“Er is een voortdurende dreiging van geweld in psychiatrie”, vertelt ze. “Daarbij gaat het niet alleen om fysieke dwang, maar soms ook om meer subtiele dingen.”

“Je slikt toch maar die kalmeringspil, want anders geven ze je onder dwang een spuitje”, zegt Maya, een studente van eind de twintig die met zelfmoordgedachten kampt en zichzelf geregeld verwondt. “Je laat je toch maar vastbinden aan het bed, want als je naar buiten loopt, bellen ze de politie. Je moet je aan hun regels houden en hun spel meespelen. Het psychiatrische systeem is ontzettend repressief.”

TANDEMplus-medewerkster Céline Godart. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Zoals veel mensen die worstelen met geestelijke gezondheidsproblemen, is Maya (niet haar echte naam) jarenlang heen en weer geslingerd tussen psychiaters, ziekenhuizen, klinieken en verschillende soorten medicatie. Haar ervaring met het systeem is erg negatief en het heeft haar niet geholpen in haar gevecht met het dagelijkse leven.

Haar leven nam een nieuwe richting toen ze in Brussel in contact kwam met TANDEMplus, een mobiel team dat mensen met geestelijke gezondheidsproblemen ondersteunt. Van een diagnose, ziekenhuisopname of medicatie is daarbij geen sprake. De enige ‘behandeling’ die TANDEMplus aanbiedt is ondersteuning in de vorm van regelmatige huisbezoeken waarbij de mensen hun emoties en bezorgheden kunnen delen met de medewerkers. Samen gaan ze op zoek naar oplossingen en pakken ze praktische problemen aan die hen tot een crisis hebben geleid: schulden, onbetaalde energierekeningen, een verwaterd contact met de familie … Ze verwijzen hen ook door naar maatschappelijk werkers en andere diensten.

De ondersteuning gebeurt alleen met de volledige toestemming van de betrokkene, wat meteen ook de filosofie van TANDEMplus weerspiegelt: iedereen moet vrij zijn om hun eigen leven te kunnen leiden. Dit model lijkt in niets op de andere ‘outreachprogramma’s’ in België, en kan tot voorbeeld dienen voor andere Europese landen die mensen met psychosociale beperkingen willen ondersteunen op een manier die hun mensenrechten respecteert.

Nadat een vriend van Maya haar had gewezen op het bestaan van TANDEMplus zocht Céline, een veldwerkster, haar thuis op. Maya vertelde Céline open en eerlijk hoe ze zich voelde, en het resultaat was verbazingwekkend.

 “Céline gaf me voor het eerst het gevoel dat ik op gelijke voet stond met een professionele hulpverlener”, aldus Maya. “Ze oefent geen macht over me uit. Ze is mijn bondgenote in mijn strijd.”

TANDEMplus-medeoprichter Philippe Hennaux. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

TANDEMplus is verschillend van andere outreachprogramma’s die zich richten op geestelijke gezondheid en vaak verbonden zijn met ziekenhuizen. Vaak zijn die niet meer dan een verlengstuk van de ziekenhuizen – met een klemtoon op medicatie en behandeling – buiten de ziekenhuismuren. In plaats daarvan verleent TANDEMplus praktische ondersteuning om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen het dagelijkse leven het hoofd te helpen bieden.

De mensen kunnen rechtstreeks contact opnemen met TANDEMplus, of doorverwezen worden door een vriend, familielid, of huisarts die tijdens de kantooruren een hotline belt. Daarna worden de veldwerkers er per twee op uitgestuurd om een huisbezoek af te leggen. Dat gebeurt doorgaans binnen 24 tot 48 uur na de eerste oproep. Ze maken kennis met de persoon die hulp zoekt, en samen stellen ze een plan op om hun leven weer draaglijk te maken.

Momenteel bestaat het team uit vijf veldwerkers. Het personeel hoeft geen medische achtergrond te hebben, maar de meeste medewerkers komen toch uit de gezondheidszorg of hulpverlening. Ervaring, persoonlijkheid, en het vermogen om relaties op te bouwen zijn belangrijker dan welke andere kwaliteit ook. Ze streven ernaar om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen er weer bovenop te helpen, en hen daarbij uit het ziekenhuis te houden.

