Herman Tjeenk Willink
Kabinetsinformateur

Geachte informateur:

Human Rights Watch is een internationale, non-gouvernementele organisatie, met hoofdkantoor in New York, die toezicht houdt op en verslag uitbrengt over internationale kwesties op het gebied van mensenrechten, vluchtelingen en humanitair recht in ongeveer 90 landen over de hele wereld. Op 14 september 2010 openen wij een kantoor in Amsterdam, een van de 15 kantoren die wij nu hebben in verschillende landen in de wereld. Daarnaast opereren wij nog in 21 landen zonder kantoor.

De opening van een kantoor in Amsterdam dient vele doelen. Wij erkennen en prijzen het werk van vele collega-organisaties, evenals Nederlandse overheidsinstanties, die hebben bijgedragen aan een sterke en ‘rechtenvriendelijke' omgeving voor een publiek debat over een scala aan internationale thema's. Wij willen graag deelnemen aan dit debat en het een impuls geven. We zijn ervan overtuigd dat wij in die dialoog vele bereidwillige partners zullen treffen.

We openen het kantoor in Nederland echter niet alleen maar om te praten. Wij willen de Nederlandse regering aansporen om in haar bilaterale betrekkingen met andere landen zoveel mogelijk prioriteit te geven aan mensenrechten, de steun in de Europese Unie voor een krachtig en multilateraal mensenrechtenbeleid te vergroten en de leiding te nemen op het vlak van mensenrechten bij de Verenigde Naties en andere internationale organen.

Human Rights Watch opereert op basis van gedocumenteerde verslaglegging. Met een kantoor in Amsterdam kunnen wij de gedetailleerde informatie over mensenrechtenkwesties, die wij jaarlijks in zo'n 100 verschillende rapporten publiceren, makkelijker toegankelijk maken voor de Nederlandse media, Nederlandse beleidsmakers en het Nederlandse publiek. We hebben een commissie samengesteld van Human Rights Watch-supporters in Nederland die ons zullen helpen bij het werven van fondsen voor ons onderzoek en onze wereldwijde belangenbehartiging (Human Rights Watch accepteert namelijk geen overheidsfinanciering), en die ons zullen helpen onze boodschap te verspreiden en onze impact te vergroten.

Ons wereldwijde personeelsaantal is nog steeds heel laag: minder dan 300 mensen. We zullen ons niet over elk aspect van het buitenlands beleid van de Nederlandse overheid kunnen uitspreken. Maar waar we kunnen, zullen we op geïnformeerde en onafhankelijke wijze onze stem laten horen.

Aangezien u bezig bent met het formeren van een nieuwe regering, wil Human Rights Watch graag enkele belangrijke onderdelen van het binnen- en buitenlandsbeleid noemen waarvan wij denken dat Nederland meer zou kunnen en moeten doen voor de bevordering en bescherming van mensenrechten.

Asiel en bescherming tegen een terugkeer naar vervolging en mishandeling
Human Rights Watch is bezorgd over pogingen van de Nederlandse autoriteiten om mensen uit te zetten naar Somalië, vanwege het grote risico op mensenrechtenschendingen bij terugkeer. Deze uitzettingen zijn strijdig met het internationaal recht en met richtsnoeren van de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen (UNHCR), die adviseert niemand gedwongen terug te laten keren naar zuid- en midden-Somalië. Volgens Vluchtelingenwerk Nederland heeft de Nederlandse regering een Somalische asielzoeker aan wie geen asiel is verleend op 1 september jl. via Nairobi naar Mogadishu uitgezet. Wij verzoeken de regering met klem geen mensen meer naar Somalië te deporteren.

De commissaris voor mensenrechten van de Raad van Europa en het Mensenrechtencomité van de VN hebben bij hun beoordelingen van de mensenrechtensituatie in Nederland in 2009 ernstige zorgen geuit over toegang tot asiel en bescherming tegen een terugkeer naar een situatie van geweld, ondanks voorgestelde aanpassingen van problematische, versnelde asielprocedures die in juni 2010 van kracht zijn geworden. Wij verzoeken de nieuwe regering met een frisse blik naar de asielprocedures te kijken en deze problemen aan te pakken.

