Bruno Stagno-Ugarte, Deputy Executive Director, Human Rights Watch
Freedom from Fear toespraak
21 april 2016, Vredespaleis Den Haag, Nederland

Koninklijke Hoogheid,
Geachte laureaten,
Leden van het Franklin and Eleanor Roosevelt Institute en de Roosevelt Foundation,
Beste gasten,

“Mijn moeder was zo bang dat ze van de weeromstuit een tweeling kreeg: ze kreeg mij en ze kreeg ´angst´ erbij.” Dit is hoe Thomas Hobbes zijn geboorte beschreef, aan de vooravond van de invasie van Engeland door de Spaanse Armada in 1588.

Angst die door de mens is gecreëerd en die is bedoeld om anderen schrik aan te jagen, te verlammen of te vermorzelen om macht te verkrijgen of te behouden dateert al van vóór Hobbes en bestaat helaas vandaag de dag nog steeds. Er zijn vele soorten angst: angst om gedood, gemarteld, verkracht, of lastiggevallen te worden, angst om ontheemd te raken of gevangen te worden gezet... angst kan vele vormen aannemen. Van een politiek van angst, waarbij angst wordt gebruikt als politiek instrument om aan maatschappelijke verdraagzaamheidsnormen te tornen, tot het gebruik van angst als beleidsinstrument om veel ergere doelen te verwezenlijken.

Achter vele mensenrechtenontwikkelingen van deze tijd zit angst. De angst om gedood of verminkt te worden in Syrië, Somalië, Afghanistan of Zuid-Soedan, of de angst om gevangen genomen of gemarteld te worden in Eritrea of Libië heeft miljoenen mensen uit hun huizen verdreven. Uit angst voor wat een grote instroom van vluchtelingen kan betekenen voor hun samenlevingen, hebben veel regeringen in Europa en elders hun grenzen gesloten en beleid geformuleerd dat voorbijgaat aan belangen van buurlanden en onverenigbaar is met solidariteit en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De angst voor meer terroristische aanslagen heeft vele overheden doen besluiten zich aan te sluiten bij de buitensporige acties van de Verenigde Staten na de aanslagen van 11 september 2001, waarbij veel politici moslims of vluchtelingen als zondebok aanwijzen. De angst om verantwoording te moeten afleggen heeft vele despoten ertoe aangezet hun maatschappijen onder druk te zetten om politieke tegengeluiden en sociale protesten tegen repressief beleid of corruptie de kop in te drukken.

Deze tendensen vormen een dubbele bedreiging voor fundamentele vrijheden. Allereerst de enorme bedreiging van een groot aantal overheden die, als gevolg van de vluchtelingencrisis en het besluit van Islamitische Staat om zijn terreur voorbij het Midden-Oosten en Afrika te verspreiden, rechten en vrijheden inperken. Ten tweede de minder zichtbare dreiging van een nog niet eerder vertoonde, wereldwijde inperking van het maatschappelijk middenveld om te voorkomen dat mensen gezamenlijk optrekken om fundamentele vrijheden op te eisen en uit te oefenen.

Eerst iets over de eerste dreiging.

De geschatte één miljoen asielzoekers die het afgelopen jaar over zee naar Europa zijn gevlucht, horen bij de meer dan 60 miljoen mensen die momenteel ontheemd zijn als gevolg van een militair conflict of tirannie, het hoogste aantal sinds de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste oorzaak hiervan is op dit moment de bloedige oorlog in Syrië, deels veroorzaakt door de wreedheden die worden begaan door IS en andere gewapende groepen, maar vooral door de regering van Bashar al-Assad, die zonder onderscheid des persoons de burgerbevolking aanvalt in gebieden die in handen zijn van de oppositie. Zo'n 4 miljoen Syrische vluchtelingen zijn in eerste instantie naar buurlanden gevlucht: meer dan 2 miljoen naar Turkije en 1 miljoen naar Libanon, waar zij nu bijna een kwart van de bevolking uitmaken. 

De 1 miljoen vluchtelingen die het afgelopen jaar in Europa zijn aangekomen vormen slechts een fractie van het aantal inwoners van de Europese landen waar zij naartoe reizen, namelijk 0,2 procent van de totale EU-bevolking, indien de hervestiging daadwerkelijk plaatsvindt. Het is dan ook meer een politieke dan een feitelijke crisis.

