Reden tot Bezorgdheid

De Belgische Terrorismebestrijdingsmaatregelen na de Aanslagen in Parijs en Brussel

Samenvatting

Op 13 november 2015 eisten gecoördineerde aanslagen op, onder meer, een concertzaal en een sportstadion in Parijs 130 doden en honderden gewonden. De gewapende extremistische groepering Islamitische Staat (IS) eiste nadien de verantwoordelijkheid op. Vier maanden later, op 22 maart 2016, vielen er bij gecoördineerde aanslagen op Brussels Airport en een Brussels metrostation 32 dodelijke en honderden gewonde slachtoffers. Opnieuw eiste IS de verantwoordelijkheid op. Deze aanslagen waren de dodelijkste die beide landen de voorbije decennia op hun grondgebied hebben gekend.

De daders van beide reeksen aanslagen konden worden gelinkt aan België, het West-Europese land met het hoogste aantal geregistreerde rekruten van islamitische gewapende groeperingen per hoofd van de bevolking.

België heeft het afgelopen jaar een reeks problematische terrorismebestrijdingswetten aangenomen, schrijft Human Rights Watch in een rapport dat vandaag is vrijgegeven.

Het antwoord van de Belgische overheid bestond uit de aanname van een hele reeks nieuwe terrorismebestrijdingswetten en -besluiten. Daarbovenop werden meer dan 1.800 militairen ingezet in de grote steden. De Belgische politie heeft honderden invallen, aanhoudingen en stops-and-searches (staandehoudingen en fouilleringen) verricht. De acties vonden onder meer plaats in de Brusselse gemeente Molenbeek, de thuisbasis of een tussenstation van heel wat daders van de aanslagen in Parijs en Brussel. Mee op basis daarvan kon de overheid 43 verdachten veroordelen en 72 anderen in beschuldiging stellen wegens aan terrorisme gerelateerde misdrijven.

Overheden hebben de plicht om de bevolking te beschermen tegen gruweldaden zoals de aanslagen in Parijs en Brussel, en om de daders ter verantwoording te roepen. Toch roepen de Belgische maatregelen ook ernstige vragen op wat betreft het respect voor de mensenrechten. In een aantal gevallen ging het politieoptreden gepaard met machtsmisbruik, zoals mishandeling of andere buitensporig geweld, zo blijkt uit onderzoek van Human Rights Watch.

De Belgische overheid verklaarde dat de terrorismebestrijdingsmaatregelen berustten op de mensenrechten. ‘België staat voor een open en democratische samenleving waarin mensenrechten en fundamentele vrijheden centraal staan’, aldus de regering in een schriftelijk antwoord op de bevindingen van Human Rights Watch. ‘We zijn en blijven vastberaden om die waarden te beschermen in ons antwoord op terrorisme.’ De verklaring benadrukt dat de overheid heeft gekozen voor een ‘resoluut holistische aanpak’ van de terrorismebestrijding. Die aanpak bestaat onder meer uit programma’s die jongeren moeten afhouden van gewelddadig extremisme, die spanningen moeten wegnemen in de gemeenschappen waar de operaties plaatsvinden, en die de diversiteit moeten promoten.

Toch blijkt uit de analyse van Human Rights Watch dat minstens zes van de nieuwe wetten en besluiten een bedreiging inhouden van de fundamentele rechten. Een wet die toelaat de Belgische nationaliteit af te nemen van mensen met een dubbele nationaliteit, kan leiden tot de perceptie dat er een klasse van ‘tweederangsburgers’ wordt gecreëerd op basis van afkomst en etniciteit. Een amendement aan het strafwetboek, dat het afreizen uit België ‘met terroristische bedoelingen’ strafbaar maakt, omvat vaag taalgebruik dat kan leiden tot een inperking van de vrijheid om te reizen, zonder bewijs dat de desbetreffende personen van plan zijn extremistische gewapende acties in het buitenland te ondernemen of te steunen. Een maatregel die de overheid de bevoegdheid geeft om paspoorten en nationale identiteitskaarten op te schorten of in te trekken voor een periode van zes maanden, mist de belangrijke dekking van de voorafgaande rechterlijke toetsing.

Een wet betreffende gegevensbewaring die telecombedrijven verplicht om de overheid op verzoek informatie te verschaffen over hun klanten, doet ernstige vragen rijzen op het vlak van de privacy. Een bepaling die leidt tot een afzwakking van de bewijslast om terreurverdachten in voorarrest te kunnen nemen, kan het recht op vrijheid inperken. En een brede maatregel die het indirect aanzetten tot terrorisme strafbaar maakt, kan de vrijheid van meningsuiting fnuiken.

Een maatregel maakt de langdurige eenzame opsluiting mogelijk van alle gevangenen die zijn beschuldigd van, of veroordeeld voor, aan terrorisme gerelateerde delicten. Dat is een wrede, onmenselijke en vernederende behandeling die uiteindelijk kan neerkomen op foltering. Op dit moment gaat het om 35 gedetineerden. In één geval, dat Human Rights Watch met bewijsstukken kon staven, hield de gevangenisdirectie een gedetineerde tien maanden lang in eenzame opsluiting, ook al had hij tegen de derde maand geprobeerd zijn polsen open te snijden. Een andere gevangene werd acht maanden lang in eenzame opsluiting vastgehouden, ondanks de waarschuwing van een door de gevangenis aangestelde psychiater dat hij ‘tegen de muren praatte’.

De inzet van militairen kan een gerechtvaardigde en proportionele maatregel zijn. Niettemin is een langdurige inzet van het leger in een civiele politiecontext onwenselijk. In tijden van gewapend conflict is het de taak van de militairen om vijandige troepen uit te schakelen door middel van onder meer dodelijk geweld. De rol van de politie daarentegen bestaat erin het gebruik van geweld te beperken tot het absolute minimum dat nodig is om de orde te handhaven. Het doden van mensen wordt daarbij beschouwd als een allerlaatste redmiddel.

In februari, mei, juni en september 2016 heeft Human Rights Watch België bezocht in het kader van het onderzoek naar het politieoptreden. Er werden 26 incidenten gedocumenteerd waarbij de Belgische federale of lokale politie blijkbaar gewelddadig of discriminerend gedrag vertoonde tijdens terreurbestrijdingsoperaties. In tien gevallen was er kennelijk sprake van buitensporig gebruik van geweld, waarbij vier mensen fysiek werden mishandeld. In 25 gevallen werd het kennelijke misbruik aan de kaak gesteld door moslims. Op één na waren ze allemaal van Noord-Afrikaanse afkomst. Slechts een van de verdachten werd aangeklaagd wegens terrorismemisdrijven, maar uiteindelijk bleek het te gaan om een geval van persoonsverwisseling.

Vijf mannen die het doelwit waren van een inval, en de advocaat van een zesde man, beschreven hoe de politie deuren intrapte, etnische of religieuze toespelingen schreeuwde, of hen hardhandig in bedwang hield, ook al boden ze geen verzet bij hun arrestatie. In vier gevallen zou de politie ook fysiek geweld hebben gebruikt. De advocaat verklaarde dat de politie zijn cliënt op het hoofd sloeg met een geweer terwijl die zijn zoontje van twee een flesje melk gaf. De man verloor het bewustzijn en de agenten zwierden het kind hardhandig naar een muur toe. In drie gevallen kon Human Rights Watch de medische dossiers inkijken. Steeds was sprake van kneuzingen en andere letsels die wezen op fysiek geweld. In één dossier werd ook melding gemaakt van kneuzingen en snijwonden in het gezicht van het tweejarige kind.

Human Rights Watch heeft 15 mannen en mannelijke adolescenten geïnterviewd. Die verklaarden dat de federale of lokale politie hen beledigde en bedreigde. Vier geïnterviewden gaven aan dat ze tegen auto’s werden gesmakt of geslagen zijn toen ze in het kader van de terrorismebestrijding in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel staande gehouden en gefouilleerd werden. Een jongen van 16 verklaarde dat hij kort na de aanslagen in Parijs is opgepakt en zes uur lang is vastgehouden omdat hij een straat afrende. Hij zei dat hij rende omdat hij anders te laat zou komen op een afspraak met iemand van zijn familie.

Veel betrokkenen verklaarden dat het hardhandige gedrag hun een trauma heeft opgeleverd, in die mate dat ze zelfs psychologische hulp hebben gezocht. Een aantal van hen beweerde dat hun werkgever hen heeft ontslagen toen hij vernam dat de politie hun huis was binnengevallen of dat ze aangehouden waren, ook al zijn ze van geen enkele misdaad beticht. In drie gevallen waren er jonge kinderen aanwezig tijdens de inval. Hun ouders of advocaten zeiden dat de kinderen maandenlang tekenen van angst vertoonden. Zo hadden ze nachtmerries of werden ze angstig toen ze agenten zagen of iets hoorden aan de deur.

In een schriftelijk antwoord aan Human Rights Watch liet de Belgische regering weten dat ze ‘een aantal incidenten’ onderzocht van kennelijk ‘verbaal of fysiek geweld’ gepleegd door politieagenten in de nasleep van de aanslagen, en dat er ‘zal worden overgegaan tot toepasselijke sancties en vergoedingen’ in het geval van wandaden. ‘Dit zijn geïsoleerde incidenten die in geen geval het gevolg zijn van een bewust beleid’, luidde het in de verklaring.

Human Rights Watch is niet goed geplaatst om de reikwijdte van het misbruik door de politie te kunnen bepalen.

Toch wijzen de vele klachten die we optekenden uit de mond van burgers en inwoners van Noord-Afrikaanse origine, en van nationale en plaatselijke mensenrechtenverdedigers, erop dat er in de minderhedengemeenschappen, waar de meeste terrorismebestrijdingsoperaties plaatsvonden, een flink wantrouwen en een onwil heersen om samen te werken met de politie.

‘Het is tegenwoordig niet makkelijk om als Arabier of moslim in Molenbeek te wonen’, aldus ‘Omar’ die stelde dat de politie hem sloeg nadat ze hem hadden aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen in Brussel en hem daarna weer zonder aanklacht hadden vrijgelaten. ‘We worden aangevallen door Islamitische Staat. Ze beschouwen ons als ongelovigen, terwijl we helemaal niets met hen te maken hebben. Tegelijkertijd worden we ook aangevallen door de staat, die zegt dat we betrokken zijn bij Islamitische Staat.’

Vrijwel alle geïnterviewden benadrukten dat ze geen bezwaar hebben tegen de politieacties op zich, maar wel tegen de manier waarop die worden uitgevoerd.

‘Als ik blond was, met blauwe ogen, en ik zou rondlopen met een Gucci tas, dan zouden ze me ongetwijfeld anders hebben behandeld’, aldus Zouzou Ben Chikha. Volgens de acteur had de politie in Gent hem beledigd en had hij zijn schoenen moeten uittrekken in de striemende regen, toen de veiligheidsdiensten het land uitkamden op zoek naar verdachten van de aanslagen in Parijs.

Onder de Belgische wetgeving kunnen individuen een vergoeding vragen voor disproportionele materiële schade, toegebracht tijdens invallen, ook als de politieacties volgens het boekje zijn verlopen. In de gevallen die Human Rights Watch heeft onderzocht, was er geen peil te trekken op die vergoedingen. Ze verschilden van geval tot geval, en vaak werden ze op de lange baan geschoven of leken ze ontoereikend te zijn.

De Belgische federale regering en het parlement zouden hun nieuwe en voorgestelde terrorismebestrijdingswetten en –maatregelen zo gauw mogelijk in detail moeten onderzoeken om er het te algemene taalgebruik uit te halen en om een gepast gerechtelijk toezicht te waarborgen. De directeur van het Belgische gevangeniswezen zou meteen komaf moeten maken met de collectieve toepassing van de langdurige eenzame opsluiting van aan terrorisme gerelateerde gedetineerden. De federale en lokale overheden zouden een nultolerantiebeleid moeten toepassen voor politioneel wangedrag en er tegelijkertijd op moeten toezien dat slachtoffers directe en onpartijdige toegang krijgen tot de rechtsmiddelen waarin de Belgische wetgeving voorziet.

Zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie al hebben aangegeven, zijn schendingen van de mensenrechten niet alleen onwettig, maar kunnen ze ook aanzetten tot terrorisme. Ze kunnen rechtstreeks inspelen op het verlangen van groeperingen zoals IS om de wereld strikt te verdelen tussen Westerse onderdrukkers en onderdrukte moslims.

Aanbevelingen

Voor de Belgische Overheidsinstanties

Federale regering

  • Onmiddellijke beëindiging van het beleid van langdurige en automatische eenzame opsluiting van gevangenen die zijn aangehouden in aan terrorisme gerelateerde zaken. Inwerkingtreding en implementering van een voorziening in de Basiswet betreffende het Gevangeniswezen en de Rechtspositie van de Gedetineerden uit 2005, die voorziet in een bijzondere procedure waarmee gevangenen de wettigheid van hun detentieomstandigheden kunnen aanvechten.
  • Erop toezien dat de inzet van soldaten in de publieke ruimte zowel qua aantal manschappen als in de tijd beperkt blijft tot wat strikt noodzakelijk is om de buitengewone omstandigheden het hoofd te bieden. De activiteiten van het leger net zo grondig monitoren als die van de politie om de naleving van de internationale mensenrechtenwetgeving te garanderen.
  • Samenwerken met het federale parlement om de te algemene bepalingen in de terrorismebestrijdingswetten en –besluiten te herzien. Voldoende gerechtelijk toezicht waarborgen in de wet op de gegevensbewaring van 2016 en in het besluit van 2016 dat toelaat paspoorten en identiteitskaarten op te schorten, en het vage taalgebruik verduidelijken in de wet van 2015 die reizen met ‘terroristische bedoelingen’ strafbaar maakt.
  • Toezien op een vlugge behandeling van zaken van schorsing zonder behoud van loon van personeelsleden van streng beveiligde sites waarin de reclamanten beweren het slachtoffer te zijn van discriminatie op religieuze of etnische gronden. Erop toezien dat werkgevers het achterstallige loon uitbetalen indien er geen vergrijp kan worden aangetoond.
  • Maatregelen treffen om de onafhankelijkheid van het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten (Comité P) te waarborgen. Het Comité P de opdracht geven om cijfergegevens te verzamelen over het politiegedrag tijdens operaties in het kader van terrorismebestrijding en die ook op te nemen in de jaarverslagen.
  • Richtlijnen invoeren voor de politie met betrekking tot identiteitscontroles, met inbegrip van hun plicht om alle individuen op de hoogte te stellen van hun rechten en van de wettelijke basis voor de aanhouding, en om de betrokken personen een ‘aanhoudings’-formulier te overhandigen als bewijs van de identiteitscontrole. Een regelmatige publicatie van statistieken over de identiteitscontroles, ook gebaseerd op locatie, wettelijke basis, leeftijd van de aangehouden persoon, resultaat van de aanhouding, en indien mogelijk op basis van etnische identiteit.
  • Publicatie van de resultaten opgenomen in de regeringsverslagen over etnische profilering door de politie, en implementering van uitvoerige, nationale programma’s om de diversiteit in de federale en lokale politiediensten te verhogen.
  • Oprichting van een Belgisch mensenrechteninstituut dat volledig conform de Principes van Parijs is, en dit na grondig overleg met leden van de burgermaatschappij, met inbegrip van vertegenwoordigers van religies en etnische en raciale minderheden.

Federale, regionale en lokale autoriteiten, met inbegrip van federale en lokale politie

  • Aantijgingen van misbruik door de politiediensten grondig onderzoeken, met inbegrip van handelingen die een raciale, etnische of religieuze inslag hebben; de betrokken personen ter verantwoording roepen via geschikte disciplinaire maatregelen of vervolging.
  • De nadruk leggen op de opleiding van politiemensen, met inbegrip van de hogere ambtenaren, op het vlak van de internationale mensenrechtennormen, daarbij inbegrepen het absolute verbod op zowel onmenselijke en vernederende behandeling en bestraffing als op foltering, op het vlak van het respect voor de diversiteit, en wat betreft de basisprincipes van de Verenigde Naties met betrekking tot het gebruik van geweld en vuurwapens door de politiediensten.
  • Erop toezien dat mensen die materiële schade hebben opgelopen tijdens politieacties gemakkelijk een vergoeding of schadeloosstelling kunnen eisen, zoals voorzien in de Belgische wetgeving. Informatie over de rechten op vergoedingen beter beschikbaar maken. In beslag genomen goederen zo vlug als haalbaar is teruggeven.
  • Een officieel document - bijvoorbeeld van een rechter of een politiecommissaris - overhandigen aan mensen die niet langer onder verdenking staan nadat ze zijn aangehouden, of nadat er bij hen een huiszoeking is gebeurd, om het herstel van eventuele reputatieschade te bevorderen.

Parlementaire onderzoekscommissie naar reactie op aanslagen Parijs en Brussel

  • Onderzoeken welke impact de Belgische terrorismebestrijdingswetten en het desbetreffende beleid, met inbegrip van de acties van de politie en het leger, hebben op de mensenrechten, met inbegrip van het recht op godsdienstvrijheid, het recht op vrijheid van beweging en privacy, en het recht op vrijwaring van foltering, mishandeling, en raciale of etnische discriminatie.

Voor de Europese Unie

Directoraat-Generaal Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, de Coördinator voor Terrorismebestrijding van de Europese Raad, de Commissie in het Europees Parlement voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken

  • België ertoe aanzetten te verzekeren dat de terrorismebestrijdingsmaatregelen, met inbegrip van de wetten, en de acties van de politie, het leger, de Nationale Veiligheidsraad en het gevangeniswezen, de toetsing aan de regionale en internationale mensenrechten doorstaan, met inbegrip van het recht op vrijheid van beweging; vrijheid van meningsuiting en vergadering; vrijwaring van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling; en vrijwaring van discriminatie op basis van geloof, etniciteit of ras; en het recht op privacy.

Voor de Raad van Europa

Commissaris voor de Mensenrechten

  • Toezien op en verslag uitbrengen over de bescherming van de mensenrechten in België in de bestrijding van het terrorisme, met inbegrip van het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling; van het recht op vrijwaring van discriminatie; en van het recht op privacy in het kader van surveillance en gegevensbewaring.

Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing

  • België aanzetten tot de beëindiging van de automatische eenzame opsluiting van gedetineerden in aan terrorisme gerelateerde zaken, en tot de inwerkingstelling en implementering van een voorziening in de Basiswet betreffende het Gevangeniswezen en de Rechtspositie van de Gedetineerden uit 2005, die voorziet in een bijzondere procedure waarmee gevangenen de wettigheid van hun detentieomstandigheden kunnen aanvechten. Tijdens het bezoek van het Comité aan België in 2017: de behandeling onderzoeken van mensen die van hun vrijheid zijn beroofd; onderzoek doen naar de leefomstandigheden van gedetineerden in aan terrorisme gerelateerde zaken, die in langdurige eenzame opsluiting worden gehouden of worden onderworpen aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen, en daar verslag over uitbrengen.

Voor de Verenigde Naties

Speciale Rapporteurs voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden tijdens de terrorismebestrijding; voor foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing; en voor het recht op privacy

  • Een bezoek aan België aanvragen en een doorlichting maken van de Belgische bescherming van de fundamentele vrijheden in de terrorismebestrijding in de context van politiebewaking, van de vooruitgang in de behandeling van beschuldigingen van foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen in politiekantoren of gevangenissen, en in de uitvoering en implementering van terrorismebestrijdingswetten en-besluiten. België ertoe aanzetten om het Optionele Protocol bij het Verdrag tegen Foltering te ratificeren om een onafhankelijke mensenrechtencommissie in het leven te roepen die conform de Principes van Parijs is.

Methodologie

Dit rapport is het resultaat van een veldonderzoek dat Human Rights Watch in februari, mei, juni en september 2016 in België heeft uitgevoerd in onder meer Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent en Vilvoorde. Bijkomend interviewde Human Rights Watch van juni tot oktober 2016 mensen via de telefoon en e-mail.

Human Rights Watch interviewde 23 mensen die melding maakten van fysiek of verbaal geweld, en 10 familieleden of advocaten die mensen vertegenwoordigden die beweerden het slachtoffer te zijn geworden van misbruik door de politie, patrouillerende militairen of gevangenispersoneel. Daarnaast hebben we ook gesproken met meer dan 30 nationale en lokale mensenrechtenactivisten, regeringsleden, in België gevestigde veiligheidsexperts, politieagenten en journalisten. En ten slotte hebben we ook tientallen mediaclips en posts op sociale media onder de loep genomen.

Human Rights Watch heeft de naam veranderd van de meeste geïnterviewden die beweren het slachtoffer te zijn geworden van misbruik door de politie, het leger of bepaalde overheidsinstanties. Ze vreesden namelijk voor represailles door de Belgische overheid of antimoslimgroeperingen. Alle schuilnamen die in dit rapport zijn opgenomen, zijn de voornamen die bij hun eerste vermelding tussen aanhalingstekens zijn geplaatst. In veel gevallen hebben we ook bijkomende details weggelaten, zoals specifieke data en plaatsen - ook die van de interviews - om de geïnterviewde personen maximaal te beschermen. Verschillende mensen die een aanklacht hebben ingediend bij plaatselijke mensenrechtenverdedigers durfden uit angst voor represailles niet met ons te spreken. In sommige gevallen hadden hun advocaten hun aangeraden ons niet te woord te staan. Eén man beweerde dat de politie met represailles had gedreigd als hij ook maar iemand over zijn mishandeling vertelde.

De researchers van Human Rights Watch namen de interviews af in het Engels, het Frans of het Nederlands, en soms werd er ook een tolk ingezet.

Alle deelnemers hebben mondeling ingestemd met de interviews, nadat ze op de hoogte waren gesteld van het opzet en de vrijwillige aard van het interview, en van de manieren waarop de gegevens zouden worden verzameld en verwerkt. We hebben iedereen erop gewezen dat ze mochten weigeren om vragen te beantwoorden en dat ze het interview op elk moment mochten afbreken. Op de bescheiden verplaatsingsonkosten na hebben we geen enkele van de geïnterviewden een vergoeding aangeboden of betaald.