“Wij zien geen schizofreen. We zien een mens. Dat is een hemelsbreed verschil.” Philippe Hennaux

 Philippe Hennaux, halfweg de vijftig, is een psychiater die vier jaar geleden heeft geholpen om TANDEMplus oprichten. Hij is een flamboyant man die bruist van de energie en de ideeën. Tientallen jaren lang heeft hij gezien hoe mensen steeds weer werden opgenomen. Dat heeft hem gesterkt in zijn overtuiging dat het traditionele psychiatrische zorgmodel ontoereikend is.

TANDEMplus-medewerkster Céline Godart doorkruist Brussel op de fiets. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

© 2019 Stephanie Hancock pour Human Rights Watch

“Als psychiatrisch patiënt behoor je tot een van de laatste groepen van wie de rechten niet worden gerespecteerd”, aldus Hennaux. “De mensen zijn namelijk bang van jou en van wat je zou kunnen doen.”

Volgens hem moet de psychiatrie in de eerste plaats gebaseerd worden op mensenrechten, vooral wat betreft het recht op zelfbeschikking, waardigheid en weloverwogen toestemming. In plaats daarvan houdt de psychiatrie vaak het midden tussen machteloosheid en dwang, zegt hij. “Ofwel doen ze niks en zeggen ze: ‘Ik kan niks doen voor uw dochter’, ofwel zeggen ze: ‘Hou je maar klaar voor mijn gespierde armen en mijn injectienaalden.’”

 TANDEMplus werkt in het gebied dat zich tussen deze twee extremen bevindt. “We hanteren maar twee regels”, zegt Hennaux. “We laten niemand in de steek en niemand wordt ergens toe gedwongen. Wie ons belt, is een burger. Geen zieke persoon, geen patiënt, geen gebruiker, geen cliënt.”

TANDEMplus geeft de persoon zelf de touwtjes in handen, probeert een ziekenhuisopname te vermijden, en laat niemand tegen zijn of haar wil opnemen. Het personeel doet ook geen beroep op medicatie. De dienst is volledig gratis en ook wie geen ziekteverzekering heeft, krijgt hulp. De hulpbehoevende hoeft dan ook geen identiteitskaart voor te leggen, en zijn of haar naam wordt niet geregistreerd. Ook dankzij die anonimiteit kan hij of zij de controle behouden.

Een willekeurig straatbeeld in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch (NB: De personen die op de foto afgebeeld staan, zijn niet betrokken bij TANDEMplus)

“Wanneer mensen terug thuiskomen, begint alles van voren af aan.” Céline Godart

Céline Godart werkt al drie jaar voor TANDEMplus. Ze straalt rust uit en heeft een zacht, vriendelijk gezicht. Haar ronde schildpadbril verleent haar een serieuze aanblik. Vroeger werkte ze met tieners in psychiatrische ziekenhuizen, maar daar is ze mee gestopt omdat het moeilijk bleek om vooruit te gaan met patiënten in een dergerlijke institutionele omgeving.

“In een ziekenhuis zit je een beetje vast”, vertelt ze. “Je ziet de mensen elke dag, maar je ziet hen nooit in hun eigen omgeving, terwijl die omgeving net erg belangrijk is.”

 Tijdens een ziekenhuisverblijf komt het gewone leven tot stilstand. Veel mensen die nadien thuiskomen kunnen het leven niet meer aan. Godart zegt dat het vaak de kleine dingen zijn die algauw overweldigend worden, en daar probeert zij verandering in te brengen. We behandelen de mensen niet, we proberen hun partner te zijn.

 “Kleine details kunnen zich na verloop van tijd opstapelen en uitgroeien tot onoverkomelijke obstakels”, zegt ze. “Als je na een verhuizing je nieuwe adres niet doorgeeft, krijg je geen rekeningen meer doorgestuurd. Je kunt die dan ook niet op tijd betalen en uiteindelijk zul je deurwaarders over de vloer krijgen.”

TANDEMplus-medeoprichter, psycholoog Patrick Janssens. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Je zoekt hen thuis op en wat blijkt? Ze hebben duizenden euro’s schulden omdat ze ooit eens de 10 euro voor een bloedtest niet hebben betaald. Het eerste wat we dan zeggen is: ‘Oké, we geven je adreswijziging door opdat het niet van voren af aan zou herbeginnen.’ Vaak zijn het die kleine dingen die ons op de goede weg zetten.”

