Skip to main content

Europa: de internationale slagkracht van nationale rechtbanken

Meer regeringen zouden speciale eenheden voor oorlogsmisdaden moeten opzetten

(Den Haag) - Regeringen die willen voorkomen dat de zwaarste internationale misdaden onbestraft blijven, zouden een voorbeeld moeten nemen aan drie Europese landen die hierin een voortrekkersrol vervullen, aldus Human Rights Watch in een vandaag verschenen rapport. Gespecialiseerde eenheden voor oorlogsmisdaden in Nederland, Duitsland en Frankrijk, die bestaan uit politie, aanklagers en immigratiemedewerkers, hebben de middelen om plegers van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden wereldwijd te berechten, en ervoor te zorgen dat oorlogsmisdadigers opgepakt kunnen worden als zij hun eigen land ontvluchten.

Het rapport “The Long Arm of Justice: Lessons from Specialized War Crimes Units in France, Germany, and the Netherlands” (109 pagina’s), beschrijft hoe de eenheden voor oorlogsmisdaden in de drie landen functioneren en geeft aan welke aanpak het beste werkt. Aangezien rechtspraak vaak onmogelijk is op de plek waar de misdaden zijn gepleegd, passen rechtbanken in deze drie landen en ook elders steeds vaker het beginsel van “universele jurisdictie” toe om verdachten van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en foltering te berechten. Dit ongeacht het land waar de misdaden zijn gepleegd en ongeacht de nationaliteit van het slachtoffer of de verdachte.

“Universele jurisdictie is een essentieel vangnet voor slachtoffers die nergens anders naartoe kunnen”, zegt Leslie Haskell, advocaat gespecialiseerd in internationaal recht bij Human Rights Watch en auteur van het rapport. “Gespecialiseerde eenheden voor oorlogsmisdaden zijn de motor achter deze zaken. Ze geven een niet mis te verstane boodschap aan schenders van mensenrechten dat straffeloosheid en een enkele reis naar vrijwillige en luxe ballingschap tot het verleden behoren.”

Het kan zijn dat rechtspraak door nationale rechtbanken in landen waar misdaden zijn gepleegd niet mogelijk is omdat de gerechtelijke infrastructuur verwoest is, of omdat wetten en middelen ontoereikend zijn. Het kan ook zijn dat landen niet bereid zijn om tot berechting over te gaan omdat hooggeplaatste overheidsdienaren betrokken zijn bij de misdaden. Internationale tribunalen, waaronder het Internationaal Strafhof in Den Haag, kunnen mogelijk hulp bieden, maar vanwege hun beperkte jurisdictie en middelen kunnen zij onmogelijk aan alle eisen voor rechtspraak voldoen. Universele jurisdictie, met behulp van gespecialiseerde eenheden voor oorlogsmisdaden, is daarom een belangrijk instrument geworden om plegers van zware internationale misdrijven te berechten.

Het rapport beschrijft de successen van de eenheden voor oorlogsmisdaden en de problemen waar zij mee kampen op basis van interviews met aanklagers, onderzoeksrechters, rechercheurs, immigratiemedewerkers, advocaten van verdachten en slachtoffers, ambtenaren, academici, activisten en proceswaarnemers in de drie landen. Nederland heeft de oudste en meest solide eenheid voor oorlogsmisdaden, die goed als model zou kunnen dienen voor landen die iets vergelijkbaars willen opzetten, aldus Human Rights Watch. Het rapport beschrijft ook het verloop van rechtszaken over oorlogsmisdaden in de drie landen, inclusief de eerste rechtszaken die door eenheden voor oorlogsmisdaden zijn aangespannen in Frankrijk en Duitsland.

Frankrijk heeft het grootste aantal zaken in behandeling. Meer dan twintig daarvan hebben betrekking op mensen uit Rwanda, die beschuldigd worden van betrokkenheid bij de genocide in 1994. In dit land vinden ook twee baanbrekende onderzoeken plaats naar Franse bedrijven die surveillanceapparatuur zouden hebben verkocht aan Libië en Syrië, en die gebruikt zou zijn voor het in de gaten houden en vervolgens arresteren en martelen van dissidenten.

Onderzoek doen naar ernstige internationale misdaden op basis van universele jurisdictie is erg lastig, aangezien de misdaden vaak jaren geleden, in een ander land en op grote schaal zijn gepleegd. Het bewijs kan zich in verschillende landen bevinden. Twee van de belangrijkste successen van gespecialiseerde eenheden voor oorlogsmisdaden zijn innovatieve onderzoekstechnieken en de mogelijkheid voor politie en justitie om in het buitenland onderzoek te doen, bijvoorbeeld in het land waar de misdaden zijn gepleegd.

“Het onderzoeken en berechten van genocide-plegers en oorlogsmisdadigers uit verre landen kan heftig zijn voor medewerkers van politie en justitie die gewend zijn misdrijven in eigen land aan te pakken”, zegt Haskell. “Daarom is het van groot belang om personeel, expertise en middelen samen te brengen in gespecialiseerde eenheden voor oorlogsmisdaden.”

