Het was eind februari toen de “beleefde groene mannetjes” hun opmars maakten op de Krim, en ik in New York was voor de jaarlijkse werknemersbijeenkomst van Human Rights Watch. Sterker nog, de dag voor de grote invasie vroeg een bestuurslid mij: “Tanya, denk jij dat Rusland de Krim gaat binnenvallen?” Ik haalde nonchalant mijn schouders op. “Er zijn zoveel andere maatregelen die Rusland kan nemen wat betreft Oekraïne, waarom zouden ze zo ver gaan?” Toen ik de volgende dag wakker werd had de invasie zich voltrokken en had mijn Rusland-expertise mij wederom in de steek gelaten.

Ongeacht hoeveel jaar je in een land werkt, bepaalde dingen blijven lastig te voorspellen. Het meedogenloze optreden van het Kremlin tegen onafhankelijke maatschappelijke organisaties en dissidenten begon ongeveer twee jaar geleden, met de terugkeer van Vladimir Poetin als president van Rusland. Alle nog kwetsbare verworvenheden van Dmitri Medvedev’s interregnum, met zijn quasi-liberale retoriek, werden in slechts enkele maanden weggevaagd. Een reeks repressieve en discriminerende wetten, bovenop de vervolging van critici van de regering, hebben de ruimte voor burgerinitiatieven en onafhankelijke media dramatisch beperkt.

De situatie verbeterde iets in de aanloop naar de Olympische Winterspelen in Sotsji in februari, waarmee Rusland haar internationale imago probeerde op te vijzelen. Een aantal prominente politieke gevangenen werden een paar weken voor de openingsceremonie van de Spelen vrijgelaten. De druk op onafhankelijke organisaties verminderde enigszins, en Poetin maakte vage beloften over het aanpassen van de meest aanstootgevende wetten die het land kent. Destijds interpreteerden we de periode rond de Spelen als een pauze in de aanval van het Kremlin op onafhankelijke organisaties en dissidenten, en dachten we dat de situatie na de Spelen zou verslechteren. Maar waar we niet op hadden gerekend was de snelheid en omvang van de volgende aanvalsgolf die Rusland overspoelde zodra Sotsji was afgelopen en de Krim-crisis begon.

Terwijl de crisis in Oekraïne dit voorjaar escaleerde en zich ontwikkelde tot een oorlog in het oosten, nam de aanpak van dissidenten door het Kremlin oorlogszuchtige proporties aan. Wie kritiek durfde te uiten op de Russische bezetting van de Krim en op het Oekraïne-beleid werd bestempeld als “vijfde colonne” en “nationale verrader”. Waar Russische regeringsfunctionarissen de term “vijfde colonne” al langer gebruikten, ging president Poetin over op nog alarmerender terminologie in zijn toespraak voor het parlement op 18 maart over de “terugkeer” van de Krim bij Rusland. Hij zette tegenstanders weg als “nationale verraders”.

De Koude Oorlog-boodschap “wie niet voor ons is, is tegen ons” werd dominant op de door de staat gecontroleerde tv- en radiostations, overijverige pro-Kremlin journalisten kwamen met onthullingen over “vijanden” en “verraders”, en tegelijkertijd begon de regering een offensief tegen het internet, het belangrijkste platform voor vrije meningsuiting door kritische Russen.

In maart blokkeerde de Russische mediawaakhond Roskomnadzor de toegang tot de drie belangrijke websites van de oppositie. Deze zouden verboden boodschappen hebben gepubliceerd, zoals “extremistische oproepen”, het aanzetten tot “grootschalige rellen”, en oproepen tot deelname aan illegale bijeenkomsten. De autoriteiten weigerden inhoudelijk in te gaan op verzoeken van de websites om uitleg over de gewraakte publicaties.

Eveneens in maart kwam het ontslag van de hoofdredacteur/directeur van Lenta.Ru, een van de laatst overgebleven grote onafhankelijke online nieuwsdiensten, gevolgd door het aftreden van het hele team van journalisten. Dit veroorzaakte een enorme kloof in de onafhankelijke verslaggeving. Kritisch ingestelde mensen wisten niet meer waar ze terecht konden voor nieuws.

Vervolgens was daar een nieuwe barrage van wetgeving, gericht tegen dissidenten. In mei werd een nieuwe wet ingevoerd die voorschrijft dat Russische bloggers met een bepaald aantal volgers zich bij de autoriteiten moeten registreren en aan dezelfde regels moeten voldoen als traditionele media, inclusief de verantwoordelijkheid voor juistheid van informatie.