 Daarna kunnen de relatie en het noodzakelijke vertrouwen zich vlug ontwikkelen.

 “Ik voel vlug een nauwe band met de mensen”, aldus Godart. “We zoeken hen thuis op, maken kennis met hun gezin, hun kinderen herkennen ons. Ons werk bestaat erin dat we de mensen een stevige basis geven zodat ze psychologisch vooruit kunnen gaan.”

“In het ziekenhuis word je niet beter. In bed verandert er niets.” Patrick Janssens

Patrick Janssens komt over als een bescheiden figuur op het moment dat we hem opzoeken in het hoofdkwartier van TANDEMplus. Hij is een aandachtig toehoorder en spreekt zo zacht dat je de oren moet spitsen om hem te verstaan. Misschien zijn het net die eigenschappen die de basis vormen van zijn succes in een wereld waar mensen vaak het gevoel hebben dat niemand hen echt begrijpt.

“Het probleem van de psychiatrie is dat de mensen er hopen dat je zult genezen als je medicatie slikt”, zei Janssens, psycholoog en medeoprichter van het programma. “Dat is niet, of maar zeldzaam, het geval.”

Personeelsvergadering in de kantoren van TANDEMplus in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Hij beleefde zijn eurekamoment toen hij besefte dat de meeste mensen die hen opzoeken al waren behandeld in een ziekenhuis.

Eenenzestig percent van de mensen die het team opzoekt heeft een of meerdere langere periodes in residentiële psychiatrische ziekenhuiszorg achter de rug. 78 percent van hen heeft al een huisarts, een psychiater, of beide. Ze krijgen dus al medische zorg, en toch nemen ze contact op met TANDEMplus. Dat wijst erop dat hun behandeling niet toereikend is.

Voor mensen die alleen maar ervaring hebben gehad met geestelijkegezondheidzorg in een psychiatrisch ziekenhuis, kan de thuisondersteuning een openbaring zijn.

“Niemand wordt beter in een ziekenhuisbed”, zegt Janssens. “Je wordt beter wanneer je contact hebt met mensen, wanneer je je nuttig voelt, of wanneer je beseft dat je je plekje hebt gevonden.”

In 78 percent van die gevallen slaagt TANDEMplus erin om een ziekenhuisopname te vermijden, doorgaans dankzij een combinatie van psychosociale ondersteuning of praktische hulp – waarbij de mensen de controle in eigen handen houden – en de heropbouw van een sociaal ondersteunend netwerk. Links met de familie en de samenleving, die zorgen voor een zingeving en een gevoel van verbondenheid, worden als essentieel beschouwd.

Zaher Amiri, een asielzoeker die kampt met depressie. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Als ik jullie zie, kom ik tot rust.” Zaher Amiri

Richard Boland is een ervaren lid van het team van TANDEMplus. In het verleden heeft hij vaak met vluchtelingen gewerkt en die ervaring komt hem nu goed te pas. Hij heeft Zaher Amiri, een Afghaanse asielzoeker, een aantal weken ondersteund. Amiri moest zijn vrouw en twee zonen achterlaten in een onveilig gebied dat in handen is van de taliban. Al jarenlang probeert hij aan de voorwaarden te voldoen zodat zijn gezin naar België kan komen. Hij snijdt zichzelf om de stress te verlichten. Hij voelt zich vaak suïcidaal.

“De situatie van Amiri is erg complex”, vertelt Richard. “Ik heb hem een goede advocaat bezorgd, en we hebben geprobeerd om zijn asielprocedure in goede banen te leiden.”

Na weken van regelmatige bezoeken, beschouwt Amiri Richard als een vriend. “Als ik jullie zie, kom ik tot rust”, zegt Amiri tegen Richard. Ze zitten, met een thermoskan muntthee tussen hen in, te praten in Amiri’s bescheiden flat op de benedenverdieping, die vol is met spullen die zijn leven samenvatten: geopende doosjes medicatie, stapels papieren, een telefoon waarmee hij videogesprekken voert met zijn zonen ... “Jij zoekt me op, je legt afspraken vast met advocaten, je gaat met me mee naar de dokter. Dat is allemaal heel goed voor mij.”

