Vluchtelingenkamp in de Kaga-Bandoro-parochie, waar enkele duizenden burgers uit de stad en in de buurt van Mbres bescherming zoeken tegen aanvallen.

© 2014 Lewis Mudge/Human Rights Watch

(Amsterdam, 15 september 2014) – De nieuwe vredesmissie van de Verenigde Naties in de Centraal-Afrikaanse Republiek moet dringend de bescherming van burgers verbeteren in de oostelijke en centraal gelegen delen van het land waar het sektarische geweld toeneemt, aldus Human Rights Watch en Stichting Vluchteling. VN-troepen nemen op 15 september 2014 de verantwoordelijkheid voor de missie over van militairen van de Afrikaanse Unie.

Tijdens twee onderzoeksmissies aan het land in juli en september, waarvan één samen met Stichting Vluchteling, heeft Human Rights Watch de moord op minstens 146 mensen sinds juni gedocumenteerd in en rond Bambari en Bakala in de prefectuur Ouaka, Mbres in de prefectuur Nana-Gribizi, en Dekoa in de prefectuur Kémo. Dat aantal is slechts een fractie van het totaal dat is gemeld; veel moorden zijn gepleegd in afgelegen gebieden die zeer moeilijk bereikbaar zijn.

“Burgers worden in alarmerend tempo vermoord door alle strijdende partijen, en mensen wachten wanhopig op bescherming,” aldus Lewis Mudge, Afrika-onderzoeker bij Human Rights Watch. “Er is geen tijd te verliezen. De nieuwe VN-missie moet dringend meer troepen naar oostelijke en centraal gelegen gebieden sturen en doortastend te werk gaan om burgers tegen deze meedogenloze aanvallen te beschermen.”

De Centraal-Afrikaanse Republiek bevindt zich in een crisis sinds begin 2013, toen de overwegend islamitische Seleka-rebellen de macht grepen in een militaire operatie die werd gekenmerkt door het op grote schaal vermoorden van burgers, het verbranden of plunderen van huizen en het plegen van andere ernstige misdrijven. Later in 2013 organiseerden groeperingen die zichzelf de anti-balaka noemden zich om tegen Seleka te vechten. De anti-balaka maakte zich schuldig aan vergeldingsaanvallen op grote schaal tegen islamitische burgers en later ook tegen anderen.

De dodelijke spiraal van sektarisch geweld is de afgelopen maanden geëscaleerd in de oostelijke en centaal gelegen delen van het land, met name in prefecturen Ouaka en Nana-Gribizi. Dit ondanks het staakt-het-vuren tussen de twee facties in Congo-Brazzaville, dat op 23 juli 2014 werd ondertekend.

Circa 6.000 militairen van MISCA, de vredesmissie van de Afrikaanse Unie die begon in oktober 2013, en 2.000 Franse militairen die sinds december 2013 zijn ingezet als onderdeel van Operatie Sangaris hebben veel moeite de burgers te beschermen. Het geweld heeft duizenden levens gekost, er zijn zo'n 500.000 burgers ontheemd, en 300.000 personen –veelal moslims– zijn de grens over gevlucht.
 

De aanwezigheid van de Afrikaanse en Franse vredestroepen heeft een dempend effect gehad op het geweld, maar heeft er niet voor gezorgd dat de aanvallen op burgers zijn gestopt. In Dekoa, een stad waar vredestroepen zijn gestationeerd, zoekt het grootste deel van de bevolking op elkaar gepropt in een noodvluchtelingenkamp rond de katholieke parochie bescherming tegen Seleka-strijders. Op 9 september 2014 heeft Seleka drie mannen, onder wie één oudere, doodgeschoten op slechts 200 meter van het kamp. Een onderzoeker van Human Rights Watch die in de buurt aan het werk was, heeft de schoten van dichtbij gehoord en daarna de getuigen geïnterviewd.

Van de recente 146 moorden die Human Rights Watch heeft onderzocht, zijn er minstens 59 gepleegd in Bambari, waar vredestroepen uit Frankrijk en van de Afrikaanse Unie zijn gelegerd. Van de 59 zijn er 27 vermoord in juli, terwijl ze scholen in een vluchtelingenkamp in de Saint-Joseph-parochie in Bambari en de aangrenzende ambtswoning van de bisschop.

Er zijn ook burgers in of dichtbij hun dorp aangevallen terwijl ze vluchtten of zich probeerden te verstoppen voor hun aanvallers. Die hebben sommige slachtoffers opgehangen en vervolgens de keel doorgesneden.

Op 19 juni werd in Sabanga, een dorp op enkele kilometers afstand van Bakala, een kleine groep burgers aangevallen door Seleka-rebellen. Vijf leden uit één gezin werden vermoord, onder wie een 7-jarig meisje en een jongen van 12. Een getuige: "Er vlogen overal kogels rond. We renden alle kanten op maar degenen die waren geraakt, konden niet wegrennen. De Seleka-rebellen bleven zelfs doorschieten op de gewonden."

