Didier Reynders, de minister van Buitenlandse Zaken en de man die België internationaal een gezicht geeft, heeft zich eerder deze maand zwart geschminkt. Trots nam hij deel aan Les Noirauds in Brussel. De traditie van die folkloristische parade wil dat het hoofd van een Afrikaan wordt meegedragen op een stok. Door zijn neus zit een gouden ring.

Een regeringsambtenaar die met het gezicht zwart geschminkt deelneemt aan een openbare bijeenkomst, zou in zowat alle andere landen van de wereld de hele publieke opinie over zich heen krijgen. Maar in België heeft zijn optreden amper een rimpeling veroorzaakt. In de internationale media heeft het voorval flink wat deining teweeggebracht, maar het gros van de Belgen begreep eenvoudigweg niet waarom er zo’n heisa rond werd gemaakt. Dat het allemaal maar om te lachen was, zo klonk het. En dat het toch voor het goede doel was. Om geld in te zamelen voor de arme kinderen. Kon de wereld een van de oudste optochten van België nu niet gewoon met rust laten?

Nee, luidt het eenvoudige antwoord. In de eerste plaats kan ‘liefdadigheid’ dit aanstootgevende gedrag niet vergoelijken. Er zullen ook wel tactvollere manieren bestaan om geld in te zamelen voor arme kinderen.

En wat die ‘traditie’ betreft, ben ik, als Belg, van oordeel dat we in onze samenleving allang komaf hadden moeten maken met racisme en met onbetamelijke verkleedpartijen als deze, waarin stereotiepe Afrikaanse clowns worden neergezet.

Les Noirauds is een parade waarin Belgische prominenten verkleed als ‘Afrikaanse edellieden’ door de straten van de hoofdstad trekken. De traditie dateert van 1876 en is daarmee meteen ook een van de oudste optochten van België. Maar de oorsprong van Les Noirauds valt ook samen met een van de meest gewelddadige periodes uit het koloniale verleden van het land: de inlijving als kolonie van de enorme Congo-regio door koning Leopold II.

Koning Leopold II heerste van 1885 tot 1908 over Congo als was het zijn privé-eigendom. In 1908 leidde zijn veelbesproken brutaliteit ertoe dat de Belgische regering de administratieve controle over de kolonie van hem overnam. Onder het mom van liefdadigheid – de ‘verheffing’ en ‘beschaving’ van het Congolese volk – buitte koning Leopold II de regio op gruwelijke wijze uit voor zijn eigen gewin. Dat vormde niet alleen de inspiratiebron van Joseph Conrad’s boek Hart der Duisternis, maar groeide ook uit tot een van de grootste internationale schandalen van die periode. Het bewind van Leopold II zou naar schatting tien miljoen mensen het leven hebben gekost.

In heel wat opzichten vormden de pogingen van activisten om de gruwelijkheden die in Congo plaatsvonden aan het licht te brengen een van de eerste internationale mensenrechtencampagnes uit de geschiedenis. Vooraanstaande activisten, zoals de Britse consul Roger Casement, vestigden de aandacht van de wereld op de moordpartijen die hadden plaatsgevonden tijdens de rubberexploitatie. Auteurs zoals Arthur Conan Doyle schreven dan weer vuistdikke studies met welluidende titels als The Crime of the Congo. Uiteindelijk zwichtte de Belgische regering onder zware internationale druk en maakte een eind aan het bewind van Leopold II. Congo werd geannexeerd als kolonie, maar de brutaliteit en de rassenscheiding hielden nog decennialang stand.

Zwart geschminkte gezichten worden al lang beschouwd als beledigend voor gekleurde mensen. In grote delen van de wereld geldt dit soort verkleedpartijen dan ook als een onaanvaardbare uiting van racisme. De context van het Belgische brutale koloniale verleden maakt het er allemaal nog wat stuitender op. Wie een koloniale traditie in stand houdt en door de stad paradeert met het hoofd van een Afrikaan op een stok, geeft blijk van een opmerkelijk gebrek aan kennis en zelfonderzoek. Dat was namelijk een van de straffen die de Afrikanen in het Congo van Leopold II te beurt vielen.

Veel Belgen – met inbegrip van onze minister van Buitenlandse Zaken – lijken verrast te zijn door de heisa die is ontstaan. Dat toont alleen maar aan welke weg het land nog heeft af te leggen voor het in het reine kan komen met zijn eigen verleden. Laat staan dat Belgische medeburgers van Afrikaanse oorsprong op enige fijngevoeligheid zouden kunnen rekenen.

Ik heb een vraag voor de geachte minister: Zou u zich in diezelfde plunje hijsen als u een ontmoeting had met president Obama? Of met een Afrikaans staatshoofd? En beste landgenoten, zouden jullie het waarderen als onze minister van Buitenlandse Zaken dat deed? Allicht niet. Net zoals het niet gepast is in het kader van dat soort bijeenkomsten, is het evenmin gepast in een optocht.

Het streven om komaf te maken met dit soort tactloze tradities heeft helemaal niks te maken met politieke correctheid. Evenmin is het een poging om een steriele internationalistische cultuur op te dringen. Ik ben trots op mijn land. In het gezelschap van mijn buitenlandse vrienden – doorgaans onder het nuttigen van een paar Belgische bieren – zet ik wat graag een boompje op over onze rijke tradities, onze uitbundige feesten en onze nationale joie de vivre.

We mogen best trots zijn op onze cultuur, maar dat betekent nog niet dat we ook de verwerpelijke aspecten ervan in stand moeten houden. We hebben al heel wat veranderingen verwezenlijkt: vrouwen krijgen nu kansen waar ze vroeger alleen maar van konden dromen, en de meeste Belgen hebben hun homoseksuele en lesbische landgenoten in de armen gesloten als volwaardige leden van de maatschappij. De veerkracht van culturen schuilt tenslotte in hun bereidheid tot verandering.