I. Achtergrond

Het Koninkrijk België telt 11,3 miljoen inwoners. Het land heeft een ingewikkelde overheidsstructuur met zeven parlementen, drie officiële talen, en politieke scheidslijnen tussen het Nederlandstalige en het Franstalige landsgedeelte.[1] Brussel, de hoofdstad, huisvest zowel de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) als de instellingen van de Europese Unie.

Moslimminderheden

België heeft kleine, maar groeiende gemeenschappen van religieuze en etnische minderheden. De inwoners met een moslimachtergrond zijn samen goed voor zes procent van de bevolking.[2] De meeste moslims stammen af van Marokkanen die de Belgische overheid in de jaren 1960 en 1970 naar België heeft gehaald om ze tewerk te stellen in de mijnbouw, het fabriekswezen en de bouwnijverheid. Een kleiner deel van de moslimbevolking is van Turkse origine.

In de jaren die daarop volgden, gingen de arbeidersbanen voor de immigranten geleidelijk aan verloren. Tegenwoordig hinken de niet-Europese migranten van de tweede en de derde generatie ver achterop op het vlak van tewerkstelling, onderwijs en kansen. België mag dan wel een van de welvarendste landen van Europa zijn, toch blijkt uit zijn eigen cijfers dat de helft van de inwoners met Marokkaanse roots onder de armoedegrens leeft.[3]

De meeste Belgische moslims wonen in verpauperde gemeenten binnen de stad Brussel, waar ze haast een vierde van de bevolking uitmaken; in Antwerpen, waar ze goed zijn voor bijna een vijfde van het inwonerstal; en in Charleroi, waar ze zowat 16 percent van de bevolking uitmaken.[4] In de Brusselse gemeente Molenbeek woont een van de grootste concentraties moslims van het land.

Nationale en lokale mensenrechtenwatchers hebben de voorbije jaren al meermaals gewaarschuwd voor de toenemende onverdraagzaamheid tegenover etnische en religieuze minderheden in België. Sinds de aanslagen van Brussel en Parijs is de toestand er nog op verslechterd.[5] Bepaalde uitlatingen die reden tot bezorgdheid waren, werden opgetekend uit de mond van regeringsleden.[6]

Gewapend Extremisme

Uit geen enkel ander land in West-Europa hebben zich de voorbije jaren, per hoofd van de bevolking, meer mensen aangesloten, of geprobeerd zich aan te sluiten, bij islamitische militante groeperingen, met inbegrip van de extremistische gewapende groepering Islamitische Staat (ook IS genoemd) dan uit België, zo blijkt uit een aantal studies.[7] Hoewel de stroom in 2016 fors afnam, zijn minstens 457 Belgen naar het buitenland - in de eerste plaats naar Syrië - vertrokken met die bedoeling. Van hen zouden er 114 intussen zijn teruggekeerd, aldus het Belgische Ministerie van Binnenlandse Zaken.[8] Volgens sommige onderzoekers is 600 een realistischer cijfer.[9] Dat soort cijfers moet altijd worden beschouwd als een schatting, omdat de definitie van bewijzen van lidmaatschap van groeperingen zoals IS nogal varieert. Zowat vier op de vijf mensen uit België die zich volgens de overheid hebben aangesloten bij islamitische militante groeperingen, of dat hebben geprobeerd, hebben Marokkaanse roots, aldus Rik Coolsaet, een Belgisch expert op het vlak van gewelddadig radicalisme.[10]

De voorbije jaren zijn verschillende van de dodelijkste aanslagen in West-Europa gepleegd door individuen of cellen die een link met België hadden, meer bepaald met de Brusselse gemeente Molenbeek.[11] Molenbeek was de thuisbasis van een van de daders achter de bomaanslagen op pendeltreinen in Madrid in 2004, waarbij 192 mensen om het leven kwamen en 2.000 anderen gewond raakten. Bovendien was het een tussenstation voor de Fransman die in augustus 2014 vier mensen doodschoot in het Joods Museum in Brussel. Molenbeek was ook een tussenhalte voor de Marokkaanse man die in augustus 2015 een mes trok en het vuur opende aan boord van een hogesnelheidstrein van Brussel naar Parijs en daarbij vier mensen verwondde. De Franse politie vermoedde dat de wapens die zijn gebruikt bij de aanslag op de Joodse supermarkt in Parijs, die kon worden gelinkt aan de aanslag op de redactie van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo, beide in januari 2015, uit Molenbeek afkomstig waren. Bij die twee aanslagen kwamen 16 mensen om het leven.[12]

Bovendien had ook de cel achter de door IS opgeëiste gecoördineerde aanslagen in Parijs, op 13 november 2015, en op Brussels Airport en metrostation Maalbeek, op 22 maart 2016, Molenbeek als uitvalsbasis.[13] (De daders van de aanslagen in Brussel beraamden hun plannen ook in Schaarbeek, een andere Brusselse gemeente.) In Parijs liep het aantal slachtoffers op tot 130. In Brussel kwamen 32 mensen om het leven. Voor beide landen was dat meteen de hoogste dodentol die aanslagen door extremistische gewapende groeperingen hadden geëist in decennia.

Niet alle islamitische militanten die in België wonen, of banden hebben met het land, kwamen uit verpauperde, marginale of ultrareligieuze milieus. De cellen telden ook huiseigenaars, gewezen zakenlui en ordinaire criminelen, zoals ook bendeleden, in hun rangen. Een aantal terrorisme-experts schuift een voorgeschiedenis van vervreemding van en wantrouwen tegenover de overheidsinstanties binnen de Marokkaanse diaspora als mogelijke katalysator naar voren.[14]

Toch hebben veel waarnemers, van sociaal wetenschappers en veiligheidsexperts tot grassrootsactivisten, gewaarschuwd voor een zogenaamd ‘push en pull’-syndroom in België.[15] Bepaalde Belgische jongeren die tot minderheden behoren en zich door de status-quo afgewezen voelen of een wantrouwen zijn gaan koesteren, ‘kunnen makkelijk worden overtuigd dat ze beter af zullen zijn’ als ze zich aansluiten bij IS, aldus Youssef Aouriaghel Kobo, een Belgische blogger en adviseur bij het Brusselse kabinet Gelijke Kansen en Dierenwelzijn.[16]

Uitdagingen voor de Regering

Sinds de aanslag op het Joods Museum in Brussel, in mei 2014, heeft België 43 verdachten veroordeeld en 72 anderen in beschuldiging gesteld wegens aan terrorisme gerelateerde delicten, aldus het Ministerie van Justitie. Ondanks herhaaldelijk aandringen wou het Ministerie van Justitie geen gegevens kwijt omtrent de aanklachten en veroordelingen na de aanslagen in Parijs.[17]

De gelaagde Belgische staatsstructuur is er een met verschillende regeringen, wat de terrorismebestrijding er niet eenvoudiger op maakt. Zowel een commissie die toezicht houdt op de werking van de politie als de media hebben bericht over spaak lopende communicatie binnen het lappendeken van federale, regionale en lokale Belgische diensten in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel.[18] De islamitische militante bedreiging heeft ook geleid tot een overbelasting van de veiligheids- en inlichtingendiensten van het land, aldus terrorismebestrijdingsexperts.[19]

‘De grootste uitdagingen zijn de enorme omvang van de bedreiging – buitenlandstrijders, terreuralarmen – en het beperkte personeelsbestand’, aldus Rik Coolsaet, die als terrorisme-expert is verbonden aan de Universiteit Gent. Volgens Coolsaet kampt de Veiligheid van de Staat, de burgerlijke inlichtingen- en veiligheidsdienst van België (VSSE), al sinds 2008 met een aanzienlijk personeelstekort en probeert de regering dat probleem pas sinds kort aan te pakken.[20]

België telt een 500-tal lopende terrorismedossiers. In een aantal daarvan gaat het om geplande aanslagen. Volgens Claude Moniquet, een in Brussel gevestigde veiligheidsexpert, beschikken de politiediensten over amper 100 tot 120 agenten die zijn opgeleid om dit soort zaken te kunnen onderzoeken.[21]

Net zoals buurland Frankrijk, heeft België na de extremistische gewapende aanslagen militairen ingezet in de grote steden die samen met de politiediensten de openbare veiligheid moeten waarborgen. Anders dan in Frankrijk heeft de Belgische regering geen noodtoestand uitgeroepen en de politiediensten niet gemachtigd om zonder gerechtelijk bevel invallen uit te voeren of verdachten onder huisarrest te plaatsen. Human Rights Watch en Amnesty International zijn tot de bevinding gekomen dat de Franse politiediensten zich tijdens huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel in een aantal gevallen te buiten zijn gegaan aan gewelddadig en discriminerend gedrag.[22]

De Belgische federale regering onderscheidt vier niveaus van terreurdreiging om de bevolking te waarschuwen voor mogelijke aanslagen door islamitische militanten of voor andere grote veiligheidsbedreigingen.

Op 15 januari 2015 heeft het Belgische Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) dreigingsniveau 3 (‘ernstig’) in voege laten treden voor het hele land. Dat is het op één na hoogste niveau (niveau 4, of ‘zeer ernstig’ en ‘imminent’).[23] De veiligheidsmaatregel kwam enkele uren nadat politieagenten in Verviers twee mannen hadden doodgeschoten die ervan verdacht werden op korte termijn militante aanslagen te willen plegen.[24] Een week eerder hadden in Parijs de aanslagen op Charlie Hebdo en op de Joodse supermarkt plaatsgevonden.

Op 13 november 2015, na de aanslagen in Parijs, kondigde het OCAD dreigingsniveau 4 af en ging Brussel vijf dagen in een lockdown.[25] Op 22 maart, na de aanslagen in Brussel, kondigde de regering opnieuw dreigingsniveau 4 voor twee dagen af, en werden alle passagiersvluchten vanaf Brussels Airport opgeschort.[26] De regering heeft evenwel de bewegingsvrijheid niet aan banden gelegd of een lockdown zoals die na de aanslagen in Parijs opgelegd.

Dreigingsniveau 3 en 4 hebben geleid tot de inzet van militairen en een verhoogde beveiliging van overheidsinstellingen, zeehavens en grenzen. Het decreet uit 2006 waarmee het waarschuwingssysteem in het leven is geroepen, gaat niet dieper in op de specifieke acties die de overheid kan ondernemen onder een bepaald niveau.[27] In januari 2015 kondigde de regering in een verklaring dreigingsniveau 3 af: ‘Omwille van de efficiëntie en voor de veiligheid van de betrokken personen, worden de veiligheidsmaatregelen niet verder gedetailleerd.’[28]

Belgische Politiediensten en Minderheden

De Belgische federale en lokale politiekorpsen tellen amper moslims of mensen van Noord-Afrikaanse of Turkse origine in hun rangen. Dat geldt ook voor de korpsen die actief zijn in de minderhedengemeenschappen die sinds 2015 centraal staan in de terrorismebestrijdingsacties. Unia, het Belgische agentschap voor racismebestrijding, drukte in 2016 zijn bezorgdheid uit over de houding van de politie tegenover etnische minderheden:

Unia signaleert al langer dat bij een aantal politiemensen vooroordelen leven ten aanzien van vreemdelingen en van moslims in het bijzonder. De antidiscriminatiewetten en de Antiracismewet blijven te weinig gekend of worden gerelativeerd. De bestaande zwijgcultuur en het gebrek aan de juiste vaardigheden om te reageren bij grensoverschrijdend gedrag blijven verhinderen dat politiemensen ingrijpen wanneer ze bij collega’s daden zien of uitspraken horen die onaanvaardbaar zijn.[29]

Dit rapport laat de eventuele vooringenomenheid van de politie buiten beschouwing. Niettegenstaande heeft Human Rights Watch herhaaldelijk klachten over het politieoptreden ontvangen van moslims, inwoners van Noord-Afrikaanse of Turkse afkomst en antidiscriminatieactivisten. Daaruit blijkt dat er in de minderhedengemeenschappen een problematisch wantrouwen tegenover de ordehandhavers leeft.[30] Vier politie-inspecteurs met een lange staat van dienst, onder wie drie moslims, verklaarden tegenover Human Rights Watch dat er volgens hen sprake was van etnische of religieuze profilering door de politiediensten.[31]

Een parlementaire onderzoekscommissie buigt zich over de bewering van een van de drie mosliminspecteurs die op 7 december 2015 een rapport had ingediend betreffende de mogelijke schuilplaats van de meest gezochte verdachte van de aanslagen van Parijs. Vooroordelen tegenover moslims zouden ertoe hebben geleid dat een Mechelse politiecommissaris verder geen aandacht schonk aan het rapport.[32] Op 18 maart, vier dagen voor de aanslagen in Brussel, werd de verdachte, Salah Abdeslam, aangetroffen op het adres dat in het tegengehouden rapport stond vermeld. Naar verluidt, zou Abdeslam hebben bekend dat hij aanslagen in Brussel beraamde terwijl hij voorvluchtig was.[33] De Mechelse politiecommissaris bevestigde dat zijn dienst het rapport heeft tegengehouden, maar ontkende kwade opzet.[34] De parlementaire onderzoekscommissie is opgericht om de reactie van de regering op de aanslagen van Parijs en Brussel te evalueren.

In 2016 heeft de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties onderzoek gevoerd naar de toestand op het vlak van de mensenrechten in België. Die procedure wordt een Universele Periodieke Evaluatie (UPR) genoemd.[35] Uit het onderzoek is bezorgdheid omtrent een racistische of antimigrantenhouding binnen de Belgische ordehandhaving naar voren gekomen. In een schriftelijk antwoord verklaarde België zich akkoord met de invoering van een nationaal actieplan tegen racisme, xenofobie en onverdraagzaamheid. Er is ook een onderzoek gevoerd naar etnische profilering binnen de politieorganisatie, luidde het verder.[36] ‘Racisme, discriminatie en aanzet tot raciale of religieuze haat zijn in België verboden en worden navenant bestraft’, aldus de verklaring.[37]

In een schriftelijke reactie op een samenvatting van Human Rights Watch van de bevindingen die zijn opgenomen in dit verslag, verklaarde de Belgische federale regering dat ‘etnische/religieuze diversiteit binnen de politiediensten door een aantal waarnemers inderdaad naar voren is geschoven als een belangrijke uitdaging’ sinds de aanslagen van 22 maart. In de verklaring luidde het ook dat overheidsinitiatieven om die uitdaging het hoofd te bieden onder meer een pilootproject in Antwerpen omvatten. Met dat project willen de politiediensten jongeren uit minderhedenmilieus rekruteren.[38] Respect voor diversiteit is een van de ‘centrale punten’ van de doorgedreven mensenrechtenopleiding van de politiediensten. Het maakt daarnaast ook de kern uit van ruimere terrorismebestrijdingscampagnes, waarin ook wordt ingezet op de dialoog met de religies, aldus de regering.[39]

II. Problematische Wetten en Beleidsmaatregelen

Als reactie op de terreuraanslagen in Frankrijk en België heeft de Belgische regering sinds 2015 een heel arsenaal van terrorismebestrijdingsmaatregelen ingevoerd. Dit hoofdstuk belicht vier aandachtspunten: de langdurige eenzame opsluiting van alle gedetineerden die zijn beschuldigd of veroordeeld in aan terrorisme gerelateerde zaken; de langdurige inzet van militairen op straat; nieuwe terrorismebestrijdingswetten met te vaag taalgebruik die kunnen leiden tot een disproportionele inperking van rechten, zoals het recht op vrijheid van beweging, op privacy, op vrijheid en op vrijheid van meningsuiting; en de schorsing van moslimmedewerkers van streng beveiligde sites.

In een verklaring aan Human Rights Watch liet de regering weten dat de nieuwe wetten en maatregelen berusten op de mensenrechten en de rechtsregels. ‘België staat voor een open en democratische samenleving waarin mensenrechten en fundamentele vrijheden centraal staan’, zo luidde het in de verklaring. ‘We zijn en blijven vastberaden om die waarden te beschermen in ons antwoord op terrorisme.’[40]

Langdurige Eenzame Opsluiting

In april 2015 vaardigde Hans Meurisse, directeur-generaal van het Belgische Gevangeniswezen, een richtlijn uit die de gewelddadige radicalisering in de gevangenissen moest tegengaan. Die richtlijn maakte het mogelijk om alle gedetineerden die worden verdacht van of veroordeeld zijn voor aan terrorisme gerelateerde daden tot 23 uur per dag in isolatie te plaatsen.[41]

De richtlijn voorzag ook in een retroactieve uitbreiding van het isolatieregime, het zogenaamde Individueel Bijzonder Veiligheidsregime (IBVR), en van de bijbehorende Individuele Bijzondere Veiligheidsmaatregelen (IBVM), naar gedetineerden die vanaf 1 januari 2015 vastzitten wegens aan terrorisme gerelateerde telastleggingen.

De richtlijn bepaalt dat de isolatieomstandigheden van elke gedetineerde om de twee maanden moeten worden geëvalueerd door de gevangenisdirecteur en een medewerker van de psychosociale diensten van de gevangenis. Op basis van een reeds bestaande wet mag een advocaat de hoorzittingen bijwonen als vertegenwoordiger van de gedetineerde.

‘We willen benadrukken dat ‘goed gedrag’ of de ‘afwezigheid van disciplinaire straffen’ geenszins exclusieve criteria mogen zijn op basis waarvan wordt beslist het IBVR of de IBVM al dan niet op te heffen’, luidt het in een tweede, interne richtlijn die Meurisse in april 2016 heeft uitgevaardigd.

In de richtlijn van april 2016 beval Meurisse ook de overplaatsing van ‘‘terro’-gedetineerden’ die het grootste risico op gewelddadige radicalisering in zich meedragen naar speciale vleugels in twee gevangenissen, namelijk die van Itter en die van Hasselt.[42] Die gevangenen zijn ondergebracht in zogenaamde ‘D-Rad:ex’-afdelingen (voor deradicalisering). Ze mogen er minstens een uur of twee per dag contact hebben met andere ‘terro’-gedetineerden, liet een woordvoerster van het gevangeniswezen weten aan Human Rights Watch.[43] Onder de richtlijn van april 2016 worden gedetineerden die onder het D-Rad:ex-regime vallen evenwel maar eens om de drie maanden geëvalueerd en mag de advocaat van de gedetineerde de hoorzittingen niet bijwonen.

Op het moment van dit schrijven waren er om en bij de 35 ‘terro’-gedetineerden in isolatie geplaatst. 18 anderen waren ondergebracht in het D-Rad:ex-regime in Itter en Hasselt, en nog eens 2 andere werden overgeplaatst naar D-Rad:ex-afdelingen, aldus een woordvoerster van het gevangeniswezen in een gesprek met Human Rights Watch.

Human Rights Watch is er zich terdege van bewust dat gevangenissen kweekvijvers van gewelddadige radicalisering kunnen zijn en onderkent de uitdagingen waarvoor dat de overheden stelt. Een van de mannen die de aanslagen van Parijs mee heeft beraamd, en die later bij een politie-inval is gedood, had Salah Abdeslam, een van de hoofdverdachten van de aanslagen van Parijs, leren kennen in een Belgische gevangenis. Ook de broer van Abdeslam, die zichzelf opblies tijdens de aanslagen van Parijs, en twee van de zelfmoordterroristen van Brussel hadden een tijd in de cel doorgebracht.[44]

Na jaren van analyse en onderzoek is Human Rights Watch evenwel gekant tegen eenzame opsluiting van onbepaalde duur of langdurige eenzame opsluiting. Human Rights Watch beschouwt dit als een schending van het verbod op wrede, onmenselijke en vernederende behandeling, die uiteindelijk kan neerkomen op foltering.[45] Juan Mendez, die namens de Verenigde Naties onderzoek doet naar folteringen, heeft opgeroepen tot een verbod op eenzame opsluiting van onbepaalde duur of langdurige eenzame opsluiting, die hij definieert als een periode langer dan 15 dagen. Duurt die eenzame opsluiting langer, dan is er volgens Mendez sprake van foltering of van een wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, die is verboden onder de internationale verdragen, met inbegrip van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).[46]

Kathleen Van De Vijver, woordvoerster van het Belgische gevangeniswezen, verklaarde tegenover Human Rights Watch dat niet alle gedetineerden die onder het IBVR / de IBVM vallen, 23 uur per dag in isolatie werden geplaatst, maar cijfers daaromtrent kon ze niet geven. Ze zei dat alle gevangenen die onder het isolatieregime vallen minstens drie keer per week bezoek mogen ontvangen van directe familieleden – zij het, minstens de eerste paar maanden, doorgaans gescheiden door een glazen tussenschot – en dat ze wekelijks twee uur mogen sporten.[47]

Het gevangeniswezen heeft maatregelen ingevoerd die moeten voorkomen dat de isolatie schade aanricht. Zo wordt de situatie geregeld geëvalueerd en worden de gedetineerden in de gaten gehouden door artsen en psychiaters. Die kunnen aanbevelingen doen omtrent wijzigingen in de behandeling, aldus Van De Vijver. ‘Als de arts of de psychiater besluit dat de eenzame opsluiting nefast is voor de geestelijke gezondheid [van een gevangene], dan beperken we die altijd’, zei ze.

 

Human Rights Watch onderzocht echter drie gevallen waarin gedetineerden onder het IBVR / de IBVM vielen. In twee van die drie gevallen werden zogoed als alle hardvochtige isolatievoorwaarden aangehouden, zelfs nadat gevangenispsychiaters een psychiatrische opvolging hadden aanbevolen, en nadat familieleden en advocaten de gevangenisdirectie hadden gewezen op een achteruitgang van de geestelijk gezondheid van de gedetineerde. Een van de betrokken gevangenen ondernam zelfs zelfmoordpogingen.[48]

De eenzame opsluiting van de twee gevangenen hield in dat ze alleen moesten eten en zich alleen moesten wassen, en dat ze, ook al alleen, één uur per dag buiten mochten doorbrengen op een klein binnenplein, aldus hun familieleden en advocaten. De eerste twee maanden verhinderde een glazen tussenschot alle fysieke contact met de familieleden die op bezoek kwamen. De gevangenen konden niet deelnemen aan georganiseerde activiteiten. Elke nacht haalden de cipiers hen om het uur uit hun slaap wanneer ze, ter controle, het licht van hun zaklamp door de gleuf in de celdeur lieten schijnen.