In een ander geval, in de Kajbi-goudmijn in de buurt van Morobanda, hebben anti-balaka-milities in juni een man levend begraven en een andere met een kapmes vermoord omdat hij wat tegen de Seleka-rebellen zei. "We zitten klem tussen de anti-balaka en Seleka. We krijgen geen lucht," zei een wanhopige getuige tegen Human Rights Watch.

De VN-Veiligheidsraad heeft op 10 april de oprichting van een nieuwe vredesmissie, bekend als MINUSCA, goedgekeurd. Deze missie, met bijna 12.000 vredemilitairen, moet burgers beschermen en toegang tot humanitaire hulp mogelijk maken.
 

Human Rights Watch en Stichting Vluchteling hebben de lidstaten van de VN dringend verzocht MINUSCA in te zetten met het maximale aantal vredestichters en het juiste mandaat om burgers te beschermen. Het gaat dan onder meer om moslimpopulaties die in enclaves leven in westelijke gebieden en in vluchtelingenkampen.

MINUSCA moet in het bijzonder mensenrechtenschendingen documenteren en rapporteren, burgercontactpersonen inzetten in gebieden waar burgers ernstig gevaar lopen, vluchtelingen helpen naar huis terug te keren, en de logistiek verbeteren die nodig is voor snelle inzet in gebieden waar geweld plaats heeft. MINUSCA moet voldoende vrouwelijke vredesmilitairen en burgerwerknemers inzetten om ervoor ge zorgen dat het stoppen van seksueel geweld een van de belangrijkste prioriteiten wordt van de missie.

"De aanvallen op burgers die wanhopig bescherming zoeken in een vluchtelingenkamp zijn gruwelijk," aldus Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling. "MINUSCA moet de bescherming van die kampen tot een prioriteit maken, en ervoor zorgen dat humanitaire organisaties de kampen veilig kunnen bereiken om voedsel, water en medische hulp te leveren die dringend nodig zijn.”

Veel van de huidige 6.000 AU-vredestroepen worden overgeplaatst naar de nieuwe VN-missie. De VN moet deze militairen goed doorlichten om er zeker van te zijn dat diegenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige misdrijven, geen rol krijgen in MINUSCA, volgens Human Rights Watch en Stichting Vluchteling.

Op 24 maart waren AU-militairen uit de Republiek Congo betrokken bij de verdwijning van minstens 11 burgers die vermoedelijk zijn geëxecuteerd, en mogelijk zeven anderen, op hun basis in Boali. Er wordt aangenomen dat troepen van de Republiek Congo op 22 december in Bossangoa twee anti-balaka-leiders hebben doodgemarteld. De verantwoordelijke troepen zijn later weggeplaatst uit Boali, en twee in Boali en Bossangoa gestationeerde officieren zijn geschorst hangende het onderzoek. De onderzoeken naar deze incidenten zijn nog niet afgerond, en er zijn nog geen arrestaties verricht.

"Vredestroepen zijn er om burgers te beschermen, niet om ze aan te vallen," zegt Mudge. "Als de AU en de VN er niet in slagen een onderzoek af te ronden naar die misdaden, en de vredestichters opnemen in MINUSCA zonder behoorlijk antecedentenonderzoek, dan zal dat de hele missie bezoedelen."

 

Human Rights Watch sprak ook haar zorg uit dat troepen van de Republiek Congo mee zouden doen aan de VN-missie. In het jaarrapport van de secretaris-generaal van de VN aan de Veiligheidsraad staat het leger van de Republiek Congo als een van de weinige strijdkrachten in de wereld nog kindsoldaten inzet.

Het stoppen van straffeloosheid en het herstellen van de rechtsstaat is essentieel voor een betere bescherming van burgers, aldus Human Rights Watch en Stichting Vluchteling. Geen enkele leider van anti-balaka of Seleka die verantwoordelijk is voor het geweld is onderzocht of gearresteerd, en het rechtssysteem is grotendeels ingestort, hoewel er onlangs in Bangui en Bouar pogingen zijn gedaan om het weer op gang te brengen. In mei 2014 heeft de interim-president, Catherine Samba-Panza, de aanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag formeel gevraagd een nieuw onderzoek te starten in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

"We mogen MINUSCA niet laten mislukken," aldus Ceelen. "VN-lidstaten, waaronder Nederland, moeten hun verantwoordelijkheid nemen en en ervoor zorgen dat deze vredesmissie alles heeft om haar werk te doen. Het is een enorme opgave, maar we kunnen niet toekijken terwijl tienduizenden mensen het gevaar lopen blootgesteld te worden aan meedogenloos geweld."