Chiel, Jamie en Marvin met zijn bokstrainer Izi. Uit: Inside Out / Portraits of Cross-gender Children door Sarah Wong. Inside Out is in Nederland tot stand gekomen door samenwerking van fotografe Sarah Wong en Volkskrant journaliste Ellen de Visser die gedurende een periode van zeven jaar het leven van transgender kinderen heeft gedocumenteerd.

© 2010 Sarah Wong

(Amsterdam) – Het Nederlands Burgerlijk Wetboek schendt de rechten van transgender mensen en de regering moet de wet zonder verder uitstel aanpassen, zegt Human Rights Watch in een vandaag uitgebracht rapport.  De regering dient artikel 28 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen, waarin het vereiste staat dat transgender mensen hormoon preparaten moeten nemen en een operatie moeten ondergaan om hun lichaam te veranderen zodat ze permanent en onherroepelijk onvruchtbaar zijn gemaakt voordat ze aanspraak kunnen maken op een wettelijke erkenning van hun  gender in officiele documenten, aldus Human Rights Watch.

Het 85 pagina’s tellende rapport, “De overheid moet uit ons ondergoed blijven (Controlling bodies, denying identities): Mensenrechtenschendingen van transgender personen in Nederland” laat de impact op het dagelijks leven van transgender mensen zien van artikel 28 van Boek 1 Burgerlijk Wetboek, dat in 1985 werd ingevoerd. De voorwaarden schenden de rechten van persoonlijke autonomie en lichamelijke integriteit en ontzeggen transgender mensen de mogelijkheid hun eigen gender identiteit te kiezen, zegt Human Rights Watch. De wet moet zo worden aangepast dat de mensenrechten van transgender personen worden gerespecteerd door  medische en wettelijke kwesties voor transgender mensen van elkaar te scheiden. Wettelijke erkenning van hun gender identiteit mag niet afhankelijk worden gemaakt van enigerlei vorm van medische ingrepen, zegt Human Rights Watch.

“De Nederlandse wet veroorzaakt verdriet en ergernis bij transgender mensen die geen operatie hebben ondergaan,” zegt Boris Dittrich, advocacy directeur van het seksuele minderheden programma van Human Rights Watch. “Hun identiteitspapieren zijn niet in overeenstemming met hun diep gevoelde genderidentiteit. Dit leidt ertoe dat zij vaak publiekelijk worden vernederd, dat zij slachtoffer van discriminatie zijn en grote problemen hebben bij het vinden en behouden van een baan.”

Voor het rapport heeft Human Rights Watch 28 transgender mensen geinterviewd en daarnaast ook professionals uit de medische wereld, juridische deskundigen, overheidsfunctionarissen,  vertegenwoordigers van non gouvernementele organisaties en wetenschappers.

Een transgender persoon die door Human Rights Watch werd geinterviewd, zei over de wet: “Het is onnodig confronterend en traumatiserend voor mensen die toch al erg kwetsbaar zijn. Je laat mensen onnodig lang tussen twee werelden leven.”

Een andere geinterviewde somde de bezwaren tegen artikel 28 BW als volgt op: “De overheid moet uit ons ondergoed blijven.”

In 1985 introduceerde  Nederland als een van de eerste Europese landen wetgeving die het transgender mensen mogelijk maakte hun geregistreerde gender te veranderen.  Ruim een kwart eeuw later is Nederland haar leidende rol kwijtgeraakt, zegt Human Rights Watch. De wetgeving die toen een progressieve ontwikkeling weergaf, loopt volledig uit de pas met de huidige goede  voorbeelden uit het buitenland en interpretatie van Nederland’s verplichtingen krachtens de internationale mensenrechtenwetgeving.

Verschillende Europese landen zoals Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Spanje hebben de vereisten van operatie en hormoonbehandeling al afgeschaft. Volgens de huidige wet in Nederland moeten transgender mensen een zware operatie ondergaan die een lange periode van herstel met zich mee brengt, voordat zij hun officiele geslacht mogen wijzigen.