Human Rights Watch is tevens bezorgd over het terugsturen van asielzoekers naar Griekenland uit hoofde van de Dublin II-verordening van de EU, die landen het recht geeft asielzoekers terug te sturen naar het eerste land van binnenkomst in de EU. Wij hebben het gebrekkige asielstelsel in Griekenland uitvoerig gedocumenteerd. Wij delen het standpunt van het UNHCR dat "het Griekse asielstelsel asielzoekers, met inbegrip van ‘Dublin-asielzoekers', op dit moment niet afdoende beschermt tegen een terugkeer naar vervolging of ernstige mensenrechtenschendingen."

De Nederlandse autoriteiten hebben de uitzettingen van Somalische asielzoekers naar Griekenland opgeschort als gevolg van een voorlopig arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en een aantal uitzettingen naar Griekenland is geblokkeerd door Nederlandse rechters. Maar Nederland blijft andere asielzoekers terugsturen naar Griekenland uit hoofde van de Dublinverordening. De Nederlandse regering heeft onlangs aangegeven dat Nederland volgens het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens niet verantwoordelijk is voor geweld tegen asielzoekers die uit hoofde van ‘Dublin' zijn teruggestuurd. Human Rights Watch is het niet eens met deze beperkte visie, omdat deze voorbijgaat aan de plicht van Nederland om geen mensen terug te sturen naar een situatie van vervolging en mensenrechtenschendingen.

Wij verzoeken de Nederlandse overheid dringend alle uitzettingen naar Griekenland uit hoofde van de Dublinverordening op te schorten totdat dat land een efficiënt asielstelsel heeft dat bescherming biedt tegen een terugkeer naar vervolging en mensenrechtenschendingen, en een constructieve bijdrage te leveren aan de hervorming van de Dublin II-verordening, om te zorgen voor een gelijkwaardiger aanpak van de EU-lidstaten.

Integratiebeleid
Een efficiënt integratiebeleid dient de rechten van migranten te respecteren. In een onderzoek uit 2008 heeft Human Rights Watch aangetoond dat het ‘inburgeringsexamen in het buitenland', dat vereist dat gezinsleden die zich bij legale migranten uit diverse ‘niet-westerse landen' willen voegen een inburgeringsexamen afleggen over de Nederlandse taal en cultuur voordat ze naar Nederland komen en bovendien aan bepaalde financiële eisen voldoen, disproportionele gevolgen heeft voor Marokkaanse en Turkse migranten en het recht op een gezinsleven kunnen schenden. Hoewel sommige financiële eisen zijn aangepast als gevolg van een arrest van het Europees Hof van Justitie, bestaat het inburgeringsexamen nog steeds. De nieuwe overheid zou het examen moeten afschaffen.

Beleid inzake terrorismebestrijding
Sinds de aanvallen van 11 september in de Verenigde Staten zijn de mensenrechten steeds meer onder druk komen te staan als gevolg van maatregelen op het vlak van terrorismebestrijding. Human Rights Watch heeft zijn zorgen geuit over pogingen van de Nederlandse regering om terrorismeverdachten te deporteren naar plekken waar zij het risico lopen gefolterd te worden, onder meer op grond van ‘diplomatieke toezeggingen' van gewelddadige regeringen dat zij teruggekeerde personen niet zullen martelen. Een van die uitzettingen is geblokkeerd door de Nederlandse Hoge Raad in een zaak die was aangespannen door Nuriye Kesbir in 2006. Wij zijn verheugd over de belofte van de regering in 2009 aan de commissaris voor mensenrechten van de Raad van Europa om niet op diplomatieke toezeggingen te vertrouwen. We hopen dat de nieuwe regering dezelfde aanpak zal hanteren.

Internationale rechtspraak
Nederland is het trotse gastland van het Internationaal Strafhof en van diverse andere internationale gerechtshoven. Bovendien is Nederland een efficiënt pleitbezorger geweest van internationale rechtspraak voor de zwaarste misdrijven. Doordat Nederland recentelijk niet heeft aangedrongen op rechtspraak voor ernstige misdrijven in het Midden-Oosten en tegen belangrijke VN-resoluties inzake schendingen van het internationaal humanitair recht in de oorlog in de Gazastrook heeft gestemd of zich van stemming heeft onthouden, heeft de stem van Den Haag inzake het afleggen van verantwoording echter flink aan kracht ingeboet.