‘Tegen de Muren Praten’

‘Ahmed’, 26, werd in juli 2015 gearresteerd. Daarop werd hij acht maanden lang in eenzame opsluiting gehouden in de gevangenis van Sint-Gillis in het Brussels Gewest, ook al kon zijn advocaat in de rechtbank verslagen voorleggen waaruit bleek dat hij ‘suïcidaal’ was.

Na een paar maanden in eenzame opsluiting ‘was hij enorm afgevallen. Hij had kringen onder zijn ogen … Wat hij zei, was onsamenhangend’, vertelde Ahmed’s verloofde aan Human Rights Watch. ‘Ik was geschokt.”[49]

In zijn tweemaandelijkse verslagen wees een gevangenispsychiater op een progressieve verslechtering van de geestesgesteldheid van Ahmed en beval hij psychologische opvolging aan. Tot februari 2016 had Ahmed evenwel geen psychologische zorg gehad. De gevangenisarts die Ahmed z’n toestand evalueerde, beperkte zich tot gesprekken en onderzocht hem door de gleuf in de celdeur, aldus Nicolas Cohen, advocaat van Ahmed en medevoorzitter van de Belgische afdeling van het Internationaal Observatorium voor het Gevangeniswezen.[50]

In zijn verslag meldde een gevangenispsychiater in februari dat Ahmed ‘nacht en dag niet meer van elkaar kon onderscheiden’, en dat de gevangene zijn cel ‘de hel’ noemde. In april verklaarde de psychiater dat Ahmed vertelde hoe hij ‘tegen muren en kasten praatte’ en dat hij ‘een doodswens’ uitte. De psychiater verklaarde dat het isolatieregime ‘slecht werd verdragen en aangepast diende te worden’.[51] Cohen liet optekenen dat Ahmed daarop werd overgeplaatst naar de gevangenis van Aarlen in Zuidoost-België. Daar vond hij zijn behandeling minder hardvochtig, maar pas twee maanden later werd zijn isolatieregime opgeheven.

Ahmed was lid van een tienkoppige bende die werd aangeklaagd wegens poging tot diefstal met geweld. In opdracht van een ronselaar die jongeren naar Syrië stuurde, had de bende geld proberen te stelen van een drugdealer. Slechts een van de tien beklaagden – niet Ahmed – werd terrorisme ten laste gelegd, zei Cohen.

Poging tot Zelfdoding

Een andere gedetineerde, ‘Mohamed’, bracht in de gevangenis van Namen, ten zuiden van Brussel, 10 maanden in isolatie door nadat hij in februari 2015 was aangehouden. In december 2015 werd hij veroordeeld omdat hij Belgen had geholpen bij hun vertrek naar Syrië. Nadat Mohamed al drie pogingen had ondernomen om zijn polsen door te snijden, plaatste het gevangeniswezen hem onder psychiatrische bewaking, maar bleef het isolatieregime van kracht, aldus zijn advocaat en twee familieleden tegenover Human Rights Watch.[52]

‘Met elk bezoek zien we zijn toestand erop achteruitgaan’, zei ‘Yasmine’, de dochter van Mohamed. Delphine Paci, de advocate van Mohamed en eveneens medevoorzitter van het Internationaal Observatorium voor het Gevangeniswezen, zei dat ze, nadat Mohamed drie maanden in isolatie had doorgebracht, een verzoekschrift heeft ingediend opdat hij zijn dagelijkse uurtje ontspanning in de buitenlucht zou mogen doorbrengen met een kleine groep medegevangenen. Dat verzoek werd ingewilligd, maar algauw besliste Mohamed zelf niet meer te gaan, omdat het gevangenispersoneel zijn uur ontspanning inplande op het moment dat de meeste andere gevangenen op het kleine binnenplein mannen waren die waren veroordeeld voor pedofilie, zei ze. Paci verklaarde dat het gevangeniswezen het isolatieregime heeft opgeheven op de vooravond van een hoorzitting over de opsluitingsvoorwaarden van Mohamed bij het Hof van Beroep.

Gevangenen kunnen hun eenzame opsluiting en andere detentievoorwaarden aanvechten voor de Klachtencommissie. De hoorzitting kan echter twee maanden op zich laten wachten, zei Cohen, en de rechters zijn geen detentiespecialisten. Paci en Cohen wijzen erop dat een voorziening die is opgenomen in een Belgische detentiewet uit 2005 omtrent een bijzondere procedure die het de gedetineerde gemakkelijker moet maken om de detentievoorwaarden aan te vechten, nog altijd niet is geïmplementeerd.[53] In 2012 en in maart 2016 heeft het Europees Comité voor de Preventie van Foltering de Belgische overheid in gebreke gesteld omdat de bijzondere procedure en andere bepalingen opgenomen in de wet nog niet zijn geïmplementeerd, en opgeroepen tot hun ‘onverwijlde’ afkondiging.[54]

Het Comité heeft bij België ook aangedrongen op een onmiddellijke ratificatie van het Optionele Protocol bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen Foltering en Andere Wrede, Onmenselijke of Vernederende Behandeling.[55] Dat protocol voorziet in internationale controlesystemen voor detentiecentra.

Militairen in het Straatbeeld

Op 15 januari 2015, toen de Belgische overheid dreigingsniveau 3 invoerde voor het hele land, werden er ook 150 militairen ingezet in het kader van de bewaking van bepaalde plaatsen, zoals overheidsgebouwen, ambassades en Joodse instellingen in Brussel en Antwerpen.[56] Met die maatregel werden er in België voor het eerst sinds de reeks aanslagen gepleegd door de Cellules Communistes Combattantes in de jaren 1980 militairen ingezet op eigen bodem.

Na de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 breidden het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken de inzet van de troepen uit naar alle grote Belgische steden. Meer dan 1.800 soldaten bewaakten de straten, metro’s, overheidsgebouwen, ambassades en andere belangrijke plaatsen. Op het moment van dit schrijven worden de troepen al 21 maanden ingezet.[57]

De regering noemde de troepeninzet een ‘tijdelijke maatregel’.[58] De militairen werken onder het toezicht van de politie en hun opdracht bestaat erin de veiligheid te waarborgen tijdens politieacties. Ze mogen enkel actie ondernemen om zichzelf of anderen te verdedigen in het geval van een imminente dreiging. Voor het overige moeten ze altijd handelen onder het toezicht van de politie, aldus een woordvoerster van de minister van Binnenlandse Zaken tegenover Human Rights Watch.[59] De regering evalueert het mandaat van de militairen tweemaandelijks.

De inzet van de krijgsmacht om bedreigingen van de veiligheid het hoofd te bieden vormt op zich geen reden tot bezorgdheid en kan best gerechtvaardigd en proportioneel zijn. Niettemin is een langdurige inzet van het leger in een civiele politiecontext onwenselijk. De ervaringen van de Belgische vredesmacht in het buitenland zijn niet van dien aard dat ze deze bezorgdheid temperen.[60] In tijden van gewapend conflict is het de taak van de soldaten vijandige troepen uit te schakelen door middel van dodelijk geweld. De rol van de politie daarentegen bestaat erin het gebruik van geweld te beperken tot het absolute minimum dat nodig is om de orde te handhaven. Het doden van mensen wordt daarbij beschouwd als een laatste toevlucht.[61]

De Belgische media en mensenrechtenactivisten hebben melding gemaakt van kennelijke incidenten met betrekking tot de militairen, maar niet van een patroon van misbruik.[62] Human Rights Watch heeft informatie verzameld over drie kennelijke gevallen van verbaal of fysiek geweld. In twee afzonderlijke gevallen ging het om jongemannen die verklaarden dat ze het slachtoffer waren geworden van verbaal geweld door de militairen omdat ze er Noord-Afrikaans uitzien. Een van hen, ‘Brahim’, een student van 22 met de Belgische nationaliteit, zei dat een van de drie soldaten die een Brussels metrostation bewaakten hem in maart naar de aanvalswapens zag kijken. Daarop begon de soldaat Brahim bruut te ondervragen en gaf hij geringschattende opmerkingen zoals ‘Dit is jouw land niet’.[63]

Anne Laure Mouligneaux, woordvoerster van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, zei dat de militairen ‘uitstekend werk verrichten’.[64] In haar verklaring tegenover Human Rights Watch zei de regering dat de politie geen klachten met betrekking tot het gedrag van militairen voor onderzoek had doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Hoeveel klachten ze had ontvangen, liet ze evenwel in het midden. In de verklaring luidde het dat militairen, voor ze worden ingezet, een opleiding krijgen in de interactie met de burgerbevolking, in de beperking van het gebruik van geweld in een civiele omgeving en in andere gedragsregels.[65]

De federale regering heeft voorgesteld de patrouillerende militairen te vervangen door een bijzondere bewakings- en beschermingseenheid van de politie die dan streng beveiligde sites zou beschermen. Naar verluidt, zou dat proces meer dan twee jaar in beslag kunnen nemen. De eenheid zou voornamelijk bestaan uit op rust gestelde militairen.[66] Elke eenheid waarbij op rust gestelde militairen betrokken zijn, hoort een uitgebreide opleiding op het vlak van ordehandhaving in een civiele context te krijgen.

In Frankrijk vroegen leden van een commissie die de aanslagen van Parijs onderzoekt zich af of de inzet van 6.000 tot 7.000 militairen om gevoelige plaatsen te beschermen de veiligheid effectief verhoogde.[67]

Terrorismebestrijdingswetten en Maatregelen

Sinds de aanslag op Charlie Hebdo heeft de Belgische premier Charles Michel 30 nieuwe federale terrorismebestrijdingswetten en –besluiten voorgesteld. In januari 2015 ging het om 12 maatregelen, in november om nog eens 18 maatregelen.[68] Dit hoofdstuk belicht zes maatregelen die de Belgische federale regering op het moment van dit schrijven heeft ingevoerd en die aanleiding geven tot bezorgdheid, evenals twee voorgestelde maatregelen. De regering heeft niet onderzocht of de maatregelen in overeenstemming zijn met de internationale normstelling op het vlak van de mensenrechten.[69]

In haar antwoord aan Human Rights Watch liet de regering weten dat de wetten voldeden aan haar verplichtingen omtrent de mensenrechten. ‘We zijn en blijven er stellig van overtuigd dat we enorme uitdagingen zoals de internationale terreur het hoofd kunnen bieden binnen het kader van de democratische samenleving, zonder dat we daarbij onze toevlucht moeten nemen tot de invoering van de noodtoestand of tot andere maatregelen die de rechten van de burger en het individu en de vrijheden inperken’, luidde het.[70]

Afnemen van Nationaliteit

In juli 2015 heeft België de Wet tot Versterking van de Strijd tegen het Terrorisme goedgekeurd. Die wet laat de overheid toe de nationaliteit af te nemen van genaturaliseerde staatsburgers met dubbele nationaliteit die wegens een aan terrorisme gerelateerd misdrijf veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf van vijf jaar of langer.[71]

De maatregel is enkel van toepassing op staatsburgers met de dubbele nationaliteit om te vermijden dat iemand van wie de Belgische nationaliteit wordt afgenomen staatloos wordt. Conform de internationale wetgeving kan niemand zijn of haar nationaliteit willekeurig worden afgenomen, en dienen staten erop toe te zien dat individuen in geen geval staatloos worden als gevolg van welke maatregelen ook die leiden tot een verlies van nationaliteit.[72] Niettemin komt de dubbele nationaliteit vaker voor bij Belgen van Noord-Afrikaanse dan van Europese origine. Human Rights Watch is dan ook bezorgd dat de maatregel op z’n minst zal leiden tot de perceptie dat er een klasse van ‘tweederangsburgers’ wordt gecreëerd op basis van etniciteit en religie.

De nationaliteit kan enkel worden afgenomen mits rechterlijke toestemming. Die rechter kan afzien van de intrekking van de nationaliteit op basis van bepaalde omstandigheden, zoals de effectieve staatloosheid en de nadeligheid voor het gezinsleven. Tot oktober heeft België de wet nog niet toegepast om de nationaliteit af te nemen van mensen die zijn veroordeeld wegens aan terrorisme gerelateerde misdrijven, hoewel er drie zaken in behandeling waren.[73]

De uitwijzing van opgepakte verdachten tegen wie de overheid geloofwaardig bewijsmateriaal kan aandragen, kan ertoe leiden dat ze worden uitgeleverd aan overheden die hen niet vervolgen of die hen, in het geval van een veroordeling, opsluiten voor termijnen die niet overeenstemmen met die waarin de Belgische wetgeving voorziet. De uitwijzing van een individu naar een land waar hij of zij ten prooi dreigt te vallen aan foltering of mishandeling is in strijd met de internationale wetgeving en kan in geen geval worden toegestaan.[74]

Reizen met ‘Opzet’

Diezelfde wet van juli 2015 amendeerde ook het Strafwetboek en stelde het verlaten of binnenkomen van het grondgebied met ‘terroristische bedoelingen’ strafbaar, zonder daarbij dat begrip te definiëren. Human Rights Watch is bezorgd dat die vaagheid kan leiden tot een ongerechtvaardigde inperking van de vrijheid van beweging, meningsuiting en vergadering. Het risico bestaat namelijk dat vooral personen worden geviseerd die afreizen naar landen waar gewapende extremisten aanwezig zijn, maar die zelf niet van plan zijn om zich in te laten met terroristische daden.

De regering verklaarde dat, tot oktober, slechts één iemand krachtens dat amendement is aangeklaagd, en dat telastleggingen tegen welke verdachte ook altijd onderbouwd moeten zijn met elementen die materiële bewijskracht hebben.[75] Human Rights Watch is van mening dat die elementen ook duidelijk moeten aantonen dat er sprake is van een bedoeling om misdrijven te plegen die doorgaans worden beschouwd als terrorisme, zoals gewelddaden tegen burgers uit politieke, ideologische of religieuze overtuigingen.

Opschorting van Paspoorten en Identiteitskaarten

In januari 2016 gaf de Belgische regering de federale overheid, met inbegrip van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de bevoegdheid om paspoorten en nationale identiteitskaarten op te schorten of in te trekken, voor een periode tot zes maanden, van Belgen van wie wordt vermoed dat ze van plan zijn met aan terrorisme gerelateerde bedoelingen af te reizen naar Syrië of naar andere conflictgebieden.

Human Rights Watch is bezorgd dat het ontbreken van gerechtelijk toezicht kan leiden tot willekeurige reisverboden. Er wordt geen enkel voorafgaand gerechtelijk onderzoek voorzien van het bewijsmateriaal dat in de eerste plaats door inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt aangedragen. De opschorting kan binnen een termijn van 60 dagen worden aangevochten voor de Raad van State van België.

Tot 14 september had de regering 247 paspoorten opgeschort. In acht gevallen werd de opschorting herroepen, hetzij door een onderzoeksinstantie zoals de politie, het Openbaar Ministerie of het Ministerie van Binnenlandse Zaken, hetzij bij rechterlijke beslissing in beroep.[76]

Gegevensbewaring

Op 29 mei heeft het federale parlement een verstrekkende wet betreffende het verzamelen en bewaren van metagegevens goedgekeurd die leidt tot bezorgdheid over schendingen van het recht op privacy.[77] De Wet betreffende het verzamelen en het bewaren van de gegevens in de sector van de elektronische communicatie verplicht telecomondernemingen en –operatoren in België de metadata van hun klanten te verzamelen, 12 maanden lang te bewaren, en ze op verzoek te overhandigen aan overheidsambtenaren in het kader van aan terrorisme gerelateerde onderzoeken.[78] De gegevens die bewaard dienen te worden, omvatten onder meer de persoonlijke gegevens van de abonnees, de locatiegegevens, en de e-mailadressen en telefoonnummers die klanten hebben gebruikt om te communiceren.

Conform de wet mogen de metadata niet alleen worden ingezien door de rechterlijke macht, maar zijn ze in sommige gevallen ook zonder voorafgaande rechterlijke toestemming toegankelijk voor de Belgische geheime diensten en de politie tijdens strafrechtelijke onderzoeken. Dat kan een te ruim spectrum zijn. Ook de metadata van advocaten, artsen en journalisten worden bijgehouden, ondanks de mogelijke schending van de vertrouwelijkheid van de informatie die cliënten, patiënten of bronnen ter beschikking stellen. Dat riep bij Manuel Lambert, juridisch adviseur bij de Franstalige afdeling van de Belgische Liga voor Mensenrechten de vraag op ‘of een klokkenluider nog contact zal opnemen met een journalist als hij weet dat zijn telefoonverkeer wordt bijgehouden’.[79]

Metadata bevatten geen informatie over de inhoud van de communicatie. Toch kunnen ze heel wat details prijsgeven over persoonlijke activiteiten, contacten en zelfs verplaatsingen. Zeker als de data massaal worden verzameld, kunnen ze mee leiden tot de profilering van individuen. De onbelemmerde toegang van de overheid tot de metadata en de browsegeschiedenis van users is niet alleen een schending van het recht op privacy, maar kan ook een bedreiging inhouden van een hele reeks andere rechten, zoals het recht op vrije meningsuiting of vergadering en het recht op gezondheid.

De nieuwe wet vervangt een wet op gegevensbewaring die België in 2013 had uitgevaardigd om te voldoen aan een intussen geschrapte richtlijn van de Europese Unie (EU). De EU vaardigde die richtlijn uit in 2006, maar het Europees Hof van Justitie, de hoogste rechtbank van de EU, heeft die in 2014 nietig verklaard, omdat ze ‘een bijzondere ernstige inbreuk vormt in het fundamentele recht op respect voor het privéleven en op de bescherming van persoonsgegevens’.[80] Het Grondwettelijk Hof van België volgde de redenering van het Europees Hof van Justitie en heeft in 2015 de federale metadatawet uit 2013 nietig verklaard, omdat die een disproportionele inperking inhield van het recht op privacy dat wordt gewaarborgd onder Artikel 22 van de Belgische Grondwet.[81]

In de nieuwe wet zijn de aanbevelingen van beide rechterlijke uitspraken opgenomen ‘om het risico op inbreuken op de mensenrechten zoveel mogelijk te beperken’, aldus de regering.[82] Zo specificeert de wet, bijvoorbeeld, welke overheidsinstanties met welke doeleinden toegang kunnen krijgen tot de gegevens. Bovendien moeten de serviceproviders de metadata vernietigen na afloop van de verplichte bewaringstermijnen. Human Rights Watch beschouwt deze amendementen als ontoereikend.

De Liga voor Mensenrechten heeft verklaard dat ze het Grondwettelijk Hof zal vragen de wet van 2016 nietig te verklaren, op basis van het feit dat de nieuwe wet grotendeels identiek is aan de wet van 2013 die hij vervangt en dat hij niet in overeenstemming is met de beslissingen van het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof van Justitie.[83]

Uitbreiding van de Criteria inzake Voorlopige Hechtenis voor Verdachten van Terroristische Misdrijven

Op 3 augustus, drie weken nadat er bij een aanslag in Nice 84 doden vielen, en minder dan twee weken na een reeks dodelijk aanslagen in Duitsland, heeft het Belgische parlement zonder noemenswaardig debat een terrorismebestrijdingswet aangenomen die de bewijslast afzwakt met betrekking tot de voorlopige hechtenis van personen verdacht van aan terrorisme gerelateerde misdrijven.[84] De maatregel doet bezorgdheid rijzen omtrent disproportionele inperkingen van de vrijheid.

De Belgische wet van 1990 betreffende de voorlopige hechtenis bepaalt dat een onderzoeksrechter de voorlopige hechtenis van een verdachte mag bevelen ‘in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid’. Voor de zwaarste misdrijven, waarop gevangenisstraffen van 15 jaar en langer staan, is dat de enige vereiste, waardoor rechters veel armslag krijgen. Voor misdrijven waarop celstraffen tot 15 jaar staan, vereist de wet van 1990 betreffende de voorlopige hechtenis echter ook dat er ‘ernstige redenen bestaan om te vrezen dat de in vrijheid gelaten verdachte nieuwe misdaden of wanbedrijven zou plegen [of] zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken’.

De terrorismebestrijdingswet van 3 augustus laat rechters toe van die vereiste af te zien in het geval van verdachten van aan terrorisme gerelateerde misdrijven waarop celstraffen van 5 jaar of langer staan.[85] Anders gezegd, hoeft de rechter niet langer af te wegen of er ‘ernstige redenen bestaan om te vrezen’ dat de verdachte nieuwe misdrijven zal plegen of zich aan het optreden van het gerecht zal onttrekken.

De internationale wetgeving stelt dat de voorlopige hechtenis ‘niet de algemene regel mag zijn’, maar dat de vrijlating veeleer gepaard moet gaan met garanties dat de verdachte ter terechtzitting en voor andere procedures zal verschijnen.[86] Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft duidelijk gemaakt dat de voorlopige hechtenis pas gerechtvaardigd is als een rechtbank bewijzen kan voorleggen voor specifieke feiten en persoonlijke omstandigheden die relevant zijn voor de verdachte, en dat hij zich niet mag baseren op ‘algemene en abstracte’ redenen om de detentie te bevelen.[87]

Te Ruime Definitie van Aanzetten tot Terrorisme

Een tweede voorziening van dezelfde terrorismebestrijdingswet van 3 augustus wijzigt het Belgische Strafwetboek om zowel het rechtstreeks als onrechtstreeks aanzetten tot terrorisme strafbaar te maken. Die wijziging voorziet in gevangenisstraffen van 5 tot 10 jaar voor ‘iedere persoon die een boodschap verspreidt of anderszins publiekelijk ter beschikking stelt met het oogmerk rechtstreeks of onrechtstreeks [beklemtoning toegevoegd] aan te zetten tot het plegen’ van een terroristische daad door personen die naar en van België reizen met terroristische bedoelingen.[88] Het amendement schrapt ook de vereiste dat de verspreiding van de boodschap effectief leidt tot het risico dat er een terroristische daad zal worden gepleegd.