In plaats van feiten en mensenrechten aan de kant te schuiven om in te spelen op populistische of nationalistische sentimenten en een pion te worden van machtspolitiek, zouden Europese politici juist de nadruk moeten leggen op rechten en het gezonde verstand, teneinde het debat met de juiste informatie te voeden in plaats van het te laten oplaaien. De Europese fixatie op de nieuwe vluchtelingen als mogelijke terroristische dreiging vormt in feite een zeer gevaarlijke afleiding van het gewelddadige extremisme dat in Europa zelf is ontstaan. Laten we niet vergeten dat de meeste daders van de aanslagen in Parijs en Brussel EU-burgers waren. Toch hoor je in het publieke debat vooral over haat en angst voor moslims, aan wie de vluchtelingen gelijk worden gesteld. Deze boodschappen moeten worden weersproken. Simpelweg omdat ze niet kloppen.

Bovendien mogen EU-politici hun eigen geschiedenis niet vergeten.

Degenen die aan de donkere kant van het IJzeren Gordijn zijn opgegroeid – ofwel in Hongarije in 1956, Tsjecho-Slowakije in 1968, Polen in 1981 of geheel Oost-Europa tot 1989, ofwel onder de dictaturen van Griekenland, Portugal of Spanje in de jaren ’60 en ‘70, zouden zich moeten herinneren dat zij in moeilijke tijden met open armen werden ontvangen, niet met hekken en grenssluitingen. Zij werden omarmd als slachtoffers die verloren vrijheden opeisten, niet afgewezen omdat men bang was dat ze communisten, fascisten, onruststokers of infiltranten waren.

Degenen die aan de lichtere kant van het IJzeren Gordijn zijn opgegroeid, zouden erbij moeten stilstaan dat de EU een project is van vrede en verdraagzaamheid dat voortvloeide uit de wreedheden en de lessen die zijn getrokken uit twee traumatische oorlogen en intolerante ideologieën. Het is onverteerbaar dat een project met de omvang en reikwijdte van de EU niet in staat is om vluchtelingen die op dit moment in kampen zitten in Jordanië, Libanon of Turkije, op redelijke en veilige wijze te hervestigen en slechts zwicht voor angst en haar kernwaarden de rug toekeert.

De recente deal tussen de EU en Turkije is hier een goed voorbeeld van.

De Griekse eilanden die tegenover Turkije liggen, begonnen eerst te fungeren als opvang- en registratiecentra voor de honderdduizenden die sinds begin 2015 op die eilanden waren aangekomen. Toen de EU-Turkije deal op 20 maart van kracht werd, werden het opeens detentiecentra. Het morele en juridische aanzien van de EU heeft een ernstige en beschamende knauw gekregen door deze waardeloze deal, die gebaseerd is op een onmenselijke één-op-één vluchtelingenruil met Turkije. De EU heeft een snelle deporatie van asielzoekers en vluchtelingen naar Turkije geregeld, maar schendt daarbij op schaamteloze wijze zowel EU-wetgeving als internationaal recht. Zij doet net alsof Turkije een veilig land is, terwijl Turkije geen doeltreffende bescherming biedt voor niet-Europeanen, vluchtelingen herhaaldelijk heeft teruggestuurd naar conflictgebieden, en de grenzen heeft gesloten voor mensen die proberen deze gebieden te ontvluchten.

En laten we maar niet eens denken aan wat er overblijft van het morele en juridische aanzien van de EU als zij een vergelijkbare deal met Libië zou sluiten. Hoewel zo'n overeenkomst een totale aanfluiting van wettelijkheid en realiteit zou betekenen, lijkt men daar toch mee bezig te zijn.

Terwijl het Westen zich druk maakt over het verband tussen vluchtelingen en terrorisme, zijn politieke en economische druk voor autoritaire regeringen een reden om bezorgd te zijn over de combinatie maatschappelijk middenveld en sociale media. Dit brengt mij bij de tweede dreiging.