“Toen ze me opzochten, bevond ik me in een crisis.” Florence

TANDEMplus-medewerker Richard Boland in gesprek met Zaher Amiri in Amiri’s appartement. Amiri is een asielzoeker die kampt met depressie. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Florence heeft lang, blond haar. We hebben afgesproken op een caféterras. Op haar neus heeft ze een donkere zonnebril die haar aan een filmster doen denken. Maar haar zonnebril kan de tranen die over haar wangen vloeien niet verbergen. Het hele interview lang blijft Florence huilen, ook al blijft ze de hele tijd opvallend rustig en beheerst.

“Toen ze me opzochten, bevond ik me in een crisis”, vertelt de 47-jarige moeder en grootmoeder. Ze had een traumatische aanranding overleefd, maar was zo bang geworden dat ze de deur niet meer uit durfde. “Ik lag thuis opgerold. Ik woog nog nauwelijks 49 kilo.”

“Mijn huisarts stelde voor om contact op te nemen met het mobiele team. Ze waren met z’n tweeën. Ze waren erg aardig, en benaderden me niet met medelijden. Ze hebben me geholpen om bepaalde dingen onder woorden te brengen. Ze hebben follow-upafspraken ingepland met een nieuwe psycholoog. Als je zo vaak verkeerd bent behandeld [door artsen] dan is je vertrouwen zoek. Maar hen vertrouwde ik meteen.”

“Het is niet onze ambitie om te bewijzen dat ziekenhuizen niet werken. Maar dat is wel wat we zien.” Patrick Janssens

Een willekeurig straatbeeld in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch (NB: De personen die op de foto afgebeeld staan, zijn niet betrokken bij TANDEMplus)

Er worden steeds meer mobiele gezondheidszorgteams ingezet, maar toch ligt het aantal gedwongen opnames hoog in België. Het land beschikt een van de hoogste aantallen psychiatrische bedden per hoofd van de bevolking van de Europese Unie: gemiddeld 136 bedden per 100.000 inwoners, tegenover het Europese gemiddelde van 69. En de kosten voor de overheid zijn hoog. Een verblijf van dertig dagen in een psychiatrisch ziekenhuis kost €4.718 euro, datzelfde verblijf in een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis kost €10.339 euro, terwijl in de gemeenschap gewortelde zorg veel rendabeler is.

De inzet van mobiele teams is een goedkopere manier om ondersteuning te bieden aan mensen in acute crisissituaties. De teams kunnen met dezelfde middelen ook veel meer mensen ondersteunen dan de ziekenhuizen. Zoals blijkt uit de eigen gegevens van TANDEMplus zijn ziekenhuizen niet alleen duurder, ze zijn ook niet altijd even efficiënt.

En dat is voor sommige mensen een bron van ergernis, stelt medeoprichter Patrick Janssens.

“Het is [voor de ziekenhuizen] vervelend dat uit onze cijfers blijkt dat veel dingen onopgelost blijven na een ziekenhuisopname”, vertelt Janssens. “Maar we zijn er helemaal niet op uit om de ziekenhuizen te sluiten. Voor mij bestaat de uitdaging erin om onze activiteiten voort te zetten, ondanks de concurrentie van de residentiële psychiatrie.”

Het is evenwel belangrijk om te onderstrepen dat de kostenefficiëntie van de mobiele teams geen reden is om minder te investeren in de geestelijkegezondheidszorg. Integendeel: er zijn meer middelen nodig. Het feit dat zoveel mensen, zelfs nadat ze een gespecialiseerde medische behandeling hebben ondergaan, contact opnemen met TANDEMplus, wijst erop dat de behoefte aan doeltreffende geestelijkegezondheidszorg groter is dan ooit tevoren.

TANDEMplus-medewerker Steven van der Auwera zoekt een vrouw thuis op. Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Onze kracht is ook onze beperking” Steven Lambrecht, medewerker van TANDEMplus

Het kleine team van TANDEMplus slaagt erin om een gemiddelde van 400 mensen per jaar te helpen. Dat is al heel wat, maar met meer personeel zouden ze nog meer mensen kunnen ondersteunen. In het ideale geval zou de overheid meer investeren in persoonsgerichte programma’s zoals dat van TANDEMplus. Er zijn namelijk nog beperkingen, zoals het feit dat oproepen alleen tijdens de kantooruren en op werkdagen worden beantwoord.