Het EVRM garandeert het recht op vrije meningsuiting en informatie, maar voorziet ook in een aantal beperkingen ter bescherming van de nationale veiligheid en de openbare orde.[89] Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft beslist dat bepaalde beperkingen met betrekking tot boodschappen die onrechtstreeks kunnen aanzetten tot gewelddadige terroristische misdrijven in overeenstemming zijn met het EVRM.[90] Toch kan aanzetting volgens de Europese normen pas als misdrijf worden gecatalogeerd na een gerechtelijke vaststelling dat er een reëel gevaar bestaat dat de daad ook in de praktijk zal worden gepleegd.[91]

Voorgestelde Uitbreidingen van de Detentiebevoegdheden

Human Rights Watch is ook bezorgd over de voorstellen van premier Michel die de detentie zouden uitbreiden naar verdachten die niet beschuldigd zijn van een misdrijf. Dat soort maatregelen hoort vergezeld te gaan van toepasselijke waarborgen tegen disproportionele beperkingen van de vrijheid en van de vrijheid van beweging.

Een van de maatregelen die het federale parlement bestudeert, zou leiden tot een verdrievoudiging, van 24 tot 72 uur, van de maximale aanhoudingstermijn door de politie van verdachten in aan terrorisme gerelateerde zaken, die niet zijn aangeklaagd (‘garde à vue’).[92] In het geval van verdachten in niet aan terrorisme gerelateerde zaken zou de termijn in het voorstel verdubbelen tot 48 uur. Een voorlopige hechtenis van 48 uur – doorgaans niet langer –is toelaatbaar onder de internationale wetgeving, op voorwaarde dat een verdachte kan worden bijgestaan door een advocaat.[93] Onder de Belgische Salduz-wet kan een rechter onder welbepaalde omstandigheden de voorlopige hechtenis met 24 uur verlengen, tot in totaal 48 uur.[94]

De Salduz-wet garandeert verdachten juridische bijstand tijdens hun voorlopige hechtenis.[95] De mogelijkheid tot contact met een advocaat moet evenwel pas worden geboden net voor aanvang van het politieverhoor. Onder de voorgestelde wet kan een verdachte dan ook tot drie dagen lang worden vastgehouden zonder juridische bijstand. Als België de maximale termijn van de voorlopige hechtenis wil uitbreiden, hoort op z’n minst het recht op juridische bijstand gegarandeerd te zijn.[96]

In de onmiddellijke nasleep van de aanslagen van 13 november in Parijs zijn er in België een 30-tal verdachten aangehouden. In slechts één geval vroeg en kreeg de politie een verlenging van de garde à vue met 24 uur, aldus Lambert van de Liga voor Mensenrechten.[97] Bovendien is uit een evaluatie van de Salduz-wet gebleken dat de politie in 2012 – het enige jaar waarvoor gegevens beschikbaar waren – slechts in 1 percent van de gevallen een tweede verlenging van de voorlopige hechtenis met 24 uur heeft aangevraagd.[98]

Andere maatregelen die premier Michel heeft voorgesteld, moeten de aanhouding mogelijk maken van personen van wie de overheid heeft vastgesteld dat ze in het buitenland aan de zijde van groeperingen zoals IS hebben gestreden en die terug het land binnenkomen. Personen die voorkomen op de terreurverdachtenlijst zouden ook een elektronische enkelband kunnen krijgen. Het voorstel gaat niet dieper in op de uitwerking van dit soort maatregelen. Er is enkel sprake van een hoorzitting die de oplegging van een elektronische enkelband zou voorafgaan.[99] Dit soort beperkingen dat wordt opgelegd aan verdachten die niet zijn aangeklaagd voor strafbare feiten geeft aanleiding tot bezorgdheid omtrent de inperking van de vrijheid van beweging. Dergelijke maatregelen horen uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden, en zo beperkt mogelijk in de tijd, te worden toegepast, mits goedkeuring door een rechter en na een grondige doorlichting van het bewijsmateriaal tegen de betrokken persoon.

Geblokkeerde Veiligheidspasjes

Human Rights Watch heeft weet van vier moslims die hun veiligheidsmachtiging verloren en door hun werkgever onbetaald op non-actief zijn gezet in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel. In oktober heeft een beroepsorgaan van de Belgische Nationale Veiligheidsraad (NVR) de schorsing van twee van de werknemers herroepen, maar tot op het moment van dit schrijven hadden ze nog geen achterstallig loon ontvangen.

De werknemers werkten in zones met beperkte toegang in streng beveiligde sites, zoals luchthavens, kerncentrales en chemische bedrijven waar een grondige screening van het personeel gerechtvaardigd is. Toch doet de manier waarop ze op non-actief werden gesteld de vraag rijzen of ze niet meer werden geviseerd dan andere werknemers met een vergelijkbare job omdat ze moslim zijn, veeleer dan op objectieve gronden.

De werknemers verloren hun veiligheidsmachtiging nadat ze er door de NVR van waren beschuldigd ‘banden te hebben met radicale milieus’. Details over het bewijsmateriaal tegen hen, als dat er al was, kregen ze niet te horen. Ook of het kennelijke ‘radicale’ gedrag gepaard ging met gewelddadige bedoelingen werd niet meegedeeld, aldus Belgische mensenrechtenverdedigers die de zaken onderzochten.[100] Op het moment van dit schrijven was geen van de vier werknemers aangeklaagd wegens welk misdrijf ook. Alle vier deden ze al jarenlang hetzelfde werk en nooit waren er klachten geweest over wangedrag, verklaarden de mensenrechtenverdedigers.

Unia, het Belgische agentschap voor racismebestrijding, heeft sinds begin 2016 een aantal soortgelijke klachten ontvangen, aldus een medewerker van Unia in een gesprek met Human Rights Watch. Unia wil de exacte cijfers pas vrijgeven als het de zaken heeft onderzocht.[101]

Human Rights Watch is zich terdege bewust van de noodzaak van strenge veiligheidsmaatregelen op gevoelige plaatsen zoals die waar de vier betrokkenen waren tewerkgesteld. Toch horen de overheidsinstanties er bij hun inschatting van de veiligheidsrisico’s op toe te zien dat ze hun internationale wettelijke verplichtingen nakomen en werknemers niet discrimineren op basis van religie of etniciteit. De overheid dient er ook op toe te zien dat werkgevers geschorste werknemers niet bestraffen met maatregelen zoals het inhouden van het loon, tenzij er aantoonbaar sprake is van wangedrag.

Een van de geschorste werknemers, ‘Sayyed’, vertelde Human Rights Watch dat bewakers hem op zijn eerste werkdag na de aanslagen in Brussel zonder verdere uitleg de toegang ontzegden en hem verplichtten naar huis terug te keren.[102] In de telefoontjes die daarop volgden, droeg het management hem op thuis te blijven en op verdere instructies te wachten. Een paar dagen later zette de onderneming Sayyed op non-actief zonder behoud van loon. De Belgische veiligheidsinstanties hadden laten weten dat hij ‘een veiligheidsrisico’ vormde, zo luidde het. Pas na drie maanden ontving Sayyed een officiële kennisgeving van de overheid dat de NVR hem ervan verdacht ‘banden te onderhouden met een radicaal milieu’, zonder meer details prijs te geven.

‘Ik was geschokt’, vertelde Sayyed. ‘Ik mag dan wel een praktiserend moslim zijn, daarom ben ik nog niet radicaal.’ Sayyed zei dat hij nooit eerder was beschuldigd van welke ‘radicale’ activiteit ook. In gesprekken met vrienden en collega’s zei hij: ‘Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn afschuw voor de gruwelijkheden die welke extremistische groepering ook begaat, en ik heb me altijd verzet tegen hun extreme ideologieën.’ Sayyed bezorgde Human Rights Watch kopieën van ruim een dozijn verklaringen van collega’s, buren en plaatselijke organisaties waarbij hij was aangesloten, en die getuigden van zijn goede karakter.

Nog een klein aantal andere werknemers werd op non-actief gezet omdat ze mogelijk een veiligheidsrisico vormden, vertelde Sayyed, en allemaal waren ze moslim.

Sayyed klaagde zijn schorsing aan voor een beroepsorgaan van de NVR.[103] Dankzij die procedure kon hij ook het dossier inkijken dat de NVR tegen hem had opgesteld. Ook nu weer waren er geen details terug te vinden in de documenten van de NVR. Er was alleen maar dat ene zinnetje, ‘banden met een radicaal milieu’, zei hij.

Na zijn schorsing was Sayyed in een depressie verzeild. Op basis daarvan kreeg hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar die was lager dan zijn normale loon. In oktober kende het beroepsorgaan van de NVR de veiligheidsmachtiging opnieuw toe aan Sayyed en aan een andere werknemer van een streng beveiligde site. Op het moment van dit schrijven was nog niet duidelijk of de werknemers hun achterstallige loon zouden ontvangen of een vergoeding zouden krijgen voor de honoraria van hun advocaten en de opgelopen schade.

Andere geschorste werknemers verklaarden dat ze onder dezelfde stress hadden geleden. Ze verzeilden ook in een professioneel isolement en leden loonverlies, volgens Hajib El Hajjaji, vicevoorzitter van het Collectief tegen Islamofobie in België (CTIB) dat dit soort zaken heeft opgevolgd. ‘Dit heeft een enorme psychologische impact op onschuldige mensen’, zei El Hajjaji. ‘Met elke maand die verstrijkt, wordt de financiële schade steeds moeilijker op te vangen.’[104]

III. Aantijgingen van Politiegeweld

e Belgische politiediensten hebben honderden huiszoekingen, aanhoudingen en stops-and-searches verricht na de aanslagen in Parijs en Brussel.[105] Human Rights Watch heeft 26 incidenten gedocumenteerd waarbij de Belgische federale en lokale politiediensten zich tijdens deze operaties te buiten zijn gegaan aan gewelddadig of discriminerend gedrag.

Human Rights Watch tekende de informatie op uit de mond van slachtoffers en hun advocaten of familieleden, en van nationale en lokale mensenrechtenactivisten. Daarnaast haalden we onze informatie ook uit documenten zoals de medische dossiers en schriftelijke klachten die verdachten hebben ingediend bij de politie of Unia, het Belgische agentschap voor racismebestrijding. In de meeste beschuldigingen gaat het om wangedrag van de politie, zoals verbale en fysieke bedreigingen, denigrerende toespelingen tegenover moslims en Arabieren, en ruwe behandeling. In tien gevallen zou er ook buitensporig geweld zijn gebruikt, en in vier van die tien gevallen zouden de verdachten geslagen zijn tijdens hun politiebewaring.

Op één iemand na waren alle personen die het slachtoffer waren geworden in de zaken die Human Rights Watch heeft onderzocht moslim. Slechts twee personen waren niet van Noord-Afrikaanse origine. Eén verdachte werd aangeklaagd wegens terrorismemisdrijven, maar uiteindelijk bleek het te gaan om een geval van persoonsverwisseling.

Veel betrokkenen verklaarden dat het hardhandige gedrag hun een trauma heeft opgeleverd, in die mate dat ze zelfs psychologische hulp hebben gezocht. Een aantal van hen beweerde reputatieschade te hebben opgelopen en dat hun werkgever hen heeft ontslagen toen hij vernam dat de politie hun huis was binnengevallen of dat ze aangehouden waren. In drie gevallen waren er jonge kinderen aanwezig tijdens de inval. Hun ouders of advocaten zeiden dat de kinderen maandenlang tekenen van angst vertoonden. Zo hadden ze nachtmerries of werden ze angstig toen ze agenten zagen of iets hoorden aan de deur.

In de gevallen die Human Rights Watch heeft onderzocht, verschilde de vergoeding voor materiële schade aangericht tijdens de politieacties van geval tot geval, en bleek ze vaak de schade niet te dekken. Verderop in dit hoofdstuk gaan we dieper in op het feit dat de Belgische wetgeving individuen het recht geeft om een vergoeding te vragen voor disproportionele schade die door de politie is aangericht, ongeacht de schuldvraag.

Veel betrokkenen en hun familieleden, lokale mensenrechtenactivisten, advocaten en volksvertegenwoordigers van de oppositie, onderstreepten tegenover Human Rights Watch dat ze alle begrip hadden voor de noodzaak van politionele verrassingsacties als onderdeel van de inspanningen om de verantwoordelijken van de recente aanslagen op te pakken en om toekomstige aanslagen te voorkomen. Ze verklaarden dat ze niet noodzakelijk gekant waren tegen de invallen, aanhoudingen en fouilleringen en dat ze die beschouwden als middelen om de veiligheid in het land te vrijwaren. Wel tekenden ze verzet aan tegen de manier waarop de politie hen of hun familieleden had behandeld.

De Belgische regering verklaarde tegenover Human Rights Watch dat ze een ‘een aantal incidenten’ onderzocht van kennelijk ‘verbaal of fysiek geweld’ gepleegd door de politie in de nasleep van de aanslagen, en dat er ‘zal worden overgegaan tot toepasselijke sancties en vergoedingen’ in het geval van wandaden. Alle wangedrag of geweld van de politie is ‘betreurenswaardig’, zo luidde het, om eraan toe te voegen: ‘Dit zijn geïsoleerde incidenten die in geen geval het gevolg zijn van een bewust beleid.’[106]

Een woordvoerster van het federale Ministerie van Binnenlandse Zaken, dat toezicht houdt op de politiediensten, zei dat de politie ‘uitstekend werk verricht’. Als gevolg van het verhoogde dreigingsniveau dat sinds de aanslagen geldt, ‘hebben ze veel missies moeten uitvoeren en staan ze voortdurend onder grote druk’, zei woordvoerster Anne Laure Mouligneaux.[107]

Ook Françoise Schepmans, burgemeester van Molenbeek, vertelde tegen Human Rights Watch dat de politie ‘uitstekend werk verricht’. De burgemeester verklaarde dat ze stappen heeft ondernomen om te garanderen dat de terrorismebestrijdingsmaatregelen in Molenbeek niet te ver gingen. Zo heeft ze, bijvoorbeeld, het verstrekkende voorstel van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon verworpen om ‘huis-aan-huiscontroles’ te verrichten na de aanslagen van Parijs.[108] Schepmans zei dat er sinds het begin van haar ambtstermijn in 2012 geen enkele klacht wegens politiegeweld overeind is gebleven na onderzoek.

Mouligneaux verklaarde tegenover Human Rights Watch dat de federale regering sinds 2015 meer aandacht besteedt aan de opleiding van de politiediensten op het vlak van de ‘de strikte naleving’ van de mensenrechten en de rechtsregels, en dat in samenwerking met Unia, het Belgische agentschap voor racismebestrijding. België combineert deze opleiding met een ‘resoluut holistische aanpak’ van de terrorismebestrijding. Die aanpak bestaat, onder meer, uit programma’s die jongeren moeten afhouden van gewelddadig extremisme, die de spanningen moeten wegnemen in de gemeenschappen waar de operaties plaatsvinden, en die de diversiteit moeten promoten, zo luidde het in een regeringsverklaring.[109]

België is, ook tijdens zijn UPR, ingegaan op een verzoek van het VN-Comité tegen Foltering en zal een onafhankelijke mensenrechtencommissie in het leven te roepen die conform de Principes van Parijs is en schendingen van de mensenrechten opvolgt en rapporteert. Dat zal naar verluidt pas eind 2019 gebeuren, twee jaar later dan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties had aanbevolen.[110]

Buitensporig Geweld tijdens Invallen, Arrestaties, Detenties

Human Rights Watch heeft gegevens verzameld met betrekking tot zes interventies waarbij de Belgische federale politie, vaak in combinatie met verbale dreigementen, blijkbaar buitensporig geweld heeft gebruikt tijdens invallen, aanhoudingen en detenties na de aanslagen in Parijs en Brussel. Vier personen die betrokken waren bij die operaties meldden dat de federale politie hen heeft geslagen. De advocaat van een vijfde man verklaarde dat de agenten ook het zoontje van zijn cliënt, een peuter, hebben verwond. Bovendien heeft Human Rights Watch weet van zes incidenten uit 2013 en 2014 waarbij de politie kinderen gestompt, geslagen of op een andere manier verwond zou hebben.

Human Rights Watch interviewde vijf van de mensen die het misbruik aan de kaak stelden en de advocaat van de zesde man. Human Rights Watch heeft hun aantijgingen kruiselings afgetoetst bij mensenrechtenverdedigers en, waar mogelijk, ook bij advocaten, en aan verslagen in de media en bij overheidsinstanties.

De VN-principes met betrekking tot de ordehandhaving beperken het gebruik van geweld door de politie tot die situaties waarin andere methoden niet doeltreffend zijn en leggen de politie op het risico op gevaar voor personen die niet betrokken zijn tot een minimum te beperken.[111] In de principes zijn geen uitzonderingen opgenomen voor aan terrorisme gerelateerde misdrijven. Onder de internationale wetgeving is het in alle omstandigheden strikt verboden een gedetineerde te onderwerpen aan foltering of aan een wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.[112]

Fayçal Cheffou: De Verkeerde ‘Man met het Hoedje’

Fayçal Cheffou, een 30-jarige Belgische freelancejournalist en activist, beschuldigde de federale politie ervan dat ze hem hebben geslagen en verbaal geweld hebben gebruikt. Het incident zou zich hebben voorgedaan op 24 maart, twee dagen na de aanslagen in Brussel, toen de politie zijn auto omsingelde en hem arresteerde voor het Justitiepaleis in het centrum van Brussel. De politie arresteerde Cheffou toen ze hem ten onrechte hielden voor de derde dader van de aanslag op Brussels Airport, die in de Belgische media de bijnaam ‘de man met het hoedje’ had gekregen.[113]

Fayçal Cheffou, verkeerdelijk aangezien voor de ‘man met het hoedje’. 

© 2016 Human Rights Watch

Cheffou werd vijf dagen lang vastgehouden op verdenking van deelname aan terroristische activiteiten, terroristische moorden en poging tot terroristische moorden. Cheffou, een Belg van Noord-Afrikaanse origine, vertelde tegenover Human Rights Watch dat die beproeving hem ‘helemaal gekraakt’ heeft.[114]

Op 8 april kon de Belgische politie de verdachte Mohamed Abrini oppakken. Hij zou hebben bekend dat hij de echte ‘man met het hoedje’ was.[115]

In interviews met Human Rights Watch verklaarde Cheffou dat hij later heeft vernomen dat de politie hem heeft opgespoord nadat ze hem hadden gezien op beelden van bewakingscamera’s van metrostation Maalbeek die een paar uur na de aanslagen in Brussel waren opgenomen. Hij was er toen aan het filmen. Cheffou verklaarde dat hij die dag, en op het moment van zijn arrestatie, wel een pet droeg, maar dat het een andere kleur en een ander model had dan het hoedje dat de ‘man met het hoedje’ op zijn hoofd had tijdens de aanslag op de luchthaven.[116]

Beeld van de bewakingscamera’s van Brussels Airport in Zaventem waarop de ‘man met het hoedje’ te zien is, een van de hoofdverdachten van de aanslag op de luchthaven. 

© 2016 Belgian Federal Police

Cheffou zei dat de politie hem al in het oog hield omdat een van zijn familieleden voortvluchtig was, en omdat hij de voorbije jaren Belgische ambtenaren had beschuldigd van de mishandeling van moslimasielzoekers en de Belgische moslims had opgeroepen ‘het misbruik een halt toe te roepen’.[117]

Op 24 maart, iets over zes uur ‘s middags, werd Cheffou gearresteerd. Het ging er chaotisch aan toe, vertelde hij. Hij en twee vrienden die bij hem in de auto zaten, vreesden dat de tot de tanden gewapende politieagenten hen per vergissing zouden doodschieten: ‘Een politieagent die langs de ene kant van de auto stond, zei ‘Geen beweging of we schieten je door het hoofd!’ Een agent aan de andere kant zei ‘Open het portier’.’[118]

De politie bracht Cheffou over naar het bureau van de federale politie in het centrum van Brussel. Op zijn herhaaldelijke vraag om een advocaat te mogen spreken, antwoordde een van de agenten: ‘De advocaat is dood’. Cheffou verklaarde dat de politie hem een advocaat liet opbellen om 11 uur ’s avonds, een halfuur voor ze hem begonnen te verhoren als de ‘man met het hoedje’. Dat oponthoud was niet onwettig. De Belgische wetgeving geeft verdachten in politiebewaring het recht op juridische bijstand voor en tijdens een verhoor, maar stelt niet dat die bijstand meteen na de vrijheidsberoving moet worden toegestaan of in levenden lijve moet plaatsvinden.[119] Toch zijn dreigementen als ‘de advocaat is dood’ te catalogiseren als slechte behandeling, en bijgevolg als een inbreuk op de internationale wetgeving.[120]

Toen Cheffou een dag na zijn aanhouding voor de rechtbank verscheen, vroeg de rechter waarom Cheffou niet in een line-up had moeten plaatsnemen. Cheffou beweerde dat de politie verklaarde dat hij dat had geweigerd, waarop hij meteen protest aantekende omdat niemand hem dat had gevraagd. De rechter zond Cheffou terug in politiebewaring en beval een line-up. Pas toen hij opnieuw in politiebewaring was, zei Cheffou, hebben ze hem geslagen.

Cheffou erkent dat hij zich verkeerd heeft gedragen en zo de politie heeft geprovoceerd. Zo weigerde hij, onder meer, hun bevelen uit te voeren en heeft hij hen beledigd. Toch kan dat gedrag – welk gedrag ook – geen rechtvaardiging zijn voor het politiegeweld waarvan Cheffou naar eigen zeggen het slachtoffer is geworden.

