Nina Nikolayevna verloor afgelopen zomer haar school in het oosten van Oekraine. Ze was hoofd van een school die werd geraakt door artillerievuur tijdens gevechten.

Martha (13 jaar) uit Zuid Sudan moest haar dorp ontvluchten in verband met het gewapende conflict in haar land. Toen ze na twee jaar eindelijk terug kon naar haar dorp, wilde ze niets lieven dan weer naar school gaan. Maar haar school werd door soldaten gebruikt om er te eten, te slapen en te drinken.

Hassan uit Nigeria kan niet meer lopen sinds Boko Haram een aanval uitvoerde op het terrein van zijn school. Zijn vader moest hem dragen tot hij eindelijk een rolstoel kreeg. 
Wereldwijd zien we het probleem van kinderen die geen toegang hebben tot onderwijs omdat hun scholen door militairen gebruikt worden als barak, als trainingscentrum of als gevangenis. Of omdat hun scholen zijn aangevallen tijdens een conflict en daardoor niet meer gebruikt kunnen worden. We weten allemaal hoe belangrijk onderwijs is, en dat alle kinderen recht hebben op educatie. Maar het is minder bekend dat leerlingen, leraren en scholen regelmatig slachtoffer zijn in oorlog en conflict. Wanneer militairen een school bezetten, dan kan het een legitiem militair doelwit worden. Bij een aanval kunnen studenten en leraren gewond raken en kan de school onbruikbaar worden. En het kan dan heel lang duren voordat er weer iemand naar school kan.

Militair Gebruik van Scholen Brengt Kinderen in Gevaar

Human Rights Watch heeft de krachten gebundeld in een coalitie met andere NGO’s om het recht op onderwijs te beschermen, ook tijdens gewapende conflicten. Samen willen we scholen, studenten en onderwijzers beschermen. Nederland heeft zich een gidsland getoond op dit onderwerp door de Veilige Scholen Verklaring te omarmen, evenals de bijbehorende Richtlijnen. Deze internationale richtlijnen roepen partijen in gewapende conflicten op om scholen, docenten en leerlingen te beschermen.

Nederland was zeer betrokken bij het opstellen van de Richtlijnen en is een van de  51 landen die zich nu gecommiteerd hebben aan het volgen daarvan. Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken zegde vorig jaar toe dat Nederland de richtlijnen blijft steunen en zal implementeren. Een dergelijke voortrekkersrol past Nederland, dat zich graag positioneert als een land met een traditie op het gebied van internationaal recht en als voorloper als het gaat om de bescherming van burgers in gewapende conflicten. Nederland kan het eerste land van de Europese Unie zijn dat de richtlijnen implementeert.

Nu is het aan het ministerie van Defensie om verslag te doen van de stappen die zijn gezet om de richtlijnen te volgen en om best practices te delen met andere landen. Een leiderschapsrol op dit onderwerp past Nederland, nu het voorzitter is van de Europese Unie en kandidaat is voor een niet-permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het ministerie van Defensie zou het goede voorbeeld moeten geven door de stappen die zijn gezet om scholen te beschermen te delen met andere landen binnen de EU en de NAVO. Zo kan Nederland een bijdrage leveren om te zorgen dat kinderen als Hassan en Martha en schooldirecteur Nina weer naar school kunnen. Want hun situatie is nu verre van ideaal. En zoals zij zijn er helaas velen.

Nawoord:

Nina Nikolayevna’s school was de laatste school waar kinderen onderwijs kregen in de Oekrainse taal. De school is zwaar beschadigd en leerlingen gaan nu naar andere scholen. Veel scholen in de getroffen regio zijn overvol.

Martha gaat weer naar school. Maar de soldaten van het Zuid-Sudanese leger hebben hun kamp direct naast de school opgeslagen. De soldaten komen nog steeds in de school en slapen er als het hard regent.

Hassan volgt weer onderwijs. Maar zijn school heeft nu een groot hek, er zijn bewakers en bodyscanners. Politie en leger patrouilleren.