Wanneer leiders met name geïnteresseerd zijn in het verrijken van zichzelf, hun families of hun handlangers, is een mondige samenleving die in staat is om corruptie of repressie door de overheid te onderzoeken, aan de kaak te stellen en te bestrijden wel het laatste wat ze willen. Door de politieke en maatschappelijke ruimte waarin het maatschappelijk middenveld opereert in te dammen, proberen autocraten pogingen om hun alleenheerschappij te bekritiseren in de kiem te smoren. Aangezien repressieve overheden van elkaar leren, hun technieken verfijnen en lessen met elkaar delen, hebben ze het maatschappelijk middenveld een van de grootste slagen van de afgelopen decennia toegebracht, van Hongarije tot Turkije en van Rusland tot Kenia. Via verkapte of openlijke onderdrukking, wetgeving of financiële beperkingen proberen ze de teloorgang van het maatschappelijk middenveld te forceren en de samenleving terug te brengen naar haar meest basale en ingetogen vorm.

Het is nog lang niet duidelijk wie als winnaar uit de bus zal komen in dit duel tussen de ongehinderde en onbetwiste heerschappij van dergelijke alleenheersers en de roep vanuit de samenleving om een verantwoordelijke overheid. Maar als al die overheden die zichzelf prijzen voor het beschermen van mensenrechten zich niet opnieuw sterk maken voor de onvervreemdbaarheid en universaliteit van fundamentele vrijheden, zouden het wel eens de autocraten kunnen zijn.

Helaas hebben te veel regeringen in het Westen en daarbuiten de rol van mensenrechten in hun buitenlandbeleid verkleind of zelfs volledig geschrapt, en zijn ze omwille van stabiliteit en veiligheid hedendaagse duivelspacten aangegaan met diezelfde alleenheersers die het maatschappelijk middenveld monddood maken. Ze vergeten daarbij dat mensenrechtenschendingen een belangrijke rol hebben gespeeld bij het veroorzaken en verergeren van de meeste crises waar de internationale gemeenschap momenteel mee kampt, met inbegrip van de vluchtelingencrisis. Ze vergeten ook dat mensenrechten als kompas moeten fungeren voor politieke actie bij het opnieuw opbouwen van een morele structuur die de basis vormt van een maatschappelijke en politieke orde.

Gezien de problemen waar de wereld momenteel mee kampt, is het oplossen van deze twee dreigingen allesbehalve makkelijk. Maar de strijd tegen angst of de wijsheid die is verankerd in internationale mensenrechtenwetgeving opgeven is hoe dan ook geen optie. Nu de wereldgemeenschap steeds meer verbonden raakt, beperken bedreigingen van fundamentele vrijheden en mensenrechten zich zelden tot één land. De kans dat mensen elders een veilige haven zoeken, dichtbij of ver weg van hun eigen land, is niet alleen aanwezig, maar vrij groot. Om ernstiger problemen te voorkomen, moeten we schendingen van fundamentele vrijheden indammen en bestrijden, zodra de eerste waarschuwingssignalen er zijn.

Het is hoog tijd dat we ons opnieuw scharen achter internationale mensenrechtenverdragen en die ene angst waarvoor geen uitzondering mag gelden nieuw leven inblazen; namelijk de angst voor het afleggen van verantwoording. De beste oplossing voor de twee dreigingen die ik heb genoemd is namelijk inzetten op het afleggen van verantwoording en de twee zaken die dit kunnen bevorderen: afschrikking en gerechtigheid.

Maar de internationale steun hiervoor is selectief en verre van unaniem. Doordat niet altijd zeker is of rechtspleging zal plaatsvinden, wordt afbreuk gedaan aan het afschrikwekkende effect.

Er is geen betere plek om over verantwoording te spreken dan hier, in Den Haag. Als zetel van het Internationaal Gerechtshof, de internationale tribunalen voor voormalig Joegoslavië en Rwanda en het Internationaal Strafhof moet de geest van Den Haag overal worden gevoeld; geen enkel deel van de wereld mag onaangeroerd blijven. We moeten ons streven naar het afleggen van verantwoording versterken, zodat de lange arm van justitie zijn rechtmatige plek kan opeisen om zowel afschrikwekkend te zijn en om voor gerechtigheid te zorgen wanneer overheden niet bereid of in staat zijn fundamentele vrijheden en mensenrechten van burgers te beschermen.

Vele misstanden zijn het gevolg van angst. Laten wij ons niet laten leiden door angst. Laten we geen strobreed toegeven aan straffeloosheid. Laten we de geest van Den Haag en het afleggen van verantwoording niet op het spel zetten.

Dank u.