Politiemedewerkers en aanklagers in de eenheden voor oorlogsmisdaden hebben moeten leren omgaan met de vele problemen die gepaard gaan met dergelijke zaken, zoals het vinden van geloofwaardige slachtoffers en getuigen, het gebruik van tolken en andere deskundigen en het zorgen voor medewerking van buitenlandse gerechtelijke autoriteiten. Human Rights Watch stelt vast dat medewerkers van eenheden voor oorlogsmisdaden hun onderzoeksmethoden met vallen en opstaan hebben verbeterd en daarbij waardevolle ervaring hebben opgedaan die ook in de toekomst gebruikt kan worden.

Human Rights Watch heeft ook een aantal verbeterpunten aangemerkt, zoals het voorkomen van het onnodig vertrouwen op buitenlandse autoriteiten tijdens onderzoeksmissies over de grens en het verbeteren van de bescherming van slachtoffers en getuigen. Aangezien (forensische) bewijsstukken vaak lastig te vinden zijn, bestaat veel van het bewijs in dit soort zaken uit verklaringen van slachtoffers en getuigen, waarvan velen nog in het land wonen waar de misdaden zijn gepleegd. Zij en hun familieleden lopen vaak enorme risico's door mee te werken aan juridische processen. Rechercheurs en aanklagers in de drie eerdergenoemde landen hebben aangegeven dat getuigenbescherming in bijna alle gevallen een grote zorg is.

In Duitsland zijn aanklagers uitgebreide vooronderzoeken gestart naar misdaden in diverse conflictlanden, waaronder Syrië, zelfs zonder specifieke verdachten in het vizier te hebben. Dergelijk “structureel onderzoek” is bedoeld om informatie over misdaden te verzamelen en om te bepalen of er in Duitsland slachtoffers en getuigen zijn die nuttig zouden kunnen zijn voor eventuele strafrechtelijke vervolging van verdachten in Duitsland of elders. Sinds eind 2013 vraagt de Duitse immigratiedienst Syrische asielzoekers om op een formulier aan te geven of zij getuige zijn geweest van oorlogsmisdaden en of ze namen kunnen noemen van de verantwoordelijken voor deze misdrijven.

“Eenheden voor oorlogsmisdaden hebben ontdekt dat het gemakkelijker is om kort nadat misdaden zijn gepleegd bewijs te verzamelen dan jaren later, en de situatie in Syrië biedt de perfecte gelegenheid om dit in de praktijk te brengen”, aldus Haskell. “Nationale autoriteiten zouden toestemming moeten geven voor het vergaren van elk bewijs van ernstige internationale misdaden in hun landen, met inbegrip van het bewijs van vluchtelingen, zodat het in latere strafzaken kan worden gebruikt.”

Politieke wil is een vereiste om zulke eenheden voor oorlogsmisdaden op te zetten. Bovendien is die wil essentieel voor het succes ervan, aangezien dergelijke zaken nogal eens gepaard gaan met politieke gevoeligheden en diplomatieke spanningen, met name wanneer hooggeplaatste buitenlandse overheidsfunctionarissen het onderwerp zijn van onderzoek.

In Nederland heeft grote politieke steun voor het bestrijden van straffeloosheid geleid tot de oprichting van een speciale eenheid binnen de immigratiedienst die asielzoekers die het land binnenkomen screent, om ervoor te zorgen dat verdachten van ernstige internationale misdaden geen asielstatus krijgen in Nederland. Als immigratiemedewerkers iemand verdenken van het plegen van een ernstige internationale misdaad, waarschuwen zij de politie en delen ze relevante informatie, zodat een strafrechtelijk onderzoek kan worden overwogen.

Een ander belangrijk element voor het succes van de eenheden voor oorlogsmisdaden is onderlinge samenwerking. De Europese Unie heeft een netwerk opgezet waarin vertegenwoordigers van bijna alle 28 EU-lidstaten en enkele waarnemingslanden twee keer per jaar bijeen komen om juridische en praktische aspecten van hun werk te bespreken en informatie te delen over specifieke gevallen. Dit initiatief heeft al tot indrukwekkende resultaten geleid en heeft de Afrikaanse Unie en andere samenwerkingsverbanden binnen de EU aangezet om vergelijkbare netwerken op te zetten.

“Het EU-Genocidenetwerk heeft de internationale samenwerking aanzienlijk versterkt. Het zou nog meer kunnen doen als instellingen in Brussel meer politieke steun en extra middelen zouden bieden”, aldus Haskell. “EU-landen kunnen een voortrekkersrol vervullen op het vlak van universele jurisdictie en ervoor zorgen dat de vreselijke misdaden die worden gepleegd in Syrië, de Centraal Afrikaanse Republiek en andere conflictgebieden niet onbestraft blijven.”

Your tax deductible gift can help stop human rights violations and save lives around the world.