Een andere moeilijkheid heeft te maken met hoe het team zich terugtrekt nadat ze een sterke band hebben opgebouwd met diegene die ze opzoeken. De richtlijnen van TANDEMplus stellen voor dat het ‘engagement’ van korte duur zou moeten zijn, in het beste geval niet langer dan zes weken. Maar Janssens beseft dat dat moeilijk kan zijn.

“We proberen een netwerk op te bouwen, of opnieuw op te bouwen, rond diegene die we ondersteunen en daarna trekken we ons terug”, aldus Janssens. “Dat is niet makkelijk want de mensen hechten zich altijd.”

De strikte regels over toestemming, waarmee TANDEMplus zich onderscheidt van andere, hebben ook zijn nadelen: sommige mensen die hulp kunnen gebruiken, krijgen die helaas niet.

TANDEMplus-medewerker Steven Van der Auwera op weg naar een huisbezoek. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

“Het hele model is opgebouwd rond de instemming van de persoon zelf”, vertelt Philippe Hennaux, medeoprichter van het programma. “Er zijn heel wat mensen die we niet kunnen helpen omdat ze zeggen: ‘We willen jullie niet zien.’ Daar heb ik nog geen oplossing voor.”

De interacties kunnen ook abrupt eindigen.

“Als je me bij je thuis uitnodigt, is dat jouw huis, en geen ziekenhuis”, zegt Hennaux. “Je mag me een kop koffie geven, maar net zo goed mag je me daarna vragen op te donderen en niet meer terug te komen. Dat moet ik dan respecteren.”

“Ze zegt altijd de juiste dingen” Maya

Gelijkwaardigheid maakt de kern uit van de filosofie van TANDEMplus. Mensen zoals Maya, die in het verleden onder dwang zijn behandeld, zijn vaak bang voor psychiatrie, en die angst is begrijpelijk.

“Ook als je je vrijwillig laat opnemen, kan de opname onvrijwillig worden”, aldus Maya. “Ze kunnen je altijd een injectie geven of je niet naar huis laten gaan.”

Maya zegt dat de gedwongen behandelingen ertoe hebben geleid dat ze in het verleden weigerde mee te werken, maar in Céline Godart van TANDEMplus heeft ze alle vertrouwen, want ze weet dat ze het beste met haar voorheeft.

Personeelsvergadering in de kantoren van TANDEMplus in Brussel, België. © 2019 Stephanie Hancock voor Human Rights Watch

Maya had TANDEMplus opgebeld en gezegd dat ze van een brug zou springen. Een paar minuten later was Godart al bij haar. Maya heeft haar leven aan haar te danken.

“Céline is de enige die aan mijn kant staat”, zegt Maya. “Ze slaagt erin om me te overtuigen iets te doen, voor mezelf te zorgen, terwijl anderen dat niet kunnen.”

************************************************

De methode

Op dit moment beschikt TANDEMplus over een team van vijf veldwerkers. Zodra er een oproep binnenkomt van iemand die hulp zoekt voor zichzelf of voor iemand anders, beslist het team wie het best geschikt is om de betrokken persoon op te zoeken en een persoonlijke band met hem of haar tot stand te brengen. De veldwerkers leggen gemiddeld drie tot zes huisbezoeken per dag af. Ze verplaatsen zich met het openbaar vervoer of op de fiets. De bezoeken vinden meestal thuis plaats, maar indien de betrokken persoon dat wenst, kan er ook uitgeweken worden naar een andere plek, zoals een café.

De personeelsleden hoeven niet medisch geschoold te zijn, al hebben de meesten een verleden als gezondheidzorgverlener of hulpverlener. Het team heeft één psychiater beschikbaar, maar die begeleidt de veldwerkers als ze erom vragen. De personeelsleden krijgen geen handleiding, hoeven geen afgelijnde taken uit te voeren, en leren al doende. Ervaring, persoonlijkheid, en het vermogen om relaties op te bouwen zijn belangrijker dan welke andere kwaliteit ook.

Doorgaans wordt er met z’n tweeën samengewerkt, maar als ze de betrokken persoon goed hebben leren kennen, kan één veldwerker ook alleen gaan werken. Het contact wordt strikt beperkt in de tijd, in het beste geval tot zes weken, maar in complexere gevallen kan het contact langer worden voortgezet. Nadat de veldwerkers een ondersteuningsstructuur hebben opgezet voor de betrokken persoon trekken ze zich terug, zodat ze geen deel gaan uitmaken van het leven van de persoon die ze helpen.