Diezelfde wet verplicht Russische blog-diensten en sociale netwerken om activiteiten van hun gebruikers op te slaan en op aanvraag beschikbaar te maken voor de autoriteiten. Een andere wet, die eind juni werd aangenomen, voorziet in een celstraf van maximaal vijf jaar voor “extremistische oproepen” op internet, inclusief het delen op sociale netwerken zoals Facebook,  en het re-tweeten op Twitter.

Tot slot, met ingang van 2016 wordt het verboden om persoonlijke data van Russische gebruikers te bewaren op buitenlandse servers. Zal dit het einde betekenen van Fabebook en Twitter in Rusland? De toekomst zal het uitwijzen. Zoals een prominente 19e-eeuwse Russische satiricus ooit zei: “De strengheid van de Russische wetten wordt verzacht door slappe invoering.” Als hij vandaag de dag zou leven, zou hij mogelijk hebben toegevoegd: “en door selectieve implementatie.”

Maar ondertussen is de redactionele controle over meerdere prominente online nieuwsdiensten al verschoven naar personen die nauwe banden hebben met het Kremlin, waaronder Vkontakte, het populairste Russische social media platform.

Het moge duidelijk zijn dat de overheid niet alleen het dissidente geluid online de mond probeert te snoeren. Het najaar van 2011 en de lente van 2012 gingen gepaard met ongekend massale en vreedzame protesten, aangewakkerd door ondeugdelijke parlementsverkiezingen en door de naderende terugkeer van Poetin als president.

Dit heeft het Kremlin blijkbaar angst ingeboezemd en vernederd. Een van de laatste protesten, op het Bolotnaya Plein in Moskou aan de vooravond van Poetins beëdiging in mei 2012,  eindigde in confrontaties tussen de politie en enkele tientallen demonstranten. Door een groot aantal demonstranten aan te klagen voor deelname aan massademonstraties en rellen, en door sommigen van hen gevangen te zetten, gaven de autoriteiten een grimmige boodschap: blijf weg van de straten, tenzij je naar de gevangenis wilt.

Een aantal maanden geleden werd de maximumstraf voor deelname aan grootschalige rellen verhoogd naar vijftien jaar cel. En er ligt een nieuw wetsvoorstel bij het parlement die strafrechtelijke aansprakelijkheid introduceert voor herhaaldelijke deelname aan illegale openbare bijeenkomsten, met een maximumstraf van vijf jaar achter tralies.

Tegen deze achtergrond zetten de door het Kremlin gesponsorde media demonstranten consequent weg als pionnen in een door het Westen gesteunde poging het land te destabiliseren en in chaos te storten. De Maidan-protesten in buurland Oekraine, die begin dit jaar leiden tot de val van president Viktor Janoekovitsj, gelden daarbij als schrikbeeld voor het Kremlin.

Maar niet alle wetten komen voort uit de angst van Moskou voor het Oekraiense precedent. De beruchte Russische wet tegen “buitenlandse agenten” blijft een cruciale rol spelen in het hardhandige optreden tegen dissidente geluiden. Deze wet, van kracht sinds november 2012, eist dat belangengroepen die financiële steun ontvangen uit het buitenland, zich registreren als “buitenlandse agenten”, dat voor Russen overduidelijk buitenlandse spionnen betekent. De betreffende groepen hebben zich hier al fel tegen verzet, en tientallen van hen proberen met behulp van de rechter de eis van de autoriteiten aan te vechten dat zij zich moeten registreren.

Het lijkt er overigens op dat de regering deze zomer moe is geworden van de strijd. Een nieuwe wet geeft discretionaire bevoegdheid aan het ministerie van Justitie om te besluiten welke groepen moeten worden geregistreerd als “buitenlandse agenten”. Hun toestemming doet er niet meer toe. Tien bekende onafhankelijke non-gouvernementele organisaties, waaronder verscheidene vooraanstaande Russische mensenrechtenorganisaties, zijn op deze manier gedwongen geregistreerd. Ze zijn Russisch. Ze helpen iedereen in Rusland met het bestrijden van misbruik door ambtenaren. En toch zijn ze nu verplicht om zich in het openbaar te identificeren als door vijandelijke machten gefinancieerde agenten.

Brengt deze aanval op activisme en een overweldigende anti-Westerse hysterie Rusland terug naar de tijden van de Sovjet-Unie? Niet echt. Er is zeker een verschil tussen een totalitaire Staat en een agressieve autoritaire Staat. Maar de hevigheid van dit hardhandige optreden tegen verdedigers van mensenrechten is zeker ongekend in de post-Sovjet Russische geschiedenis.