Het fysieke geweld begon nadat hij de gleuf in zijn celdeur had afgeplakt met een stuk papier zodat de cipiers niet langer in zijn cel konden kijken, aldus Cheffou. Een agent kwam zijn cel binnen en haalde het papier weg. ‘Hij waarschuwde me: ‘Als je het papier niet weghaalt, trek ik je al je kleren uit en maak ik je vast aan een paal’, vertelde Cheffou. Zodra de agent de cel had verlaten, hing Cheffou naar eigen zeggen het papier terug. De agent keerde terug en sleepte zijn matras uit zijn cel. Daarna gooiden vijf agenten hem op de grond, zei hij. Ze trokken hem al zijn kleren uit en sloegen hem. Tussen de slagen door noemden ze hem een ‘smerige jihadi’:

Ik probeerde mezelf te beschermen en de slagen af te weren, maar toen een agent me vastgreep bij een van mijn voeten en mijn enkel overplooide, heb ik met mijn voet zijn gezicht geraakt. Daarna kreeg ik nog meer slagen. Een van de agenten zette zijn knieën op mijn borst en ik kreeg geen adem meer. Ik kon niet eens zeggen dat ik geen adem meer kreeg. Uiteindelijk zei hij: ‘Zul je je nu gedeisd houden?’. Ik vroeg om een dokter. Ze zeiden: ‘De dokter is dood.’ … De cel zat onder het bloed, onder mijn bloed. Ze lieten me er de hele nacht naakt zitten… zonder deken, zonder hoofdkussen, en zonder matras.

Cheffou verklaarde dat hij pas twee dagen na de afranseling een dokter te zien kreeg, nadat hij was overgeplaatst naar een gevangenis. Hij zei dat de dokter weigerde hem te onderzoeken en hem een ‘terrorist’ noemde. Hij zei ook dat de politie hem voedsel noch water heeft gegeven tussen het moment van zijn arrestatie en zijn overbrenging naar de rechtbank de volgende dag.

In een line-up op 26 maart wees een taxichauffeur Cheffou aan als een van de daders van de aanslagen op de luchthaven, ook al was op de videobeelden te zien dat de ‘man met het hoedje’ beduidend langer was dan Cheffou. Op 28 maart beval een rechter Cheffou vrij te laten uit de gevangenis, nadat hij had vastgesteld dat Cheffou geen fysieke gelijkenis vertoonde met de ‘man met het hoedje’ en dat de oproepenlijst van zijn telefoon aantoonde dat hij zich op het moment van de aanslagen niet in de luchthaven bevond.[121] Bovendien kon het Openbaar Ministerie zijn DNA niet matchen met het genetische materiaal dat op de plaats delict is teruggevonden, aldus Cheffou.[122] Intussen hadden de Belgische en internationale media twee dagen eerder op basis van bronnen bij de overheid bericht dat Cheffou, wiens naam en foto ze publiceerden, de ‘man met het hoedje’ was.[123]

Op het moment van dit schrijven had het Openbaar Ministerie de aanklachten tegen Cheffou wegens aan terrorisme gerelateerde misdrijven nog altijd niet formeel ingetrokken. Conform het Belgische gerechtelijke systeem is een gewone rechter, zoals de rechter die de vrijlating van Cheffou heeft bevolen, niet gemachtigd om een verdachte ten gronde vrij te spreken. Strafrechtelijke telastleggingen worden behandeld door de Raadkamer.[124] Tot op heden is er geen datum voor een hoorzitting vastgelegd. Het Ministerie van Justitie en de Procureur-Generaal weigerden commentaar op de zaak-Cheffou omdat deze nog lopende was.

Cheffou zei dat de beproeving zijn imago heeft gekelderd en dat hij niet meer aan werk raakte. Hij vertelde ook dat de bank zijn rekening had bevroren als gevolg van de aan terrorisme gerelateerde telastleggingen. Sinds zijn arrestatie heeft de politie hem drie keer staande gehouden en lastiggevallen, voegde hij er nog aan toe.

‘Rachid’

Human Rights Watch interviewde ook een tweede Belgische staatsburger, die beweerde dat hij geslagen is door de politie nadat ze hem thuis hadden opgepakt in een geval van persoonsverwisseling. ‘Rachid’, 33, en zijn vrouw en twee jonge kinderen lagen te slapen in hun gelijkvloerse appartement in de Brusselse gemeente Haren. Op 19 juli 2016 werden ze omstreeks 6 uur in de ochtend gewekt door gebonk op de voordeur. De paniek sloeg ze om het hart toen ze beseften dat iemand hun deur probeerde in te beuken.[125]

Toen Rachid de deur van zijn slaapkamer opentrok, stond hij oog in oog met 7 tot 10 gemaskerde mannen in een uniform van de federale politie. Ze hielden hem onder schot met hun lichte mitrailleurs en schreeuwden: ‘Politie! Handen in de lucht, iedereen op de grond!’

Rachid gooide zich onmiddellijk op de grond en voerde hun bevelen uit. Toch sloeg de politie hem hardhandig in de boeien en schreeuwden ze hem toe, aldus Rachid. Hij verklaarde dat de politie tijdens de huiszoeking het hele appartement overhoop haalde en alle bezittingen van zijn gezin in het rond slingerde. Voor de ogen van zijn zes maanden oude dochtertje zwaaiden ze hun wapens alle kanten op. In een andere kamer gilde de tweejarige dochter van het stel ‘Papa! Papa!’, maar zijn vrouw mocht niet naar het meisje toe.

De politie vertelde Rachid dat hij werd gearresteerd wegens ‘lidmaatschap van een terroristische groepering’. Ze blinddoekten hem en trokken een kap over zijn hoofd, verklaarde hij, waarna ze hem voor verhoor overbrachten naar het bureau van de federale politie. Toen hij daar was aangekomen, begonnen twee van de agenten hem hardhandig te slaan, vertelde Rachid:

Ze behandelden me als was ik een hond. Een van de politieagenten gooide me op de grond. De andere stak met twee vingers in mijn ogen en drukte hard genoeg om me pijn te doen. Ik begon te schreeuwen: ‘Mijn ogen! Mijn ogen! Je doet me pijn!’ Ze gooiden me tegen een muur. Ik viel een paar trappen naar beneden. Ze leidden me een lege kamer in waar ze mijn kleren uittrokken en me op verschillende plekken hebben geslagen. Ik moest in een stoel plaatsnemen en ze sloegen me, vooral in mijn maag. Ik kon niets zien, want ze hadden me geblinddoekt.

Tijdens de afranseling schreeuwde de politie hem beledigingen en bedreigingen toe, aldus Rachid. Ze noemden hem onder meer een ‘smerige Arabier’ en een ‘vuile terrorist’ en zeiden ‘Je zult je kinderen niet meer weerzien, moordenaar’. Daarna liet de politie hem gedurende wat aanvoelde als een halfuur alleen in de kamer. Daarna sloegen ze hem opnieuw. Uiteindelijk brachten ze hem naar een verhoorkamer waar een politie-inspecteur hem ondervroeg in het bijzijn van twee agenten van de gerechtelijke politie.

‘Ik heb hem gezegd ‘Luister, ze hebben me geslagen, ze hebben me afgeranseld, dat recht hebben ze niet, ik heb niets misdaan’’, zei Rachid. ‘De inspecteur antwoordde ‘Ik weet niets, ik heb niets gezien, ik weet niet wie je heeft geslagen’.’

Rachid vertelde dat de inspecteur hem in het verhoor naar zijn houding tegenover terrorisme had gevraagd. Daarop had hij geantwoord dat hij gekant was tegen geweld en bang was dat hij zelf het slachtoffer kon worden van een terroristische aanslag door gewapende extremisten. Hij voegde er nog aan toe: ‘Je mag een moslim niet verwarren met een terrorist.’

Daarna liet de inspecteur hem een foto zien van drie mannen die volgens hem gewapende islamitische extremisten waren, zei Rachid, waarna het tot het volgende gesprek kwam:

Hij vroeg ‘Herken je dat gezicht? Die in het midden, ben jij dat niet?’ Ik antwoordde ‘Nee, natuurlijk ben ik dat niet! Ik lijk wel een beetje op hem, maar ik ben het in geen geval!’ De inspecteur bekeek de foto nog eens aandachtig en zei ‘Je hebt gelijk, dat ben jij niet’. Toen ze beseften dat ze zich hadden vergist, begonnen ze te lachen. Ze boden me een kop koffie en een glas water aan.

De inspecteur zei Rachid dat het hem ‘oprecht speet’ en liet hem omstreeks halftwee ‘s middags vrij. De politie bood Rachid en zijn vrouw psychologische bijstand aan en zei dat ze de reparatie van de voordeur vergoed zouden krijgen. Toch hielden ze de gsm’s en andere elektronische toestellen van Rachid en zijn vrouw nog acht dagen bij zich om de inhoud ervan te kunnen onderzoeken. Nochtans had Rachid op een teruggave aangedrongen omdat hij ze nodig had om te kunnen communiceren met zijn vrouw en met zijn werkgever in de kruidenierszaak waar hij toen werkte.

In een medisch verslag dat de dag na de aanhouding is opgesteld, wordt Rachid omschreven als ‘psychologisch getraumatiseerd’. In het verslag staat ook te lezen dat hij een bloeduitstorting op zijn rechterbovenarm, drie pijnlijke ribben, en een inflammatie en pijn in zijn abdomen en polsen had. ‘De patiënt verklaart dat deze klachten en letsels het gevolg zijn van klappen en verwondingen toegebracht op 19 juli 2016 door politieagenten’, stond er verder nog te lezen.”[126]

Rachid zei dat het politieoptreden niet alleen hem, maar ook zijn vrouw en kinderen een trauma heeft opgeleverd. ‘Sinds die bewuste dag leven we in doodsangst’, verklaarde hij. In een gesprek met Human Rights Watch, 10 dagen na zijn arrestatie, zei hij dat zijn vrouw met slaapproblemen kampte, dat zijn oudste kind veel vaker huilde dan voorheen, en dat het hele gezin telkens opschrikte als ze iets hoorden aan de voordeur. Hij stelde zich niet alleen vragen bij de slagen die hij kreeg, maar vroeg zich ook af waarom de politie hem zo nodig thuis moest oppakken in het bijzijn van zijn gezin: ‘Ze weten waar ik werk … Ik heb geen strafblad. Ze hadden geen enkele reden om hier zo binnen te stormen.’

Rachid zei dat hij dacht dat het ergste leed geleden was. Maar op 27 juli hoorde zijn vrouw iemand op de deur bonzen en daarna weglopen door de gang.[127] Toen ze door het raam naar buiten keek, vertelde ze tegen Rachid, zag ze een man met een zwarte bivakmuts. Hij droeg militair ogende schoenen en op een van zijn mouwen stond een hakenkruis. De man gooide ook nog een prop papier tegen het raam toen hij wegliep. Later ging Rachid z’n vrouw het papiertje oprapen en gaf ze het aan Human Rights Watch. Er stond een hakenkruis op getekend, samen met de woorden ‘Rot op, smerige terroristen!’ Rachid zei dat hij de dag daarop het geluid van zware schoenen hoorde en een tweede schriftelijke bedreiging voor de deur vond: ‘Smerige terrorist, donder op of je gaat het bekopen’.[128] Rachid zei dat zijn vrouw en hij de daaropvolgende nachten ook iemand op de ramen hoorden bonzen.

Rachid diende een schriftelijke aanklacht in bij de politie wegens de bedreigingen.[129] De lokale politie zei dat ze de zaak zouden onderzoeken, maar konden geen bescherming, zoals een bewaker aan de voordeur, bieden, aldus Rachid.

‘Omar’

‘Omar’ woont in Molenbeek. Hij zei dat een groep agenten van de federale politie hem in het voorjaar van 2016 heeft geslagen in het federale detentiecentrum in Brussel terwijl ze hem beledigende etnische toespelingen toeschreeuwden. Hij verklaarde dat de politie hem van langs achteren heeft geslagen:

Ik had handboeien om, ik was geblinddoekt … Ze lieten me tegen een muur plaatsnemen en ik kreeg meerdere klappen van verschillende politieagenten … Ik kon het alleen maar ondergaan … Ze slingerden me beledigingen naar het hoofd: ‘Smerige Arabier’, ‘Smerige terrorist’, ‘Dit is je verdiende loon’ … ‘Je zult de rest van je leven doorbrengen in de cel.’[130]

Tijdens het formele politieverhoor dat plaatsvond na het gewelddadige optreden, zei hij, ging het hem dagen dat de politie hem beschuldigde van betrokkenheid bij de aanslagen van Brussel.

De politie ging in op het verzoek van Omar om een advocaat te spreken. Omar zei dat hij vermoedde dat de man die hem vertegenwoordigde in feite een ambtenaar van de veiligheids- of inlichtingendienst was. De man heeft hem nooit een visitekaartje overhandigd, hij voerde privégesprekken met een van de agenten die hem bewaakten, hij stelde vragen die veeleer leken te kaderen binnen het politieverhoor, en hij leek ‘er geen … om te geven’ toen Omar hem vertelde dat de politie hem in elkaar had geslagen, liet hij optekenen. Na zijn vrijlating zag Omar naar eigen zeggen een paar keer dezelfde man op straat lopen, alsof hij werd geschaduwd.

De politie had Omar op straat gearresteerd en hem na een paar uur zonder aanklacht weer vrijgelaten. Omar zei dat de politie hem nooit een afschrift heeft bezorgd van de verklaring die hij tijdens het verhoor heeft afgelegd. Hij heeft ook nooit een lijst gekregen van zijn bezittingen die in beslag zijn genomen. Hoewel hij al herhaaldelijk om een teruggave heeft verzocht, zijn veel van zijn spullen nog altijd in het bezit van de politie.

Omar zei dat hij zijn baan is kwijtgeraakt omdat de politie zijn werkgever vragen over hem ging stellen, en dat hij na zijn ervaringen in politiebewaring angstig en verbitterd is geraakt:

Telkens als ik een politieauto zie, denk ik meteen dat ze mij moeten hebben. En er is nog iets wat me dwarszit. Als ze inzien dat je niet betrokken was [bij een misdrijf], gooien ze je gewoon weer de straat op als was je een stuk vuil. Je krijgt geen verontschuldigingen, het is net alsof je niets bent, alsof je nog minder dan niets bent. Het is tegenwoordig niet makkelijk om als Arabier of moslim in Molenbeek te wonen. We worden aangevallen door Islamitische Staat. Ze beschouwen ons als ongelovigen, terwijl we niets met hen te maken hebben. Tegelijkertijd worden we ook aangevallen door de staat die zegt ‘Jij bent betrokken bij Islamitische Staat’.[131]

‘Stefan’

‘Stefan’, 31, was samen met zijn vijf kinderen alleen thuis in Molenbeek. Hij was zijn zoontje van twee een flesje melk aan het geven toen gewapende politieagenten de deur van zijn appartement inbeukten met een stormram. Dat gebeurde op 23 november 2015, om 5.35 uur in de ochtend. De agenten rukten het jongetje uit Stefan z’n armen en zwierden het kind hardhandig naar een muur toe. Daarna mepten ze Stefan op het hoofd met een aanvalswapen. Daardoor was hij even buiten bewustzijn, vertelde de advocaat van Stefan.[132]

Stefan liep verwondingen aan zijn hoofd en kneuzingen op zijn borst en zijn linkerschouder op. Het gezicht van zijn tweejarige zoon vertoonde snijwonden en kneuzingen, zoals ‘vingerafdrukken’, zoals blijkt uit de medische verslagen die ons zijn bezorgd door advocaat Alexis Deswaef, voorzitter van de Franstalige afdeling van de Belgische Liga voor Mensenrechten. In het medische verslag wordt ook aanbevolen psychiatrische bijstand voor het kind te zoeken. Deswaef bezorgde Human Rights Watch een afschrift van de klacht die hij met betrekking tot het incident heeft ingediend bij het Comité P, een onafhankelijk extern comité dat voor het Belgische parlement toezicht houdt op het gedrag van de politiediensten.[133]

‘Mijn cliënt schreeuwde hun toe de kinderen niet te doden’, staat in de klachten te lezen ‘Ze gebruikten zo veel geweld dat mijn cliënt hen veeleer voor gevaarlijke criminelen dan voor politieagenten hield. Ze hebben zichzelf nooit bekendgemaakt.’ Toen Stefan de politie vroeg ‘waarom ze hem wilden doden’, antwoordde een van de agenten ‘Omdat je een terrorist bent’ en beschuldigde hij Stefan ervan dat hij Salah Abdeslam, de verdachte van de aanslagen in Parijs, een schuilplaats bood, zo luidde de klacht nog.

Stefan, een bouwarbeider, maakte deel uit van een ploeg die halfweg 2015 was ingehuurd door Ibrahim Abdeslam, de 31-jarige broer van Salah Abdeslam en een van de zelfmoordterroristen van de aanslagen van Parijs, om zijn café in Molenbeek te renoveren. Toen de politie een inval deed in de woning van Stefan, was Salah Abdeslam nog voortvluchtig. Stefan had Ibrahim Abdeslam via zijn werk leren kennen, maar wist helemaal niet dat hij en zijn broer banden hadden met het gewapende extremisme of van plan waren om ook maar enige vorm van geweld te plegen, aldus Deswaef.

De politie trok Stefan een kap over het hoofd. Dat deden ze op zo’n manier dat Stefan vreesde dat hij zou stikken, luidt het in de klacht. Op dat moment was de vrouw van Stefan opgenomen in een plaatselijk ziekenhuis. Ze was pas bevallen van het zesde kind van het stel. De politie plaatste de kinderen onder de hoede van een maatschappelijk werker terwijl Stefan werd vastgehouden voor verhoor. Diezelfde avond nog werd hij vrijgelaten.

De inval bezorgde het gezin emotioneel leed en richtte schade aan in Stefan z’n appartement, luidt het in de klacht. Deswaef verklaarde dat de politie wel de deur van Stefan liet herstellen, maar zich nooit formeel heeft verontschuldigd.

Sébastian Van Geel

Sébastian Van Geel, een vader van vijf kinderen, verklaarde tegenover Human Rights Watch dat hij en zijn gezin doodsangsten hadden uitgestaan toen de federale politie op 7 december 2015 zijn woning in de provincie Henegouwen was binnengevallen.[134]

De 35-jarige Van Geel verklaarde dat hijzelf en zijn vrouw en kinderen iets over 5 uur in de ochtend werden gewekt door drie explosies die zijn kleine huis deden daveren. Hij liep naar een raam en zag hoe een groep gewapende en gemaskerde mannen zijn voordeur probeerde in te beuken met een stormram:

Ik had geen flauw idee wie ze waren. Ik hield ze voor hooligans. Ik begon te roepen ‘Niet schieten! Ik heb vijf kinderen, doe ze alsjeblieft geen pijn’. Ik gebaarde naar mijn vrouw dat ze de kinderen uit de buurt van de ramen moest houden. Wellicht hebben ze dat gezien als een bedreiging. ‘Federale politie’, zeiden ze, ‘Handen op je hoofd! Dit is de laatste waarschuwing, hierna schieten we!’[135]

Van Geel deed wat van hem werd gevraagd. Toen de politie de deur had opengebroken, vertelde hij, zwermden ze uit over het hele huis. Ze gooiden hem op de grond en richtten aanvalsgeweren op zijn hoofd in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen die het uitschreeuwden van angst. Daarna nam de politie hem mee naar een bureau van de federale politie in de dichtstbijzijnde stad.

In een vijf uur durend verhoor, verklaarde Van Geel, lieten ze hem antwoorden op vragen over ‘Palestina’, ‘predikers’, ‘moskeeën’, ‘Parijs’, en ‘Daesh’, een Arabische benaming die vaak wordt gebruikt als synoniem voor IS. De politie sloot het verhoor af met vragen over een bokser met een Arabische naam die een boksclub runde. Van Geel, die zich in 1998 tot de islam heeft bekeerd, is een semiprofessioneel bokser en was al in veel boksclubs gekomen. Hij zei dat hij heeft geantwoord dat hij amper drie dagen in de club van die bokser heeft getraind. De club was een alom bekend en officieel geregistreerd trainingscentrum. Verder heeft hij ze ook gezegd dat hij er niet meer naartoe ging omdat het niveau voor hem niet geschikt was. Hij zei dat hij nooit iets negatiefs had gehoord over de club of de bokser. Diezelfde dag nog liet de politie Van Geel zonder aanklacht vrij om 4 uur ‘s middags.

Van Geel zei dat zijn voordeur vernield was toen hij thuiskwam. De bezittingen van het gezin lagen over het hele huis verspreid, en alle ramen stonden open. Nadat hij zijn beklag had gedaan bij de lokale instanties kwamen gemeentearbeiders een houten paneel met een hangslot in de deuropening plaatsen, maar een echte deur was dat niet. Via de politiediensten vroeg Van Geel om gratis psychologische bijstand, maar toen hij vernam dat er een wachtlijst van twee maanden was, heeft hij voor zichzelf en zijn vrouw een privépsycholoog betaald. Op het moment van dit schrijven verklaarde Van Geel dat het hele gezin nog altijd lijdt onder de psychologische impact van de inval en dat zijn kinderen er nachtmerries over blijven hebben.

Van Geel werkt in een schoonmaakbedrijf en beschreef zichzelf als een man met bescheiden financiële middelen. Bovenop het honorarium van de psycholoog moest Van Geel ook de juridische kosten en de herstelling aan zijn deur betalen. Bovendien had de politie ook zijn elektronische tablets en andere toestellen in beslag genomen. Die kreeg hij pas zes maanden later terug.

Van Geel zei dat hij had beslist om te spreken omdat hij een stem wou geven aan al die andere gezinnen die net als zijn gezin betrokken zijn geweest bij dit soort politieacties, maar niet durven te spreken. Hij zei dat hij vooral hoopt dat ‘er lessen worden getrokken uit deze ervaringen, zodat we andere onschuldige gezinnen kunnen behoeden voor dit soort brutale en op een vergissing berustende huiszoekingen:

Ik kan begrip opbrengen voor de inval en voor de moeilijke omstandigheden waarin de politie moet werken. Maar wat ik niet kan aanvaarden, dat zijn de vergissingen en de brutale manier waarop ze me in het bijzijn van mijn kinderen en mijn vrouw hebben gefouilleerd. Ze hadden me kunnen meenemen naar buiten. Ik ben geen gewelddadig man … Maar als de politie een jonge man op deze manier in het openbaar vernedert of hem traumatiseert voor de ogen van zijn vrouw en kinderen, hoe wil je dan dat hij reageert? De meesten zullen geschokt en voor het leven getekend zijn, maar anderen zullen verder gaan en een haat tegenover de politie en/of de staat gaan koesteren.[136]

Van Geel heeft verschillende instanties aangeschreven om zijn verhaal te doen. Op zijn verzoek heeft een vertegenwoordiger van de lokale politiediensten een ontmoeting gehad met zijn kinderen in een poging om de angst voor de veiligheidsdiensten die ze hadden opgelopen tijdens de huiszoeking af te zwakken. De federale politie, die de huiszoeking heeft verricht, wees een verzoek voor een soortgelijke ontmoeting van de hand, aldus Van Geel.

