijft het onder het Europese gemiddelde, samen met landen als Spanje en Roemenië. Ook Duitsland, dat in 2015 nochtans massaal vluchtelingen opving, bevindt zich in die staartgroep wat betreft de hervestiging van mensen die vastzitten in Griekenland en Italië. Duitsland heeft een paar weken geleden evenwel aangekondigd dat het enkele honderden mensen wil opvangen in het kader van dit programma. Voor de landen van bestemming blijft het aantal op te vangen personen beperkt, maar voor de betrokken vluchtelingen had het plan een wereld van verschil kunnen uitmaken.

De Belgische leiders gaven enkele maanden geleden uitleg bij hun scepsis over de traagheid waarmee de Griekse en Italiaanse overheden volledige dossiers voorleggen. Vandaag houdt dat argument niet langer steek, getuige de bereidheid en de daadkracht van andere landen. Duizenden volledige dossiers, alleen al uit Griekenland, wachten op behandeling.

In een Europa waarin het populisme terrein wint en de vluchtelingen steeds meer worden gedemoniseerd, moet België, als gastland van de belangrijkste Europese instellingen, partij kiezen. Kiest het de kant van de landen die zich verzetten tegen een gezamenlijk Europees antwoord op de vluchtelingencrisis? Of schaart het zich daarentegen achter de groep landen die meer solidariteit en zin voor collectieve verantwoordelijkheid aan den dag willen leggen? In oktober bogen de regeringsleiders van de Beneluxlanden zich in Schengen over de vluchtelingencrisis. Ze spraken zich toen samen uit voor een ‘onvoorwaardelijke solidariteit en de uitvoering van aangenomen beslissingen’. Toch blijft de bijdrage van België ver onder die van zijn twee regiopartners.

Als de regering van Charles Michel een gemeenschappelijk Europees antwoord op deze uitdaging kans op slagen wil geven, mag ze zich niet langer afzijdig houden. Er is nog tijd om voor het einde van het jaar een ambitieuze, duidelijke en met cijfers onderbouwde doelstelling voor de spreiding van de vluchtelingen vast te leggen, en om de duizenden gezinnen die vastzitten in Griekenland en Italië weer een sprankeltje hoop te geven.

Philippe Dam is directeur belangenbehartiging van de afdeling Europa en Centraal-Azië voor Human Rights Watch