Nederland heeft er in wezenlijke mate toe bijgedragen dat de Europese Unie principieel en consistent blijft eisen dat de westelijke Balkanlanden hun volledige medewerking verlenen aan het Joegoslaviëtribunaal, indien zij nauwere banden willen met de EU. Dit is met name van belang geweest in het geval van Servië. Ondanks verbeteringen  in de samenwerking heeft Servië nog steeds de Bosnische oorlogsgeneraal Ratko Mladic, die is aangeklaagd wegens genocide in Srebrenica, niet overgeleverd. Krachtige druk vanuit de EU is cruciaal geweest voor de arrestatie van hooggeplaatste voortvluchtige misdadigers, waaronder Radovan Karadzic. Human Rights Watch heeft de Nederlandse regering in juni 2010 aangeschreven en haar verzocht te blijven aandringen op samenwerking met Servië en de leiding te nemen in de EU om ervoor te zorgen dat er geen stappen meer worden genomen naar EU-lidmaatschap van Servië (met inbegrip van een standpunt van de Europese Commissie over de kandidatuur van Servië) als het land niet volledig samenwerkt met het Joegoslaviëtribunaal, waaronder de uitlevering van Mladic aan Den Haag.

Een krachtiger EU-mensenrechtenbeleid
Op Europees niveau richten wij onze blik op Nederland om de leiding te nemen en daadwerkelijk betekenis te geven aan het mensenrechtenbeleid van de EU. De goedkeuring van het Verdrag van Lissabon bood hoop op een krachtiger stem van de EU inzake mensenrechten, maar in het afgelopen jaar heeft de EU zich juist minder vaak uitgesproken over mensenrechtenschendingen. Deze opmerkelijke stilte, evenals de argumenten dat ‘stille diplomatie' en een ‘constructieve aanpak' beter werken dan publieke veroordeling en druk, zouden ertoe kunnen leiden dat de vastberadenheid van de EU om de eerbiediging van de mensenrechten tot kernelement van haar buitenlands beleid te maken onder druk komt te staan.

De lopende besprekingen over de Europese Dienst voor extern optreden, evenals de geplande, brede herziening van het EU-mensenrechtenbeleid, bieden uitstekende kansen voor reflectie en betrokkenheid. We hopen dat Nederland hiervan gebruik zal maken om ervoor te zorgen dat de EU-stem met betrekking tot mensenrechten zoveel mogelijk effect sorteert. Net als de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, kan ook de Hoge Vertegenwoordiger van de EU niet overal aanwezig en van alles op de hoogte zijn. Daarom heeft zij speciale vertegenwoordigers nodig die als deskundigen en als gezanten kunnen optreden, niet alleen voor specifieke regio's en landen, zoals nu het geval is, maar ook voor belangrijke themagebieden, zoals mensenrechten, internationale justitie, internationaal humanitair recht en vrouwen- en kinderrechten. Deze deskundigen zouden een bijdrage kunnen leveren aan de vormgeving, professionalisering en de tenuitvoerlegging van het EU-beleid, zowel intern als extern, en zouden tevens als natuurlijke aanspreekpunten kunnen dienen voor vertegenwoordigers uit andere landen, evenals voor het maatschappelijk middenveld.

Vaak zijn de mooie woorden van de EU over mensenrechten niet meer dan dat. Dat mag niet zo blijven. Het ondermijnt namelijk breed aanvaarde beginselen van de Europese Unie en haar lidstaten, evenals de geloofwaardigheid van de EU en haar lidstaten. Bijvoorbeeld:

  • Niet-tenuitvoerlegging van mensenrechtenclausules in overeenkomsten met derde landen: bilaterale overeenkomsten tussen de EU en derde landen bevatten normaliter bepalingen over mensenrechten, die voorzien in een verplichting voor beide partijen om de mensenrechten te eerbiedigen en in opschorting van de overeenkomst indien ze niet worden gewaarborgd. Helaas worden deze bepalingen niet afgedwongen, noch  geeft de EU er echte betekenis aan alvorens nieuwe overeenkomsten te sluiten. Een veelzeggend voorbeeld is de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst die de EU van plan is te sluiten met Turkmenistan, een van 's werelds meest repressieve regeringen. Ondanks herhaalde oproepen van het Europees Parlement en groepen uit het maatschappelijk middenveld, heeft de EU tot op heden het vooruitzicht op intensievere betrekkingen met Turkmenistan nog steeds niet gebruikt als motor voor positieve veranderingen.
  • Mensenrechtendialogen moeten niet het enige instrument zijn om mensenrechten te bevorderen. Het mensenrechtenbeleid van de EU lijkt tegenwoordig grotendeels beperkt te zijn tot mensenrechtendialogen in allerlei verschillende vormen: geïsoleerd overleg op relatief laag niveau, met onduidelijke doelstellingen, een vage inhoud en vage resultaten en, nog erger, schijnbaar zonder enige invloed op de algemene betrekkingen van de EU met deze landen. Het gevolg is dat deze dialogen de mensenrechten marginaliseren, in plaats van de bescherming ervan te verbeteren. Soms lijkt het wel alsof de dialogen een excuus bieden om mensenrechtenkwesties niet in andere, zwaarder wegende, omstandigheden aan de orde te hoeven stellen. Het houden van deze dialogen lijkt al als een prestatie te worden beschouwd, met andere woorden: betrokkenheid puur om betrokkenheid te tonen.
  • Terughoudendheid ten aanzien van benchmarking: een belangrijke obstakel voor een daadkrachtiger mensenrechtenbeleid van de EU is de weerzin om duidelijk aan te geven welke verbeteringen zij in de verschillende landen nastreeft. EU-ambtenaren zien het opstellen van benchmarks vaak als een vervreemdende of zelfs vijandige aanpak. Maar door dit gebrek aan duidelijk omschreven verwachtingen ontbeert het EU- mensenrechtenbeleid een duidelijke richting en dat belemmert niet alleen pogingen om vooruitgang te meten, maar ook het potentieel om concrete, positieve resultaten te boeken.

Verder kijken dan de EU
Wij willen Nederland en de EU aanmoedigen om over hun eigen grenzen heen te kijken en partnerschappen aan te gaan ter bevordering van de mensenrechten. In de hedendaagse multilaterale wereld wordt het internationale mensenrechtenbeleid vormgegeven door een bredere groep actoren. Opkomende machten als India, Brazilië en Zuid-Afrika spelen een steeds belangrijkere rol. In fora als de Mensenrechtenraad zou Nederland belangrijke landen als Argentinië, Chili, Ghana, Nigeria en Zambia kunnen aansporen een prominentere rol te spelen op het gebied van mensenrechten. Bovendien zou Nederland kunnen samenwerken met kleinere landen als Benin, de Maldieven, Mauritius en Togo, die maatregelen nemen op zowel nationaal als internationaal niveau. Nederland zou financiële steun kunnen bieden aan NGO's, met name in Latijns-Amerika en Afrika, die zich inspannen om hun regeringen meer verantwoording te laten afleggen voor hun standpunten op internationaal niveau.

Landenvraagstukken
Helaas worden mensenrechten op vele plekken in de wereld geschonden. In deze brief beperken wij ons tot vier waarbij we denken dat Nederland een belangrijke rol kan spelen:

De EU zal op de aanstaande zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie over de mensenrechtensituatie in Birma steunen. Nederland zou er bij de EU op moeten aandringen van deze gelegenheid gebruik te maken om haar steun uit te spreken voor de oprichting van een internationale onderzoekscommissie naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Birma, zoals verzocht door het Europees Parlement op 20 mei jl. De rituele veroordeling van Birma in jaarlijkse resoluties van de Algemene Vergadering is niet langer afdoende. De internationale gemeenschap moet de prijs voor voortdurende mensenrechtenschendingen verhogen door te beginnen deze te onderzoeken. Een onderzoekscommissie zou een belangrijke eerste stap zijn naar het berechten van mensenrechtenschenders en het beëindigen van de straffeloosheid in Birma.

