Nu de schoolvakanties bijna afgelopen zijn, kijken veel kinderen gespannen uit naar het komende jaar: nieuwe klasgenoten, nieuwe leraren, nieuwe vakken. De zorgen voor Syrische kinderen zijn ondertussen van geheel andere aard, volgens een recent rapport
van de onafhankelijke commissie van de Verenigde Naties (VN): kan ik überhaubt naar school gaan? En, als ik naar school ga, ben ik dan veilig?

In het VN-rapport staat dat meer dan 2,8 miljoen Syrische kinderen niet naar school kunnen vanwege de bezetting en vernieling van scholen door regeringstroepen en andere gewapende milities.

Het rapport beschrijft onder meer een aanval op 30 april waarbij 33 kinderen om het leven kwamen. Twee door regeringstroepen afgevuurde raketten raakten hun school in Aleppo. Volgens het rapport gebruikte een van de vele gewapende groeperingen in Syrië een gebouw dat deel uitmaakt van hetzelfde schoolcomplex als barak voor circa 50 strijders. Het VN-rapport stelt dat “het tijdstip en de aard van de aanvallen duidelijk maken dat het de bedoeling was zoveel mogelijk mensen te doden of verwonden... Regeringstroepen kunnen er niet consequent naast hebben gezeten bij het bepalen van hun doel; namelijk de barakken in plaats van het nabijgelegen schoolgebouw.”

Ironisch en afschuwelijk genoeg hadden ouders en kinderen zich die dag in de school verzameld om een tentoonstelling te bekijken waarin kinderen laten zien hoe ze het conflict ervaren.

Regeringstroepen gebruiken de scholen eveneens voor militaire doeleinden, zoals voor barakken en als basis om beschietingen uit te voeren. Zo vertelde een meisje uit Dar’a aan de VN-commissie dat de meeste scholen gestopt waren met het lesgeven, aangezien ze zijn bezet door regeringstroepen en omgeven door scherpschutters.

De regeringstroepen zijn overigens niet de enigen die scholen gebruiken als doelwit. Human Rights Watch heeft gedurende het conflict in Syrië onderzoek gedaan naar vele aanvallen op scholen door andere strijdende partijen. Daarbij werden onder meer wapens ingezet die branden veroorzaken. In het VN-rapport staat ook dat anti-regime strijders met opzet scholen in Damacus hebben bestookt met explosieven.

De VN Veiligheidsraad heeft in februari in een zeldzame gezamelijke verklaring alle partijen opgeroepen scholen te demilitariseren en aanvallen op scholen die niet voor militaire doeleinden gebruikt worden te beeïndigen. In navolging hiervan heeft het Vrije Syrische Leger, dat strijdt tegen het bewind van Assad, haar troepen verboden om scholen te gebruiken als basis of doelwit. Andere partijen in het conflict zouden dit voorbeeld moeten volgen. Opzettelijke aanvallen op scholen die niet worden gebruikt voor militaire doelen zijn oorlogsmisdaden. De verantwoordelijken moeten strafrechtelijk worden vervolgd, en indien nodig door het Internationaal Strafhof.

De Veiligheidsraad heeft onlangs alle landen aangespoord om maatregelen te overwegen om het gebruik van scholen voor militaire doeleinden tegen te gaan. De Lucens richtlijnen voor de bescherming van scholen en universiteiten tegen militair gebruik tijdens gewapende conflicten kan als leidraad dienen voor de expliciete bescherming die zou moeten worden opgenomen in militair beleid en doctrine.

Syrische kinderen verdienen het om meer triviale kriebels te hebben aan het begin van het schooljaar.