Sabri

Sabri is 30 en werkt in een boekhandel. Op 21 december 2015 ging hij ‘s middags vlees kopen in een slagerij in de Beurswijk in Brussel in de buurt van zijn huis. Ineens haalde een groep federale politieagenten hem onderuit. Ze bedreigden hem verbaal en gebruikten disproportioneel veel geweld. Sabri verklaarde tegenover Human Rights Watch dat een van de agenten ‘Bek dicht of we slaan je tanden eruit’ zei toen ze hem tegen de grond duwden, hem in de boeien sloegen en een kap over zijn hoofd trokken.[137]

Op het bureau van de federale politie in het centrum onderwierpen ze Sabri naar eigen zeggen aan een visitatie. Visitaties zijn toegelaten onder de Belgische wetgeving, maar Sabri zei dat het op een erg vernederende manier was gebeurd. Hij verklaarde dat de politie hem daarna verplichtte zijn familie op te bellen. Hij moest ze zeggen dat hij in het politiebureau zat, en dat alle bewoners van het zeven verdiepingen tellende flatgebouw waar Sabri met z’n gezin woonde het pand moesten verlaten. De politie vertelde hem dat ze een huiszoeking wilden verrichten met het oog op de arrestatie van zijn 24-jarige broer die zich op dat moment in het gebouw bevond.

Naar eigen zeggen heeft Sabri later van een aantal familieleden vernomen dat zwaarbewapende politieagenten zich in de trappenhallen hadden opgesteld. Daarbij richtten ze hun wapens op alle bewoners, zelfs op de jonge kinderen, toen die werden geëvacueerd. Voor het gebouw waren de journalisten intussen samengetroept.

Toen de politie Sabri’s broer in bewaring had genomen, keerden ze terug naar zijn cel, aldus Sabri. Ze verscheurden de verklaring die hij had afgelegd en waarin hij had verklaard geen misdrijf te hebben gepleegd. ‘Deze verklaring hebben we niet meer nodig’, zeiden ze hem. Daarna, zei hij, lieten ze hem een document zien met daarop zijn naam en de uitdrukking ‘deelname aan terroristische activiteiten’. Ze wilden dat hij het document vervolledigde. Sabri verklaarde dat hij heeft geweigerd het formulier in te vullen. De politie bracht hem op de hoogte van zijn recht op een advocaat, zei Sabri. Op dat recht beriep hij zich niet. Hij zei :‘Ik ben onschuldig.’

Tijdens het verhoor vernam Sabri naar eigen zeggen dat de politie hem en zijn broer verdacht, omdat een bejaarde kennis van hen hun een iPad had gegeven die hij tweedehands had gekocht. Hij had hun gevraagd om er wat muziek op te zetten, omdat hij niet wist hoe dat moest. De broer van Sabri had met de iPad ingelogd op zijn Facebookaccount. Wat ze niet wisten, zei hij, was dat er op de iPad gesprekken stonden die betrekking hadden op de daders van de aanslagen in Parijs.

Sabri en zijn broer werden de volgende dag zonder aanklacht vrijgelaten. Toen ze thuiskwamen, merkte Sabri dat alle deuren van de bovenste zes etages van het flatgebouw van zijn familie uit hun hengsels hingen. Hij verklaarde dat de buren hem hadden verteld dat de deuren waren opengebroken, ook al hadden ze die niet op slot gedaan voor de politie. Zijn familie heeft een klacht ingediend bij de politie en eist 5.000 euro schadevergoeding.

‘Verontschuldigingen kregen we niet’, aldus Sabri. ‘Mijn arrestatie was groot nieuws en leidde tot een heus mediacircus, anders dan mijn vrijlating. Als ik nu op straat loop, kijken de mensen me aan met een vreemde blik, alsof ze willen zeggen: ‘Hij mag dan wel vrij zijn, maar als ze de politie massaal op hem afsturen, moet hij toch wel iets in het schild hebben gevoerd?’

Sabri vroeg Human Rights Watch om hem bij zijn echte voornaam te noemen. Die was sowieso al gepubliceerd door de Belgische media en hij wou graag zijn naam zuiveren.

Stops-and-Searches

Human Rights Watch nam interviews af van 15 mannen en jongens die de politie ervan beschuldigden dat ze hen hebben beledigd en bedreigd. In vier gevallen was er ook sprake van slagen tijdens stops-and-searches tijdens de klopjacht op gewapende extremisten in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel. Allemaal waren ze moslim van Noord-Afrikaanse origine.

Human Rights Watch en een plaatselijke mensenrechtenactivist hadden in Molenbeek een ontmoeting met 12 mannen en jongens van 15 tot 21 jaar oud. Ze beweerden dat ze routinematig staande gehouden en gefouilleerd werden, doorgaans door agenten die hen al kenden. In de onmiddellijke nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel gebeurde dat nog vaker en werden ze tot drie keer per week gecontroleerd.

Vier tienerjongens verklaarden dat de politieagenten hen tegen auto’s hadden gesmakt, of hen hadden geslagen tijdens verhoor in de dagen na de aanslagen. Een jongen van 16 vertelde hoe de politie hem daags na de aanslagen in Parijs van straat plukte en hem zes uur lang heeft vastgehouden. Ze verdachten hem omdat hij een straat afrende, maar naar eigen zeggen rende hij alleen maar omdat hij had afgesproken met iemand van z’n familie en te laat dreigde te komen.

‘In Molenbeek leeft het gevoel dat, als je een blanke jongere bent en over straat rent, de politie denkt dat je haast hebt. Als je als donkere jongere hetzelfde doet, gaan ze ervan uit dat je een crimineel bent’, vertelde Aicha Daoudi. Zij heeft een zaak aangespannen tegen vijf Molenbeekse politieagenten die in 2013 haar toen 14-jarige zoon hardhandig hebben aangepakt. Op het moment van dit schrijven, was de zaak nog lopende.[138] Verschillende moslimjongeren die Human Rights Watch heeft geïnterviewd, vertelden dat ze het gevoel hebben dat de politie sinds de aanslagen in Parijs en Brussel ook elke jongere met een iets donkerdere huidskleur is gaan viseren als mogelijke terrorist.[139]

Een Arabische of moslimjongere kan zich alleen tegen de politie beschermen, verklaarde de 19-jarige ‘Samir’ door ‘uit hun buurt te blijven’.[140]

Benoit Van Keirsbilck, directeur van Defence for Children International - België, liet optekenen dat bepaalde politie-interventies waarbij jongeren worden geviseerd, met inbegrip van identiteitscontroles van kinderen die ze al goed kennen, effectief kunnen neerkomen op pesterij. De jongeren van hun kant, kunnen ook op een provocatieve manier reageren, voegde hij eraan toe: ‘Ze hebben weleens de neiging om beledigingen te uiten aan het adres van de politieagent die op dat moment een ‘goede reden’ krijgt om op te treden en het kind te arresteren. In plaats van de situatie te ontmijnen, leidt die reactie bij beide partijen alleen maar tot een verheviging van het conflict en het geweld.’[141]

Zouzou Ben Chikha

Zouzou Ben Chikha.

© 2016 Human Rights Watch

Zouzou Ben Chikha, een Vlaamse acteur, verklaarde dat de politie in Gent hem op 13 december 2015, toen hij naar de buurtslager fietste, naar aanleiding van een stop-and-search begon te beledigen en hem verplichtte zijn schoenen uit te trekken in de striemende regen. Op dat moment kamde de Belgische politie het hele land uit in de zoektocht naar de overlevende daders van de aanslagen in Parijs en hun medeplichtigen. Ben Chikha was op weg naar de slager om er stoofvlees te kopen. De Belgische media hadden het dan ook algauw over het ‘stoofvleesincident’.

In interviews met Human Rights Watch vertelde Ben Chikha dat de politie hem viseerde omdat hij een donkere huid en een baard had, en omdat hij de kap van zijn trui over zijn hoofd had getrokken om droog te blijven in de striemende regen.[142] Hij verklaarde dat de agenten zijn identiteitsdocumenten wilden zien en versterking opriepen van twee collega’s:
Het regende. Dat was nog het ergste. Daarom was het allemaal zo vernederend, zo kleinerend. De grond was nat, en eerst lieten ze me mijn schoenen uittrekken. Ik stond op mijn sokken in de regen. Ik moest mijn handen tegen de muur zetten. Ze namen mijn rugzak en maakten hem open. Ze keken erin. Ze waren heel erg onbeschoft. Een van hen [de agenten] nam de koekjes die ik in mijn zak had. Hij gooide ze naar me toe en zei ‘Pak uw vuiligheid mee’.[143]

Tegenover de media verklaarde de Gentse politie dat Ben Chikha zich ‘verdacht’ gedroeg en zijn spullen op de natte grond gooide, wat Ben Chikha zelf ontkende. De woordvoerder van het korps erkende ook dat de controle ‘niet optimaal’ is verlopen.[144] Op het moment van dit schrijven was het Comité P, dat toezicht houdt op de politiediensten, het incident nog aan het onderzoeken.

Net zoals veel anderen die het doelwit waren van een politieactie, vertelde Ben Chikha dat hij niet de actie zelf, maar de manier waarop de controle gebeurde wil aanklagen. ‘Komaan’, zei hij, ‘ik weet wel zeker dat ze me anders zouden hebben behandeld als ik blond was geweest, blauwe ogen had gehad en met een rugzak van Gucci had rondgelopen.’

‘Youssef’

Op 23 november 2015, 10 dagen na de aanslagen in Parijs, stond de 18-jarige ‘Youssef’ met zijn lunch aan te schuiven aan de kassa van een supermarkt in de buurt van zijn school in Antwerpen. Ineens was hij omsingeld door een tiental gewapende politieagenten. ‘Een van hen zei ‘Go! Go! Go! Op de grond, meteen!’’, verklaarde Youssef tegenover Human Rights Watch. ‘Ik zat op mijn knieën met mijn handen op mijn hoofd. Ze hielden me onder schot met twee zware wapens. Ik zei ‘Laat die wapens alsjeblieft zakken, ik ben bang’.[145]

Er vormde zich algauw een menigte om me heen. Een paar van hen waren medestudenten, vertelde Youssef. Hij vreesde het ergste, zei hij, en hij riep tegen de studenten ‘Film dit!’.

De politie sloeg Youssef in de boeien en nam hem mee naar een politiebureau. Voor het warenhuis hadden de persfotografen intussen al postgevat om een foto van hem te kunnen maken. Op het bureau werd hij een uur of drie, vier opgesloten. Daarna werd hij vrijgelaten. ‘Ze zeiden ‘Je kunt gaan’’, vertelde Youssef. ‘Ze hebben me niet uitgelegd waarom ze me hadden meegenomen en ze hebben me geen excuses aangeboden.’

Later vernam Youssef dat de politie een tip had gekregen van een vrouw die ook in het shopping center was. Ze had er een man gezien die een joggingbroek en een sweater droeg en een rugzak bij zich had. Ze vond dat hij zich verdacht gedroeg en misschien wel op het punt stond een aanslag te plegen op het gebouw omdat hij aldoor de toiletten in en uit liep. Youssef, die op een sportschool zat, droeg ook een joggingbroek en een sweater, zij het van een andere kleur dan die van de verdachte, en had een rugzak bij zich.

Nadat het verhaal van de controle viraal was gegaan, vertelde Youssef, heeft de lokale politiecommissaris hem opgezocht. Hij zei dat het hem speet dat Youssef was getraumatiseerd door het incident, maar dat de politie niets verkeerd had gedaan. ‘Hij zei me ‘Je had ze je identiteitskaart moeten laten zien en dan zou er niets aan de hand zijn geweest’.’ Ik heb geantwoord: ‘Ik kon ze mijn identiteitskaart niet geven! Ze hielden me onder schot en ik moest mijn handen op mijn hoofd houden.’ In plaats daarvan, vertelde Youssef, had hij ze gezegd dat ze zijn identiteitskaart in zijn rugzak konden vinden.

Een paar dagen na de ontmoeting met de korpsoverste ontving Youssef naar eigen zeggen een dagvaarding wegens ‘verstoring van de openbare orde’ omdat hij had ‘geschreeuwd’ tijdens zijn arrestatie. Dat sloeg blijkbaar op het feit dat hij naar zijn medestudenten had geroepen dat ze zijn arrestatie moesten filmen. De politie verklaarde dat de dagvaarding een ‘vergissing’ was nadat een lid van het Minderhedenforum, de spreekbuis en belangenverdediger van verenigingen die opkomen voor de rechten van minderheden, contact met hen had opgenomen om de manier waarop Youssef was behandeld aan te klagen.

Youssef is van oordeel dat hij brutaal is behandeld omdat hij eruitziet als een Noord-Afrikaanse moslim. ‘Ik voelde me niet langer een burger’, zei hij. ‘Als ik tegenwoordig een politieagent of een soldaat op straat zie, denk ik ‘Oké, ze kunnen me elk moment oppakken, alleen maar vanwege hoe ik eruitzie’.’

Problemen bij verkrijgen schadevergoeding

Onder de Belgische wetgeving kunnen slachtoffers in de meeste gevallen een vergoeding eisen van de overheidsinstanties voor materiële schade toegebracht tijdens invallen door de politie of andere overheidsinstanties.[146] Het Hof van Cassatie van België heeft in 2010 bevestigd dat een vergoeding voor disproportionele schade toegebracht door de staat kan worden toegekend onder welbepaalde voorwaarden, zelfs in de afwezigheid van een fout begaan door de overheidsinstantie, en zelfs indien die schadevergoeding niet expliciet wordt opgelegd door een wetsvoorziening.[147]

In gevallen van wangedrag door de politie kan de verantwoordelijke federale of lokale overheidsinstantie er ook toe worden verplicht om andere soorten schade te vergoeden, zoals verwondingen of geestelijk leed ontstaan als gevolg van hun acties.[148] Hoewel sommige Belgische politiekorpsen psychologische of medische bijstand aanbieden, bestaat daar geen verplichting toe, aldus Nicolin Christian, ambtenaar bij de Directie Geschillen en Juridische ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.[149]

Ondanks dit wettelijke kader blijft het erg moeilijk om een schadevergoeding te vragen, laat staan toegekend te krijgen, verklaarden Belgische mensenrechtenadvocaten en-verdedigers tegenover Human Rights Watch.[150] Mogelijke schadevergoedingen zijn ‘vaak een illusie’, aldus Mathieu Beys, een jurist gespecialiseerd in de rechten van slachtoffers van politieacties. ‘Er is een enorm gebrek aan informatie en er bestaat geen enkele procedure waarmee slachtoffers van hun rechten op de hoogte worden gesteld.’ Beys ijvert voor de verplichte uitreiking van een informatief document aan de slachtoffers waarin ze op de hoogte worden gebracht van hun rechten na elke inval of arrestatie.[151]

Noch de website van de federale politie noch die van Comité P verschaft specifieke informatie over de manier waarop een officiële aanvraag tot vergoeding van materiële schade aangebracht tijdens een inval moet worden ingediend. Er zijn ook geen betalingstermijnen voor de schadevergoeding vastgelegd, verklaarde Christian.[152]

Onder de Belgische wetgeving heeft iedereen het recht om, ook via een beroepsprocedure, de teruggave te eisen van persoonlijke goederen die door de politie in beslag zijn genomen.[153] Onderzoeksrechters en het Openbaar Ministerie mogen de goederen in bewaring houden zolang hun onderzoek dat vereist, maar moeten de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht nemen en mogen de ‘redelijke termijn’ zoals vastgelegd in het EVRM niet overschrijden.[154]

Toezicht op de Politie

Beschuldigingen van wangedrag gepleegd door de politie in België worden onderzocht door het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten, kortweg Comité P, een extern controleorgaan dat wordt samengesteld door en verslag uitbrengt aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers.[155]

In het meest recente verslag over België heeft het VN-Comité tegen Foltering (CAT) zijn bezorgdheid geuit omtrent de neutraliteit van de leden van het Comité P. ‘Sommige leden van het comité zijn gewezen politieagenten. Dat kan hun onpartijdigheid in gevaar brengen als ze objectieve en doeltreffende onderzoeken moeten voeren naar aantijgingen dat er daden van foltering en wanbehandeling zijn gepleegd door leden van de politie’, luidde het. In het verslag was ook te lezen dat het Comité P en zijn onderzoeksteam hoorden te bestaan uit onafhankelijke experts van buiten de politie.[156]

Het advies van gewezen politieagenten mag dan waardevol zijn voor Comité P, toch moet de Belgische overheid erop toezien dat het onderzoeksteam in staat is onpartijdige onderzoeken uit te voeren en dat het Comité P het vertrouwen geniet van mensen die een klacht indienen.

Comité P ging niet in op de vraag van Human Rights Watch hoeveel klachten er sinds de aanslagen in Parijs en Brussel waren ingediend met betrekking tot de terrorismebestrijdingsoperaties. Het Comité P zei dat ze enkel gegevens mochten vrijgeven aan de toezichtscommissie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.[157] Een persoonlijke assistente van Kamervoorzitter Siegfried Bracke, die ook de parlementaire Commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité P en het Vast Comité I voorzit, weigerde de informatie vrij te geven, met de mededeling dat die informatie vertrouwelijk was.[158]

IV. Dankwoord

Dit rapport is tot stand gekomen op basis van het onderzoek verricht door Letta Tayler, senior terrorism and counterterrorism researcher bij Human Rights Watch. Kubra Gulsen, stagiaire bij Human Rights Watch, heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan dit onderzoek. Tayler kon daarnaast ook steeds terugvallen op de steun van Human Rights Watch-medewerkers Aurélie Poelhekke, Claudio Francavilla en Camille Marquis, en van stagiairs Marie Solanet, Sara Pastor, Harry Gray Calvo en Francesca Gallelli.

Het rapport is geredigeerd door Benjamin Ward, deputy director  op de afdeling Europa en Centraal-Azië van Human Rights Watch; Tom Porteous, deputy program director; en Aisling Reidy, senior legal advisor. Het rapport is gecontroleerd door expert Michael Bochenek, senior counsel van de Afdeling Kinderrechten. Het rapport is vertaald door Piet De Meulemeester en nagekeken door Jan Kooy, senior press officer  Europa.

Dit rapport is geschikt gemaakt voor publicatie door Michelle Lonnquist, Human Rights Watch-medewerkster; Olivia Hunter, publicatiemedewerkster; Fitzroy Hepkins, administratief manager; en Jose Martinez, senior coördinator.

Human Rights Watch is ook dank verschuldigd aan Manuel Lambert, juridisch adviseur bij de Franstalige afdeling van de Belgische Liga voor Mensenrechten; aan Mathieu Beys, jurist bij het Belgische Observatoire des violences policières (ObsPol); en aan Isabelle Wattier, assistente aan de Faculteit Rechten van de Katholieke Universiteit Leuven, voor hun aanvullende juridische controle van bepaalde delen van dit rapport.

De erkentelijkheid van Human Rights Watch gaat ook uit naar de vele getuigen, familieleden, advocaten, mensenrechtenverdedigers, de Belgische federale en lokale ambtenaren, en alle andere personen die de totstandkoming van dit rapport mee mogelijk hebben gemaakt. We danken eveneens de vele middenveldorganisaties die ons advies hebben verleend, zoals, onder meer, de Franstalige afdeling van de Liga voor Mensenrechten; het Collectief tegen Islamofobie in België (CTIB); het Europees Netwerk tegen Racisme; het Internationaal Observatorium voor het Gevangeniswezen (OIP); Defence for Children International - België; Minderhedenforum; en Uit de Marge.

[1] Zie, bijvoorbeeld, ‘De Belgische Gedecentraliseerde Parlementen Uitgelegd’ (Belgium's devolved Parliaments explained), 27 september 2014, http://www.bbc.com/news/world-europe-29384777, en ‘Het Complexe Belgische Democratische Web’ (Belgium’s Complex Web of Democracy), 29 september 2014, http://www.bbc.com/news/blogs-eu-29407445, beide door Chris Morris, BBC News; en Ian Buruma, ‘In de Hoofdstad van Europa’ (In the Capital of Europe), New York Review of Books, 7 april 2016, http://www.nybooks.com/articles/2016/04/07/brussels-capital-of-europe/. België heeft ook een klein Duitstalig landsgedeelte.

[2] Conrad Hackett, ‘Vijf Feiten over de Moslimbevolking in Europa’ (Five Facts About the Muslim Population in Europe), Pew Research Center, 19 juli 2016, http://www.pewresearch.org/fact-tank/2016/07/19/5-facts-about-the-muslim-population-in-europe/.

[3] In haar meest recente jaarverslag heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) België opgeroepen om iets te doen aan de ‘erg lage’ tewerkstellingsgraad en de slechte scholing van de niet-Europese immigranten, en verklaard dat de achterstelling ook in het land geboren kinderen treft: OECD Economic Surveys, Belgium, februari 2015, http://www.oecd.org/eco/surveys/Overview_Belgium_2015_Eng.pdf, pp. 23-24.

[4] ‘Moslims in België per gewest, provincie en gemeente’, Npdata.be, 18 september 2015, http://www.npdata.be/BuG/286-Aantal-moslims/Aantal-moslims.htm.

[5] Interviews van Human Rights Watch met 15 in België gevestigde mensenrechtenverdedigers in februari, mei en juni 2016, met inbegrip van Hajib El Hajjaji, vicevoorzitter van het Collectief tegen Islamofobie in België (CTIB), Brussel, 23 mei 2016, en met Michael Privot, directeur van het Europees Netwerk tegen Racisme (ENAR), Berlijn, 1 juni 2016. Zie ook Unia (Interfederaal Gelijkekansencentrum), ‘Jaarverslag 2015’, 21 juni 2016, http://unia.be/files/Unia_Rapport_2015 _opmaak_HR_NL_AS.pdf.