In de afgelopen 1,5 jaar heeft het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA) honderden mensen vermoord en meer dan 697 mensen in de Centraal-Afrikaanse Republiek en de noordelijker gelegen Democratische Republiek Congo ontvoerd. Bijna een derde van deze ontvoerde mensen waren kinderen, waarvan vele worden gedwongen als soldaten of als seksslaven te dienen voor de strijders van het LRA. De recente moordpartijen en ontvoeringen door het LRA passen in de lange traditie van wrede praktijken van deze rebellengroep. Het LRA, dat in 2005 door het Oegandese leger uit Noord-Oeganda werd verdreven, opereert nu in het afgelegen grensgebied tussen Zuid-Sudan, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Human Rights Watch doet een dringende oproep aan Nederland om, samen met de EU en internationale partners, een brede strategie te ontwikkelen om burgers in Centraal Afrika te beschermen tegen aanvallen van het LRA, LRA-leiders die betrokken zijn bij wrede praktijken te arresteren en te berechten en, samen met regionale overheden, een einde te maken aan het geweld van de rebellengroep.

Zoals blijkt uit de recente golf van verkrachtingen in Noord-Kivu en de voortdurende aanvallen van het LRA, blijft burgerbescherming een belangrijk doel voor de regering van de Democratische Republiek Congo en voor de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO). Nederland kan een cruciale rol spelen bij het opbouwen van de capaciteit van beide actoren om te kunnen anticiperen en reageren op daden van seksueel geweld en andere mensenrechtenschendingen in Congo en deze te bestraffen. Zoals blijkt uit een rapport van Human Rights Watch dat volgende week in Amsterdam zal worden gepresenteerd, hebben bijna twee miljoen mensen gedwongen hun huizen moeten verlaten in het door conflicten verscheurde oostelijk deel van het land. Internationale donoren moeten betere hulp bieden aan de ontheemden en ervoor zorgen dat zij niet gedwongen worden terug te keren naar onveilige bieden. Donorlanden als Nederland zouden de inzet van een groep van deskundigen op het vlak van burgerbescherming in Oost-Congo kunnen ondersteunen, om onderzoek te doen naar en snel te kunnen informeren over de behoeftes en problemen van burgerbescherming en om aanbevelingen te doen voor concrete maatregelen om te zorgen voor ongehinderde humanitaire toegang en hulp en een eind te maken aan de straffeloosheid voor ernstige misdaden, die een schending vormen van het internationaal recht. Bovendient dient de Nederlandse overheid ervoor te zorgen dat MONUSCO over de benodigde middelen beschikt om haar taken uit te voeren, zoals de inzet van meer vredeshandhavers op korte termijn en snelle interventiemethodes, evenals helikopters en de steun voor inlichtingenvergaring waar de missie om heeft verzocht, om burgers beter te kunnen beschermen.

De Nederlandse regering dient bij de Indonesische regering aan te dringen op vrijlating van alle politieke gevangen in Papua en op de Molukken, waar tientallen onafhankelijkheidsstrijders zijn veroordeeld voor het hijsen van de ‘Morning Star' of de vlag van de Zuid-Molukse Republiek, evenals de vrijlating van andere gevangenen die vastzitten voor vreedzame uitingen van hun politieke of religieuze overtuigingen. Tevens moet zij aandringen op intrekking van artikelen uit het Wetboek van Strafrecht (een Nederlandse erfenis) die zijn gebruikt om mensen vast te zetten voor hun rechtmatige, vreedzame activiteiten, waaronder artikelen over ‘hoogverraad'.

Human Rights Watch heeft lange tijd nauw met Nederland samengewerkt op het vlak van mensenrechten, evenals met mensenrechtengroeperingen en organisaties uit het maatschappelijk middenveld in Nederland. Wij willen deze gezamenlijke inspanningen graag voortzetten in de toekomst, door een versterking en verbreding van onze aanwezigheid in Nederland.

Hoogachtend,

Kenneth Roth
Directeur

CC: Fractievoorzitters van de Tweede Kamer
Cohen, M.J. (PvdA)
Halsema, F. (GL)
Pechtold, A. (D66)
Roemer, E.G.M. (SP)
Rouvoet, A. (CU)
Rutte, M. (VVD)
Staaij, C.G. van der (SGP)
Thieme, M.L. (PvdD)
Verhagen, M.J.M. (CDA)
Wilders, G. (PVV)