De rechten van transgender mensen op het gebied van persoonlijke autonomie en lichamelijke integriteit worden beschermd door de Nederlandse Grondwet (met alleen uitzonderingen daarop bij wet te maken), alsmede door verschillende internationale mensenrechten verdragen die door Nederland zijn geratificeerd, zoals bijvoorbbeeld het Internationale Verdrag van burgerrechten en politieke rechten (BUPO) en de Europese Verdrag van de rechten van de mens (EVRM).

“Het duurt jaren voordat transgender mensen aan de voorwaarden van artikel 28 kunnen voldoen,” zegt Dittrich. “ Gedurende al die tijd moeten zij met identiteitsdocumenten leven die een fundamenteel aspect van hun persoonlijkheid ontkennen. Voor transgenders die geen operatie willen en daarom nooit hun officiele genderidentiteit kunnen veranderen, duren deze belemmeringen levenslang.”

Voor veel transgender mensen is het ontzettend moeilijk om de baan die ze hebben te behouden of om nieuw werk te vinden. “Als ik een nieuw identiteitsdocument had, zouden mijn sollicitatiegesprekken niet gaan over wat het betekent om transgender te zijn,” vertelde een vrouw aan Human Rights Watch.

 Een man beschreef hoe hij over het hoofd werd gezien in een wachtkamer van het ziekenhuis, terwijl de verpleegster van haar papieren opkeek en “mevrouw K.” zocht.

Bij het wijzigen van de wet zou Nederland zich moeten laten leiden door de “Yogyakarta Beginselen met betrekking tot de toepassing van Internationale mensenrechtenwetgeving in relatie tot Seksuele Orientatie en Genderidentiteit”. De Yogyakarta Beginselen moedigen regeringen aan om maatregelen te introduceren die het aan iedereen toestaan om zelf de eigen genderidentiteit te kiezen. Weliswaar zijn de Yogyakarta Beginselen niet bindend, maar de beginselen worden door de Nederlandse overheid ondersteund. In Maart 2008 bracht de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, in een verklaring voor de Verenigde Naties naar voren dat de Nederlandse regering deze beginselen onderschrijft. De minister riep de andere VN-lidstaten op het Nederlandse voorbeeld te volgen en de beginselen eveneens te omarmen.

De Nederlandse overheid moet ook het recht van transgender mensen beschermen om een voornaam te kiezen die bij hun gender identiteit past, zegt Human Rights Watch. Dit recht moet los staan van de geregistreerde genderidentiteit. Onder de huidige wet ontzeggen sommige rechters aan een transgender persoon het recht op de keuze van een voornaam, omdat ze het “ongepast” vonden dat de voornaam niet overeenstemde met het geregistreerde geslacht.

In de nieuwe wettelijke regeling dient ook een voorziening opgenomen te worden die het voor sommige transgender kinderen mogelijk maakt hun wettelijke geslacht te veranderen voordat ze meerderjarig worden, mits het in het belang van het desbetreffende kind is, zegt Human Rights Watch. Er moet geen minimum leeftijd ingevoerd worden. In plaats daarvan moeten de individuele omstandigheden van elk kind bepalend zijn of het in hun belang is om de wettelijke geslacht te veranderen.

“Het transgender kind moet in staat worden gesteld zijn mening te geven of het noodzakelijk is het wettelijke geslacht te veranderen. Naar mate het kind ouder is en bijna meerderjarigs moet er meer belang aan diens mening worden gehecht,” zegt Dittrich.

Sinds 2009 heeft de vorige en huidige Nederlandse regering toegezegd artikel 28 te zullen veranderen. Laatstelijk nog heeft de Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie in Maart 2011 beloofd een wetsvoorstel voor de aanvang van het zomerreces 2011 te presenteren, waarin de voorwaarde van onvruchtbaarmaking om een erkenning van de nieuwe genderidentiteit te krijgen zou worden afgeschaft. Het wetsvoorstel is tot op heden niet ingediend.

“Transgender mensen zijn het zat om te wachten en loze beloften aan te horen,” zegt Dittrich. “Ze willen een wettelijke verandering en wel nu. Voordat een nieuwe wet in werking treedt, gaat er erg veel tijd overheen. Ondertussen gaan transgender mensen dagelijks gebukt onder vernederingen, discriminatie en frustraties.”