[6] Human Rights Watch tekende, bijvoorbeeld, tientallen klachten op van mensenrechtenverdedigers en Belgische moslims naar aanleiding van de ongegronde bewering op 16 april 2016 van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, lid van de centrumrechtse, separatistische Nieuw-Vlaamse Alliantie, of N-VA, dat ‘een significant deel van de moslimgemeenschap stond te dansen toen de aanslagen plaatsvonden.’[6]In een parlementaire hoorzitting naar aanleiding van zijn uitlating kon Jambon zijn bewering niet staven met bewijs. Hij zei dat hij met ‘significant’ ‘betekenisvol’ had bedoeld, maar daarom niet noodzakelijk grote aantallen.[6] Zie Bart Brinckman en Marjan Justaert, ‘Dansen na de aanslagen. Stenen gooien naar de politie. Dát is het echte probleem’, De Standaard, 16 april 2016, http://www.standaard.be/cnt/dmf20160415_02240440, en getuigenis van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon voor de Verenigde Commissies voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, 18 mei 2016, https://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic425.pdf.

[7] Zie, bijvoorbeeld, Internationaal Centrum voor Contraterrorisme – Den Haag, ‘Het Fenomeen van de Buitenlandstrijders in de Europese Unie’ (The Foreign Fighters Phenomenon in the European Union), april 2016, https://www.icct.nl/wp-content/uploads/2016/03/ICCT-Report_Foreign-Fighters-Phenomenon-in-the-EU_1-April-2016_including-AnnexesLinks.pdf, hoofdstuk 3, België.

[8] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Anne Laure Mouligneaux, woordvoerster van het Belgische minister van Binnenlandse Zaken, 23 juni 2016.

[9] Zie, bijvoorbeeld, Pieter Van Ostaeyen, ‘Belgische Buitenlandstrijders in Syrië en Irak – mei 2016’ (Belgium’s Foreign Fighters in Syria and Iraq – May 2016), gepost op ‘pietervanostaeyen: Beschouwingen omtrent Arabisme, Islamisme, Geschiedenis en Actualiteit’ (pietervanostaeyen: Musings on Arabism, Islamicism, History and current affairs (blog)), 7 mei 2016, https://pietervanostaeyen.com/2016/05/07/belgiums-foreign-fighters-in-syria-and-iraq-may-2016.

[10] Rik Coolsaet, ‘De Vierde Golf Buitenlandstrijders: Wat Drijft Europeanen naar Syrië en Islamitische Staat? Inzichten vanuit de Belgische Zaak’ (Facing the Fourth Foreign Fighters Wave: What Drives Europeans to Syria, and to Islamic State? Insights from the Belgian Case), Egmont Papers, Egmont - Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen, maart 2016, http://www.egmontinstitute.be/publication_article/facing-the-fourth-foreign-fighters-wave/, p. 9. Coolsaet is hoogleraar aan de Universiteit Gent en staflid van het in Brussel gevestigde Egmont - Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.

[11] Zoals ook de daders van de moord op de Afghaanse anti-Taliban-commandant Ahmed Shah Massoud in 2001. Jean Pierre Stroobants, ‘Molenbeek, de Belgische draaischijf van het islamitische terrorisme’ (Molenbeek, la plaque tournante belge du terrorisme islamiste), Le Monde, 16 november 2015, http://www.lemonde.fr/europe/article/2015/11/16/molenbeek-la-plaque-tournante-belge-du-terrorisme-islamiste_4810617_3214.html.

[12] Julia Lynch, ‘Hierom speelt deze ene Brusselse gemeente een rol bij zo veel terroristische aanslagen in Europa’ (Here’s why so many of Europe’s terrorist attacks come through this one Brussels neighborhood), Washington Post, 5 april 2016, https://www.washingtonpost.com/news/monkey-cage/wp/2016/04/05/heres-why-so-many-of-europes-terror-attacks-come-through-this-one-brussels-neighborhood/. Emma Graham-Harrison, ‘Waarom richtten de aanvallers hun vizier op België’ (Why did the attackers target Belgium?), Guardian, 22 maart 2016, https://www.theguardian.com/ world/2016/mar/22/why-was-belgium-targeted-by-bombers.

[13] Ibid.

[14] Buruma,’In de Hoofdstad van Europa’ (In the Capital of Europe), New York Review of Books.

[15] Interviews van Human Rights Watch met meer dan 20 veiligheidsexperts, mensenrechtenverdedigers, grassrootsactivisten en ouders van jongeren die naar Syrië zijn afgereisd, Brussel en Antwerpen, maart, mei en juni 2016. Zie ook Coolsaet, ‘‘De Vierde Golf Buitenlandstrijders’ (Facing the Fourth Foreign Fighters Wave), pp. 15-18.

[16] Interview van Human Rights Watch met Youssef Aouriaghel Kobo, Brussel, 6 februari 2016.

[17] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met twee woordvoerders van het Ministerie van Justitie, 3-19 oktober 2016.

[18] Zie, bijvoorbeeld, Jean-Pierre Stroobants, ‘Hoe de nalatigheden van de Belgische politie de terroristen van 13 november in de kaart speelden’ (Comment les ratés de la police belge ont servi les terroristes du 13 novembre), Le Monde, 13 oktober 2016, http://www.lemonde.fr/europe/article/2016/10/13/comment-les-rates-de-la-police-belge-ont-servi-les-terroristes-du-13-novembre-2015_5012970_3214.html#gfIlqDH3JCJm8QAo.99, en Andrew Higgins, ‘Antwoord op Terrorisme Stelt België in een Kwalijk Daglicht’ (Terrorism Response Puts Belgium in a Harsh Light), New York Times, 24 november 2015, http://www.nytimes.com/2015/11/25/world/europe/its-capital-frozen-belgium-surveys-past-failures-and-squabbles.html; en Rick Noack, ‘De e-mail die de aanslag op het Brusselse metrostation moest voorkomen werd naar het verkeerde adres verstuurd’ (The email that was supposed to prevent the Brussels metro attack was sent to the wrong address), Washington Post, 12 mei 2016, https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2016/05/12/this-email-was-supposed-to-prevent-the-brussels-metro-explosion-but-it-was-sent-to-the-wrong-address/.

[19] Interviews van Human Rights Watch met Claude Moniquet, Brussel, 23 mei 2016; en met een gewezen hooggeplaatste Belgische veiligheidsambtenaar (anoniem), Brussel, 6 juni 2016; e-mailconversaties met Coolsaet, 30-31 augustus 2016.

[20] E-mailconversaties tussen Human Rights Watch en Coolsaet, 30-31 augustus 2016.

[21] Interview van Human Rights Watch met Moniquet, 23 mei 2016.

[22] ‘Frankrijk: Misbruik onder de Noodtoestand’ (France: Abuses Under State of Emergency), persbericht van Human Rights Watch van 3 februari 2016, https://www.hrw.org/news/2016/02/03/france-abuses-under-state-emergency; en ‘Frankrijk: Verlengde Noodtoestand vormt Bedreiging voor Rechten’ (France: Prolonged Emergency State Threatens Rights), persbericht van Human Rights Watch van 22 juli 2016, https://www.hrw.org/news/2016/07/22/france-prolonged-emergency-state-threatens-rights. Zie ook Amnesty International, ‘Overhoop Gehaalde Levens: De Disproportionele Impact van de Franse Noodtoestand’ (Upturned Lives: The Disproportionate Impact of France’s State of Emergency), 4 februari 2016, https://www.amnesty.org/en/documents/eur21/3364/2016/en.

[23] ‘Verscherpte veiligheidsmaatregelen uit voorzorg’, Crisiscentrum, publieke verklaring, 15 januari 2015, http://crisiscentrum.be/nl/inhoud/verscherpte-veiligheidsmaatregelen-uit-voorzorg.

[24] ‘Dreigingsniveau in België verhoogd in het licht van ‘verijdelde aanslag’’(Terror alert level raised in Belgium in light of 'foiled attack’), Deutsche Welle, 16 januari 2015, http://www.dw.com/en/terror-alert-level-raised-in-belgium-in-light-of-foiled-attack/a-18195383.

[25] Thomas Escritt, ‘Lockdown in Brussel voorbij, maar klopjacht voortgezet’ (Brussels lockdown ends but manhunt goes on), Reuters, 26 november 2015, http://uk.reuters.com/article/uk-france-shooting-belgium-idUKKBN0TE26K20151126.

[26] Paul Dallison, ‘België verlaagt veiligheidsdreiging tot niveau 3’ (Belgium lowers security threat level to 3), Politico, 24 maart 2016, http://www.politico.eu/article/belgium-lowers-security-threat-level-to-3-brussels-attacks-jan-jambon/.

[27] Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 10 juli 2006 betreffende de analyse van de dreiging, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2006112833&table_name=wet, art. 11.

[28] ‘Verscherpte veiligheidsmaatregelen uit voorzorg, Crisiscentrum, 15 januari 2015, http://crisiscentrum.be/nl/inhoud/verscherpte-veiligheidsmaatregelen-uit-voorzorg.

[29] Unia, ‘Jaarverslag 2015’, 21 juni 2016. Zie ook Tim Whewell, ‘Heeft België een apartheidssysteem in het leven geroepen?’ (Has Belgium created a system of apartheid?), BBC News Magazine, http://www.bbc.com/news/magazine-35311422.

[30] Zogoed als alle nationale en lokale mensenrechtenverdedigers, moslimrechtenactivisten en inwoners van islamitische, Noord-Afrikaanse of Turkse afkomst die we in het kader van dit rapport hebben geïnterviewd, drukten hun bezorgdheid uit over wat zij als raciale of etnische profilering door de politie beschouwen.

[31] Interviews van Human Rights Watch met ‘Pascal’, een Belgische politieambtenaar van de terrorismebestrijdingseenheid, mei 2016, en met drie moslimagenten van Noord-Afrikaanse origine: Hamid A. en ‘Khalid’, Brussel, 7 juni 2016; en ‘Mehdi’, België (locatie niet gespecificeerd), 1 juli 2016. ‘Pascal’ noemde profilering een ‘probleem’, maar niet endemisch, de drie mosliminspecteurs zeiden dat ze het profileren als systemisch beschouwden.

[32] ‘Commissie Aanslagen: Waarom werd het rapport over Abdeslam terzijde geschoven?’ (Commission ‘attentats’: pourquoi le rapport sur Abdeslam a-t-il été mis de côté?”) RTBF, 22 juni 2016, http://www.rtbf.be/info/dossier/attaques-terroristes-a-paris/detail_commission-attentats-pourquoi-le-rapport-sur-abdeslam-a-t-il-ete-mis-de-cote?id=9333589. Human Rights Watch nam op 7 juni 2016 in Brussel een interview af van politie-inspecteur Hamid A. Hamid A. heeft bij het Comité P, een extern controleorgaan van alle ambtenaren met politiebevoegdheid in België, een rechtszaak aangespannen en een klacht ingediend tegen de commissaris. Zie ‘Onderduikadres van Salah Abdeslam: een Mechelse inspecteur dient een klacht in tegen zijn oversten’ (Planque de Salah Abdeslam: un inspecteur de Malines dépose plainte contre ses supérieurs), La Libre, 6 juni 2016, http://www.lalibre.be/actu/belgique/planque-de-salah-abdeslam-un-inspecteur-de-malines-depose-plainte-contre-ses-superieurs-5755272635702a22d8126156.

‘Khalid’, een tweede moslimspeurder die Human Rights Watch op 7 juni 2016 heeft geïnterviewd, verklaarde dat de Mechelse commissaris ook een rapport had tegenhouden dat hij in december 2015 had ingediend. Ook in dat verslag was een tip opgenomen met betrekking tot de mogelijke verblijfplaats van Abdeslam. Nog volgens Khalid zijn vooroordelen tegenover moslims de beweegreden van de commissaris.

[33] Elise Vincent, ‘Aanslagen van november: Wat Salah Abdeslam in het twee uur durende verhoor tegen de speurders vertelde’ (Attentats de novembre: ce que Salah Abdeslam a dit aux enquêteurs lors de ses deux heures d'audition), Le Monde, 27 maart 2016, http://www.lemonde.fr/attaques-a-paris/article/2016/03/25/ce-que-salah-abdeslam-a-dit-aux-enqueteurs-lors-de-ses-2-heures-d-audition_4890001_4809495.html. Vivienne Walt, ‘Belgische Tekortkomingen op het vlak van de Veiligheid maakten de Aanslagen in Brussel quasi onvermijdelijk’ (Belgium’s Security Failures Made the Brussels Attacks All But Inevitable), Time, 23 maart 2016, http://time.com/4269505/brussels-attacks-security-failure-belgium/.

[34] ‘Korpschef Mechelen: ‘Fouten gemaakt binnen het korps’, HLN.be, 25 maart 2016, http://www.hln.be/hln/nl/36484/ Aanslagen-Brussel/article/detail/2657653/2016/03/25/Korpschef-Mechelen-Fouten-gemaakt-binnen-het-korps.dhtml; Joris van der Aa, ‘Waarom de Mechelse korpschef belangrijke informatie over terrorist Salah Abdeslam tegenhield’, Gazet van Antwerpen, 15 mei 2016, http://www.gva.be/cnt/dmf20160515_02290151/waarom-de-mechelse-korpschef-belangrijke-informatie-over-terrorist-salah-abdeslam-tegenhield.

[35] Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, Verslag van de Werkgroep Universeel Periodiek Onderzoek - België (Report of the Working Group on the Universal Periodic Review – Belgium – ‘Universal Periodic Review’), A/HRC/32/8, 11 april 2016, http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/HRC/RegularSessions/Session32/Pages/ListReports.aspx, paragrafen 30, 32, 138.74, 139.8, 139.9, 139.10, 140.25, 141.14, 141.16. Zie ook ‘Te Weinig Gewicht in de Schaal: Wetten en Praktijken Bieden Ontoereikende Bescherming van de Mensenrechten’ (Punching Below Its Weight: Laws and Practices Provide Inadequate Human Rights Protection), Ingediend bij de UN Universal Periodic Review, januari - februari 2016, persbericht Amnesty International, 5 oktober 5 2015, https://www.amnesty.org/en/documents/eur14/2497/2015/en/.

[36] Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, Verslag van de Werkgroep Universeel Periodiek Onderzoek – België, Addendum 1 (Universal Periodic Review, Addendum 1), A/HRC/32/8/Add.1, 1 juni 2016, http://www.ohchr.org/ EN/HRBodies/HRC/RegularSessions/Session32/Pages/ListReports.aspx, paragrafen 3-5, 8.

[37] Ibid., par. 23.

[38] Geconsolideerd antwoord aan Human Rights Watch van de Belgische Ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken, en Defensie, en van de Federale Politie, 10 oktober 2016. Wat betreft het project in Antwerpen, zie Alan Hope, ‘Antwerpen wil eigen politiediensten rekruteren’ (Antwerp to recruit its own police force), Flanders Today, 16 oktober 2015, http://www.flanderstoday.eu/current-affairs/antwerp-recruit-its-own-police-force.

[39] Ibid., evenals e-mailconversaties tussen Human Rights Watch en Anne Laure Mouligneaux, 23 juni 2016.

[40] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[41] Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen, Instructies Betreffende het Extremisme, 2 april 2015. Kopie in de archieven van Human Rights Watch.

[42] Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen, Instructies Betreffende het Extremisme, april 2016. Kopie in de archieven van Human Rights Watch.

[43] E-mailgesprekken en telefonische interviews van Human Rights Watch met Kathleen Van de Vijver, woordvoerster van het Belgische gevangeniswezen, 10-11 oktober 2016.

[44] Steven Mufson, ‘Hoe de Belgische gevangenissen een kweekvijver van het islamitische extremisme werden’ (How Belgian prisons became a breeding ground for Islamic extremism), Washington Post, 7 maart 2016, https://www.washingtonpost.com/world/europe/how-belgian-prisons-became-a-breeding-ground-for-islamic-extremism/2016/03/27/ac437fd8-f39b-11e5-a2a3-d4e9697917d1_story.html?hpid=hp_no-name_brusselsprisons750p_2%3Ahomepage%2Fstory.

[45] ‘VS: Wijdverbreide Toepassing van de Eenzame Opsluiting Verdient een Kritische Blik’ (US: Look Critically at Widespread Use of Solitary Confinement), persbericht van Human Rights Watch, 18 juni 2012, https://www.hrw.org/news/ 2012/06/18/us-look-critically-widespread-use-solitary-confinement. Foltering en andere vormen van onmenselijke of vernederende behandeling zijn verboden onder Artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en onder Artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), aangenomen op 16 december 1966, G.A. Res. 2200A (XXI), 21 U.N. GAOR Supp. (No. 16) op 52, U.N. Doc. A/6316 (1966), 999 U.N.T.S. 171, in voege getreden op 23 maart 1976, http://www.ohchr.org/en/professionalinterest/pages/ccpr.aspx.

[46] ‘In de meeste gevallen zou eenzame opsluiting moeten worden verboden’, aldus een VN-expert, UN News Center, 18 oktober 2011, http://www.un.org/apps/news/story.asp?NewsID=40097#.V7dflSgrKUm.

[47] E-mailconversaties en telefonische interviews van Human Rights Watch met Van de Vijver, 10-11 oktober 2016.

[48] Interviews van Human Rights Watch met advocaten van de drie gedetineerden, en met familieleden van twee van de drie gedetineerden, Brussel, mei-juni 2016. Human Rights Watch onderzocht ook juridische documenten met betrekking tot de eenzame opsluiting van de gevangenen.

[49] Telefonisch interview van Human Rights Watch met de verloofde van ‘Ahmed’, Brussel, 10 juni 2016.

[50] Interview van Human Rights Watch met advocaat Nicolas Cohen, Brussel, 24 mei 2016.

[51] Kopie van het verslag in de archieven van Human Rights Watch.

[52] Interviews van Human Rights Watch met advocate Delphine Paci en de vrouw en dochter van ‘Mohamed’, 6 juni 2016.

[53] Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (‘Wet-Dupont’), 12 januari 2005, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_name=wet&cn=2005011239, arts. 147-166.

[54] Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT), Rapport gericht aan de Belgische overheid met betrekking tot het bezoek van CPT van 24 september tot 4 oktober 2013 (Rapport au Gouvernement de la Belgique relatif à la visite effectuée en Belgique par le CPT du 24 septembre au 4 octobre 2013), 31 maart 2016, http://www.cpt.coe.int/documents/bel/2016-13-inf-fra.pdf, para 57.

[55] België heeft het Optionele Protocol in 2005 ondertekend, maar nog steeds niet geratificeerd.

[56] Gabriele Steinhauser, ‘België zet Leger in de Steden in na Terreuraanslagen’ (Belgium Deploys Military in Cities after Terror Raids), Wall Street Journal, 17 januari 2015, http://www.marketwatch.com/story/belgium-deploys-soldiers-in-cities-after-terror-raids-2015-01-17.

[57] ‘Steun van Defensie aan de Geïntegreerde Politie voor Bewakingsopdrachten’ (Appui de la Défense à la police intégrée en vue d'assurer des missions de surveillance), gezamenlijke verklaring van de Belgische Ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie, 28 augustus 2016, http://www.belga.be/fr/press-release/details-56533/?langpr=FR.

[58] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[59] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Anne Laure Mouligneaux, 23 juni 2016.

[60] Voor een lijst van vredeshandhavingsoperaties van de Belgische troepen, zie Koninkrijk België, Buitenlandse Zaken, Vredeshandhavingsoperaties, http://diplomatie.belgium.be/nl/Beleid/beleidsthemas/ vrede_en_veiligheid/ vredesoperaties.

[61] VN-Basisprincipes met betrekking tot het Gebruik van Geweld en Vuurwapens door Ordehandhavers (UN Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials), aangenomen tussen 27 augustus en 7 september 1990, http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/UseOfForceAndFirearms.aspx.

[62] Odile Leherte, ‘Militairen op Straat: Aanklachten wegens Misbruik van Gezag’ (Militaires en rue: des plaintes déposées pour abus d'autorité), RTBF, 1 juni 2016, https://www.rtbf.be/info/societe/detail_militaires-en-rue-des-plaintes-deposees-pour-abus-d-autorite?id=9313421. Tien lokale en nationale mensenrechtenverdedigers in Brussel verklaarden tegenover Human Rights Watch dat ze klachten hadden ontvangen van etnische en religieuze minderheden over het gedrag van de militairen, in het bijzonder in de onmiddellijke nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel.

[63] Interview van Human Rights Watch met ‘Brahim’, Brussel, 25 maart 2016.

[64] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Anne Laure Mouligneaux, 23 juni 2016.

[65] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[66] ‘De militairen in onze straten zouden kunnen worden omgevormd tot politieagenten’ (Les militaires dans nos rues pourraient être reconvertis en policiers), RTL België, 30 augustus 2016, http://www.rtl.be/info/belgique/societe/les-militaires-dans-nos-rues-pourraient-etre-reconvertis-en-policiers-846914.aspx.

[67] ‘ Aanslagen van Parijs: Oproep tot Grondig Onderzoek van de Franse inlichtingendiensten’ (Paris attacks: Call to overhaul French intelligence services), BBC, 5 juli 2016, http://www.bbc.com/news/world-europe-36711604.

[68] ‘Strijd tegen terrorisme – maatregelen genomen door de Plenaire Zitting van de Kamer – 19 november 2015’, http://www.premier.be/sites/default/files/articles/lijst%20van%20maatregelen%20-%20veiligheid%20Pleniaire%20zitting%2019%2011%202015.pdf; en ‘Belgische regering keurt terrorismebestrijdingsplan goed (Belgian government approves anti-terrorism plan), Al Jazeera, 16 januari 2015, http://america.aljazeera.com/articles/2015/1/16/belgian-governmentplans12stepantiterrorplan.html.

[69] Amnesty International, ‘België, Jaarverslag 2015/2016’ (Belgium 2015/2016 Annual Report), https://www.amnesty.org/ en/countries/europe-and-central-asia/belgium/report-belgium/.

[70] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[71] Artikel 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la=N&cn=1984062835&table_name=wet, zoals opgenomen onder de Wet tot versterking van de strijd tegen het terrorisme van 20 juli 2015, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la=N&cn= 2015072008&table_name=wet, art. 7.

[72] Het recht op een nationaliteit, dat niemand willekeurig mag worden ontzegd, is vastgelegd in een aantal mensenrechteninstrumenten, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, http://www.un.org/en/universal-declaration-human-rights/, art. 15.

[73] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[74] In Artikel 7 van het IVBPR, bijvoorbeeld, luidt het dat ‘niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing’. In zijn interpretatie van het verbod op foltering dat in het Verdrag is opgenomen, hanteert het VN-Mensenrechtencomité ook het ‘non-refoulement’-beginsel: ‘Staten die partij zijn, mogen een individu niet blootstellen aan het risico op foltering of wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing bij hun terugkeer naar een andere land als gevolg van uitlevering, uitwijzing of refoulement.’ Zie Human Rights Committee, General Comment No. 20, Art. 7, Compilation of General Comments en General Recommendations Adopted by Human Rights Treaty Bodies, U.N. Doc. HRI/GEN/1/Rev.1 op 30 (1994).HR Committee General Comment No. 20 (1992), Artikel 7, http://hrlibrary.umn.edu/gencomm/hrcom20.htm. Artikel 3 van het Verdrag tegen Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing verbiedt uitdrukkelijk de overbrenging van een individu naar een land waar hij of zij het risico op foltering loopt: http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/CAT.aspx.

[75] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[76] Ibid.

[77] Wet van 28 mei 2016 betreffende het verzamelen en het bewaren van de gegevens in de sector van de elektronische communicatie, No. 2016-05-29/03, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la=N&cn =2016052903&table_name=wet.

[78] Voor onderzoeken die niet aan terrorisme gerelateerd zijn, voorziet de wet in gegevensbewaring gedurende 6 tot 9 maanden.

[79] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Manuel Lambert, 9 augustus 2016.

[80] Arrest van het Hof (Grote Kamer) van 8 april 2014 in de samengevoegde zaken C-293/12 en C-594/12, Europees Hof van Justitie, http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf? text=&docid=150642&pageIndex=0&doclang= NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=167431.

[81] Arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, 11 juni 2015, http://www.const-court.be/public/n/2015/2015-084n.pdf.

[82] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[83] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Lambert, 9 augustus 2016.

[84] Wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen ter bestrijding van terrorisme (III), http://www.etaamb.be/nl/wet-van-03-augustus-2016_n2016009405.html, art. 6.

[85] Wet betreffende de voorlopige hechtenis van 20 juli 1990, http://www.ejustice.just.fgov.be/ cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la=N&cn=1990072035&table_name=wet, Artikel 16, § 1, punt 4, zoals geamendeerd door de Wet van 3 augustus 2016, art. 6.

[86] IVBPR, art. 9. Het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) laat in Artikel 5 toe op rechtmatige wijze een persoon te detineren wanneer er een redelijke verdenking bestaat dat hij een strafbaar feit heeft begaan, of indien het redelijkerwijs noodzakelijk is hem te beletten een strafbaar feit te begaan of te ontvluchten nadat hij dit heeft begaan: Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend in 1950, in voege getreden in 1953, http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf.

[87] Zie, bijvoorbeeld, Clooth v. Belgium, Arrest van 12 december 1991, punt 44; Smirnova v. Rusland, arrest van 24 juli, 2003 punt 63.

[88] Belgisch Strafwetboek, Art. 140bis, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn =1867060801&table_name=wet, zoals gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen ter bestrijding van terrorisme (III), art. 2.

[89] EVRM, art. 10. Artikel 15 voorziet in eventuele afwijkingen in noodsituaties. Ook het IVBPR handhaaft in artikel 19 en 4 de vrijheid van meningsuiting en laat proportionele afwijkingen toe met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, of in noodsituaties.

[90] EHRM, Hogefeld v. Duitsland, arrest van 20 januari 2000, Besluit houdende de toelaatbaarheid van Appl. Nr. 35402/97, http://echr.ketse.com/doc/35402.97-en-20000120/.

[91] Raad van Europa, Verklarend Rapport bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Preventie van Terrorisme (Explanatory Report to the Council of Europe Convention on the Prevention of Terrorism), Warschau, 16 mei 2005, Treaty Series No. 196, https://rm.coe.int/CoERMPublicCommonSearchServices/ DisplayDCTMContent?documentId=09000016 800d3811, punten 88, 99-100.\

[92] ‘De meerderheid legt teksten op tafel met betrekking tot de uitbreiding van de garde à vue’ (La majorité dépose ses textes sur l'allongement du délai de garde à vue”), La Libre, 20 september 2016, http://www.lalibre.be/actu/politique-belge/la-majorite-depose-ses-textes-sur-l-allongement-du-delai-de-garde-a-vue-57e16485cd70410bc88ea1e5. Het parlement zou de Grondwet (art. 12, para 3) moeten wijzigen om de termijnen van de voorlopige hechtenis te wijzigen, wat een parlementaire tweederdemeerderheid vereist.

[93] Artikel 9(3) van het IVBPR stelt dat eenieder die op beschuldiging van het begaan van een strafbaar feit wordt gearresteerd of gevangengehouden ‘onverwijld’ voor de rechter ‘dient te worden geleid’, of voor een andere autoriteit die door de wet bevoegd is verklaard om rechterlijke macht uit te oefenen. Het VN-Mensenrechtencomité heeft verklaard dat elke periode langer dan 48 uur ‘een absolute uitzondering moet blijven en gerechtvaardigd moet zijn onder de specifieke omstandigheden’: Human Rights Committee, General Comment No. 35, 16 december 2014, http://tbinternet.ohchr.org/ _layouts/treatybodyexternal/TBSearch.aspx?Lang=en&TreatyID=8&DocTypeID=11, art. 9 para. 33.

[94] Wet van 13 augustus 2011 (‘Salduz-wet’) tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de Voorlopige Hechtenis. België heeft de Salduz-wet ingevoerd om te voldoen aan het Salduz-arrest van het EHRM van 2008 dat stelde dat beschuldigden recht hebben op juridische bijstand in de aanvangsfase van politieverhoren, als onderdeel van het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd onder Artikel 6 van het EVRM, 3 september 1953, 213 U.N.T.S. 222, zoals geamendeerd, http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf.

[95] Wetboek van Strafvordering, art. 47bis, §2, punt 4; en Wet betreffende de Voorlopige Hechtenis, art. 16, §2, punt 2, zoals geamendeerd door de Salduz-wet.

[96] Artikel 1 en 2 van de Wet betreffende de Voorlopige Hechtenis verbieden een vrijheidsbeneming van langer dan 24 uur, tenzij een rechter een aanhoudingsbevel uitvaardigt. Artikel 15bis laat een rechter toe die termijn in bijzondere omstandigheden met nog eens 24 uur te verlengen.

[97] Interview van Human Rights Watch met Lambert, 2 juni 2016.

[98] Belgische Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, Evaluatie Salduz-wet, 15 februari 2013, http://www.dsb-spc.be/doc/pdf/Salduz_eindrapport_NL.pdf, pp. 43 en 165.

[99] Strijd tegen terrorisme – maatregelen, Plenaire zitting Kamer – 19 november 2015, http://www.premier.be/sites/ default/ files/articles/lijst%20van%20maatregelen%20-%20veiligheid%20Pleniaire%20zitting%2019%2011%202015.pdf, voorstellen 7 en 8.

[100] Interviews van Human Rights Watch met zes mensenrechtenverdedigers, Brussel, mei-juni 2016.

[101] Ontmoeting van Human Rights Watch met een vertegenwoordiger van Unia, Brussel, 2 juni 2016, en e-mailcorrespondentie, 5 juli 2016.

[102] Telefonisch interview van Human Rights Watch met ‘Sayyed’, juni 2016. Onder andere de werkplek is weggelaten.

[103] Het orgaan heet voluit Beroepsorgaan inzake Veiligheidsmachtigingen, Veiligheidsattesten en Veiligheidsadviezen

[104] Interview van Human Rights Watch met Hajib El Hajjaji, Brussel, 23 mei 2016.

[105] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Eric Van der Sypt, woordvoerder van het federaal parket, 18 oktober 2016. Van der Sypt zei dat de overheid het exacte aantal huiszoekingen niet echt bijhoudt, maar dat de politie er ‘meerdere honderden’ had uitgevoerd.

[106] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016.

[107] E-mail correspondentie van Human Rights Watch met Anne Laure Mouligneaux, 23 juni 2016.

[108] ‘Jambon: ‘Ik ga Molenbeek opkuisen’’, Het Nieuwsblad, 14 november 2015, http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20151114 _01970876.

[109] Geconsolideerd Antwoord van de Regering, 10 oktober 2016, en e-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Anne Laure Mouligneaux, 23 juni 2016.

[110] Universal Periodic Review, Addendum 1, A/HRC/32/8/Add.1, para 17. De Principes van Parijs van de VN bepalen dat nationale mensenrechteninstellingen verantwoordelijk horen te zijn voor de monitoring van alle schendingen van mensenrechten die ze beslissen op te volgen, voor het verlenen van advies aan overheidsinstellingen, voor het overleg met regionale en internationale organisaties en voor de bewustmaking en de voorlichting van de publieke opinie, en dat ze in sommige gevallen ook quasi-juridische bevoegdheid horen te hebben. Zie Hoog Commissariaat van de VN, ‘Principes met betrekking tot de Status van Nationale Instellingen (De Principes van Parijs)’ (Principles relating to the Status of National Institutions (The Paris Principles)), Resolutie 48/134, 20 december 20 1993, http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/ Pages/StatusOfNationalInstitutions.aspx.

[111] Basisprincipes van de Verenigde Naties met betrekking tot het gebruik van geweld en vuurwapens door de politiediensten, aangenomen door het Achtste Congres van de Verenigde Naties over Misdaadpreventie en de Behandeling van Overtreders, Havana, Cuba, 1990, http://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/UseOfForceAndFirearms.aspx.

[112] EVRM, art.3; IVBPR, art. 7.

[113] ‘Terrorisme - Video Zaventem - Suspect à identifier / Verdachte te identificeren’, videoclip van de Belgische Federale Politie, 25 maart 2016, https://www.youtube.com/watch?v=u8nXQwG1wK8.

[114] Interviews van Human Rights Watch met Fayçal Cheffou, Brussel, 24-25 mei 2016, en 14 september 2016.

[115] ‘Mohamed Abrini bekent dat hij de ‘man met het hoedje’ op Brussels Airport is’ (Mohamed Abrini admits to being ‘man in the hat’ at Brussels airport), Guardian, 9 april 2016, https://www.theguardian.com/world/2016/apr/09/paris-attacks-suspect-mohamed-abrini-charged-with-terrorist-murders. Twee maanden later arresteerde de politie ook de broer van Abrini op basis van aan terrorisme gerelateerde telastleggingen; Paul Dallison, ‘Broer van de van terreur verdachte ‘man met het hoedje’ opgepakt: een verslag’ (Brother of ‘man in the hat’ terror suspect arrested: report), Politico, http://www.politico.eu/article/brother-of-man-in-the-hat-terror-suspect-arrested-report-ibrahim-abrini/.

[116] Interview van Human Rights Watch met Cheffou, 14 september 2016.

[117] Interviews van Human Rights Watch met Cheffou, Brussel, 24-25 maart 2016, en 14 september 2016. In 2014 heeft Cheffou op de sociale media een video van zichzelf gepost waarin hij kritiek uit op de overheid die in een vluchtelingenkamp in een park in Brussel maaltijden liet bezorgen aan moslimvluchtelingen, en dat drie uur voor het einde van het dagelijkse vasten tijdens de islamitische heilige ramadanmaand. De vluchtelingen hebben toen relletjes getrapt uit protest tegen het tijdstip van de voedselbezorging. De Belgische en internationale media berichtten dat Yvan Mayeur, de Brusselse burgemeester, Cheffou de toegang tot het park heeft ontzegd en de overheid heeft gewaarschuwd dat Cheffou ‘mensen voor radicale bewegingen probeerde te ronselen’. Zie, bijvoorbeeld, ‘Aanslagen in Brussel: de journalist die een terreurverdachte werd’ (Brussels Attacks: the Journalist Turned Terror Suspect), Politico, 28 maart 2016, http://www.politico.eu/article/brussels-attacks-the-journalist-turned-terror-suspect/.

[118] Interview van Human Rights Watch met Cheffou, 24-25 mei 2016.

[119] Wet betreffende de voorlopige hechtenis, arts. 2bis and 16.

[120] EVRM, art.3; IVBPR, art. 7.

[121] ‘Advocaat van Fayçal Cheffou: ‘Hij had een telefonisch alibi, hij zat thuis’’ (L'avocat de Fayçal Cheffou: ‘Il a donné un alibi de téléphonie, il était chez lui’), RTBF, 29 maart 2016, http://www.rtbf.be/info/dossier/explosions-a-brussels-airport/detail_l-avocat-de-faycal-cheffou-il-a-donne-un-alibi-de-telephonie-il-etait-chez-lui?id=9254719.

[122] Interview van Human Rights Watch met Cheffou, 24-25 mei 2016. Zie ook Julian Barnes, Valentina Pop en Devlin Barrett, ‘Verdachte van aanslag in Brussel vrijgelaten nu het onderzoek zich toespitst op handschoenen’ (Man charged in Brussels attack freed, as investigation now focuses on gloves), Wall Street Journal, 28 maart 2016, http://www.marketwatch.com/ story/man-charged-in-brussels-attack-freed-as-investigation-now-focuses-on-gloves-2016-03-28.

[123] Zie, bijvoorbeeld, Marc Metdepenningen, ‘Fayçal Cheffou geïdentificeerd als derde lid van het commando van Zaventem’ (Fayçal Cheffou identifié comme le 3e homme du commando de Zaventem), Le Soir, 26 maart 2016, http://www.lesoir.be/ 1163359/article/actualite/belgique/2016-03-26/faycal-cheffou-identifie-comme-3e-homme-du-commando-zaventem.

[124] E-mail correspondentie tussen Human Rights Watch en de woordvoeder van het Ministerie van Justitie, 1 september 2016. Zie ook ‘Hoe Fayçal Cheffou zowel een vrij man als een terreurverdachte is’ (How Fayçal Cheffou is free to go and a suspected terrorist), Politico, 30 maart 2016, http://www.politico.eu/article/brussels-terror-attacks-faycal-cheffou-both-free-to-go-and-a-suspected-terrorist/.

[125] Telefonisch interview van Human Rights Watch met ‘Rachid’, Brussel, 26 juli 2016.

[126] Medisch verslag van 20 juli 2016. Kopie in de archieven van Human Rights Watch.

[127] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Rachid, 30 juli 2016.

[128] Kopie van briefjes in de archieven van Human Rights Watch.

[129] Schriftelijke klacht van ‘Rachid’ bij de politie, 28 juli 2016. Kopie in de archieven van Human Rights Watch.

[130] Interview van Human Rights Watch met ‘Omar’, Brussel, 2016. Details weggelaten, net zoals de datum van de aanhouding van Omar en van het interview met Human Rights Watch.

[131] Ibid.

[132] Interview van Human Rights Watch met Alexis Deswaef, Brussel, 24 mei 2016.

[133] Kopieën van medische verslagen en klachten in de archieven van Human Rights Watch.

[134] Interview van Human Rights Watch met Sébastian Van Geel, Brussel, 25 mei 2016. In e-mailconversaties met Human Rights Watch op 13 september 2016 zei Van Geel dat zijn gezin nog altijd emotioneel lijdt onder het incident.

[135] Interview van Human Rights Watch met Van Geel, 25 mei 2016.

[136] Ibid.

[137] Interview van Human Rights Watch met Sabri, Brussel, 7 juni 2016.

[138] Interview van Human Rights Watch met Aicha Daoudi, Molenbeek, 29 mei 2016.

[139] Interviews van Human Rights Watch met 10 grassrootsactivisten in België en met jonge moslims in Brussel en Antwerpen, maart, mei en juni 2016.

[140] Interview van Human Rights Watch met ‘Samir’, Molenbeek, 7 juni 2016. Samir maakte geen deel uit van de groep jongeren.

[141] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Benoit Van Keirsbilck, directeur van Defence for Children International - België, 2 september 2016.

[142] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Zouzou Ben Chikha, 10 februari 2016, en interview, Gent, 15 september 2016.

[143] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Zouzou Ben Chikha, 15 september 2016.

[144] ‘Zouzou Ben Chikha, een Vlaamse acteur met Tunesische roots, stelt wangedrag tijdens politiecontrole aan de kaak’ (Zouzou Ben Chikha, un acteur flamand d'origine tunisienne, dénonce un contrôle abusif de la police) La Dernière Heure, 14 december 2015, http://www.dhnet.be/actu/belgique/zouzou-ben-chikha-un-acteur-flamand-d-origine-tunisienne-denonce-un-controle-abusif-de-la-police-566eab373570b38a5796c718.

[145] Interview van Human Rights Watch met ‘Youssef’, Antwerpen, 6 februari 2016.

[146] Wet op het politieambt, 5 augustus 1992, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la =N&cn=1992080552&table_name=wet, arts. 47-48. Iedereen kan via de lokale of federale politie een vergoeding eisen voor schade toegebracht door de politie als hij de fout, de schade en het oorzakelijke verband tussen de fout en de schade kan aantonen. In het geval van materiële schade aangebracht tijdens een inval, kan de eis tot schadevergoeding ook aan de onderzoeksrechter worden gericht. Zie Mathieu Beys, ‘Reageren in gevallen van abusievelijke indringing door politiebeambten’ (Réagir en cas d’intrusion abusive des policiers) in Welke rechten ten Overstaan van de Politie? (Quel Droits Face à la Police?) (Brussels: Jeunesse & Droit, Editions Couleurs Livres, 2014), http://www.quelsdroits facealapolice.be, pp. 264-268.

[147] Hof van Cassatie van België, Vonnis van 24 juni 2010, Nr. C.06.0415.N., http://jure.juridat.just.fgov.be/ view _decision.html?justel=F-20100624-1&idxc_id=244946&lang=FR. Het recht op het ongestoorde genot van eigendommen en bezittingen is vastgelegd in Artikel 16 van de Belgische grondwet evenals in Artikel 1, Protocol 1 van het EVRM, http://www.echr.coe.int/Documents/Convention_NLD.pdf. Het EHRM heeft verordend dat het billijke evenwicht tussen de algemene belangen van een samenleving en de bescherming van de fundamentele rechten van het individu wordt verstoord indien een individu een buitensporige last moet dragen ten gevolge van de ontzegging van eigendom. Het hof onderstreepte dat vergoedingstermijnen relevant zijn wat betreft de beoordeling of een maatregel het principe van het billijke evenwicht respecteert. Zie Eur. Ct. H.R., Yagtzilar en anderen v. Griekenland, vonnis van 6 december 2001, nr. 41727/98, https://cases.legal/en/act-echr1-64451.html, para. 40; Scordino v. Italië, 29 maart 2006, para 95; en Arsovski v. Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, 15 januari 2013, para. 56.

[148] In het geval van onrechtmatige huiszoekingen, een misdrijf krachtens Artikel 148 van het Belgische Strafwetboek, hebben slachtoffers het recht op bijstand, met inbegrip van psychologische en medische zorg, in overeenstemming met verschillende voorzieningen opgenomen in het Belgische Wetboek van Strafvordering. Deze rechten staan ook beschreven in de ‘Slachtofferrichtlijn’ van de Europese Unie: Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32012L0029. Vooralsnog heeft België deze richtlijn niet volledig omgezet in het strafprocesrecht, hoewel 16 november 2015 de deadline was. Zie ook Beys, ‘Een burgerlijke procedure om een vergoeding te krijgen’ (Une procédure civile pour obtenir une réparation) in Welke Rechten ten Overstaan van de Politie? (Quel Droits Face à la Police?), http://www.quelsdroitsfacealapolice.be, pp. 504-507.

[149] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Nicolin Christian, ambtenaar bij de Directie Geschillen en Juridische ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, 29 augustus 2016.

[150] Interviews van Human Rights Watch met mensenrechtenadvocaten en -verdedigers, België, februari, mei, juni en augustus 2016.

[151] Telefonische interviews en e-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met Mathieu Beys, jurist bij ObsPol, het Observatoire des violences policières, 28-31 augustus 2016.

[152] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Christian, 29 augustus 2016.

[153] Belgisch Wetboek van Strafvordering, http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl? language=nl&la =N&cn=1808111730&table_name=wet, arts. 28sexies en 61quarter.

[154] Dat recht is vastgelegd als onderdeel van het recht op een eerlijk proces onder Artikel 6 van het EVRM.

[155] Meer informatie over het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten op http://www.comitep.be/NL/index.asp.

[156] VN-Comité tegen Foltering (CAT), Slotbeschouwingen betreffende het derde periodieke verslag met betrekking tot België (Concluding observations on the third periodic report of Belgium) (CAT/C/BEL/3) 3 januari 2014, http://tbinternet.ohchr.org/ _layouts/treatybodyexternal/Download.aspx?symbolno=CAT%2fC%2fBEL%2fCO%2f3&Lang=e,%20para%2013, para 13.

[157] E-mailcorrespondentie van Human Rights Watch met de griffier van het Comité P, 24 juni 2016.

[158] Telefonisch interview van Human Rights Watch met Annemie Nijs, persoonlijke assistente van Kamervoorzitter Bracke, 29 augustus 2016. In afzonderlijke e-mailgesprekken met Human Rights Watch op 29 augustus 2016 schreven twee volksvertegenwoordigers van de oppositie dat ook zij niet over de informatie beschikten.

Corrections

De titel van Nicolin Christian, ambtenaar bij de Directie Geschillen en Juridische ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, is gecorrigeerd op pagina 65 van het rapport. Een eerdere versie van het rapport vermeldde hem onjuist als de directeur van de dienst procesvoering en juridische bijstand van de Belgische federale politie.

Region / Country

Topic