Den Haag – Nederland zou als eerste lidstaat van de Europese Unie concrete maatregelen moeten nemen om de Richtlijnen voor veilige scholen in beleid om te zetten. Dat meldde Human Rights Watch vandaag bij de opening van de #WatchOurSchools campagne in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag.

School in Nikishine, Oost-Oekraïne. Beschadigd tijdens gevechten tussen de Oekraïense regering en de rebellen in de periode augustus 2014 tot februari 2015. 

© 2015 Yulia Gorbunova/ Human Rights Watch

De richtlijnen beogen een eind te maken aan aanvallen op grote schaal op scholen tijdens gewapende conflicten, die nu nog vaak schering en inslag zijn. Nederland was in mei 2015 één van de eerste landen die zich aansloot bij de richtlijnen voor veilige scholen. Human Rights Watch wil dat de Nederlandse regering partners binnen de EU en NAVO en andere landen gaat aansporen om de richtlijnen ook te steunen en om te zetten in beleid.

“Van Afghanistan tot Oekraïne worden scholen aangevallen of door strijdende partijen ingezet als bases”, aldus Anna Timmerman, directeur Nederland van Human Rights Watch. “Nederland heeft de kans om het voortouw te nemen bij het oplossen van deze wereldwijde ramp door andere landen te laten zien dat ze ervoor moeten zorgen dat alle leerlingen, docenten en scholen de bescherming krijgen die ze verdienen.”

Nederland heeft de kans om het voortouw te nemen bij het oplossen van deze wereldwijde ramp door andere landen te laten zien dat ze ervoor moeten zorgen dat alle leerlingen, docenten en scholen de bescherming krijgen die ze verdienen.

Anna Timmerman

directeur Nederland

Bijna een jaar nadat Nederland de richtlijnen onderschreef, moet het ministerie van Defensie, laten zien op welke manier het de richtlijnen heeft uitgevoerd en opgenomen in militair beleid en praktijk, aldus Human Rights Watch.

Aanvallen op scholen en de bezetting ervan door militairen of rebellen kunnen verwoestende gevolgen hebben voor kinderen en hun omgeving. Wereldwijd gaan momenteel 121 miljoen kinderen niet naar de basis- of middelbare school; bijna 50 miljoen daarvan wonen in landen die worden geteisterd door gewapende conflicten. Sinds 2005 hebben zeker 30 landen te maken gehad met systematische aanvallen op leerlingen, docenten, scholen of universiteiten. Scholen en universiteiten in niet minder dan 26 landen zijn daarnaast ook gebruikt voor militaire doeleinden, zoals kazernes en militaire bases, en als opslagplaats voor wapens en munitie.

De Richtlijnen voor veilige scholen zijn een politieke afspraak die op 28 mei 2015 werd gepresenteerd tijdens een internationale conferentie in Oslo, Noorwegen. Landen die de verklaring ondertekenen, beloven maatregelen te nemen om het recht van kinderen op onderwijs tijdens gewapende conflicten beter te waarborgen.

Voorbeelden van maatregelen zijn het mogelijk maken van het verzamelen van betrouwbare gegevens over aanvallen op leerlingen, docenten en scholen, het bieden van internationale samenwerking en steun aan programma's gericht op het voorkomen van of omgaan met aanvallen op onderwijsinstellingen, het onderzoeken van vermeende schendingen van nationaal en internationaal recht en de verantwoordelijken op de juiste wijze vervolgen, en het opnemen van expliciete maatregelen in nationaal beleid en operationele kaders om scholen en universiteiten te beschermen tegen militair gebruik.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft zijn diepe bezorgdheid geuit over het feit dat militair gebruik van scholen doelwitten kan maken van deze scholen, en kinderen in gevaar kan brengen. In 2015 heeft de Veiligheidsraad alle landen opgeroepen “concrete maatregelen te nemen om een dergelijk gebruik van scholen door gewapende troepen tegen te gaan”.

In maart 2015 meldde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders dat “Nederland, in overleg met andere landen, waaronder NAVO-bondgenoten, bereid is om zich in te zetten voor de praktische uitvoering" van maatregelen om scholen en universiteiten te beschermen tegen militair gebruik. Het ministerie van Defensie heeft echter nog geen stappen aangekondigd om dergelijke maatregelen uit te voeren of ze op te nemen in haar doctrine, opleiding of dagelijkse praktijken. Het Nederlandse leger is momenteel samen met andere internationale troepen actief in Afghanistan, Mali en Somalië.

De #WatchOurSchools campagne loopt tot eind mei, wanneer het precies een jaar geleden is dat Nederland de richtlijnen ondertekende.

De campagne vertelt onder meer de verhalen van drie personen die militaire aanvallen op scholen hebben meegemaakt, en geeft daarmee een menselijk gezicht aan het probleem van onveilig onderwijs. Via sociale media en een campagnewebsite probeert Human Rights Watch het Nederlandse publiek te bereiken en laat het zien hoe belangrijk veilige scholen zijn in een gewapend conflict, om het universele recht op onderwijs te waarborgen.

De campagne en HRW’s onderzoek naar dit onderwerp is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. Die steunt Human Rights Watch bij de uitvoering van onderzoek naar aanvallen op leerlingen, docenten en scholen en het militaire gebruik van scholen in diverse gewapende conflicten in de wereld.

Human Rights Watch heeft gevallen van militair gebruik van scholen en aanvallen op leerlingen, docenten en scholen gedocumenteerd in de Democratische Republiek Congo, Nigeria, Palestina, de Filippijnen, Somalië, Zuid-Soedan, Syrië, Thailand, Oekraïne en Jemen.

Overal ter wereld zijn leerlingen, docenten en scholen aangevallen om politieke, militaire, ideologische, sektarische, etnische of religieuze redenen.

Zowel regeringslegers als andere gewapende groepen hebben scholen gebruikt als bases, kazernes, opleidingsterrein, wapenopslag en zelfs als detentie- of martelcentra. Het gebruik van scholen voor militaire doeleinden kan van een school een legitiem militair doelwit maken, wat betekent dat leerlingen meer risico lopen om aangevallen te worden. Bovendien kan het leerlingen en leraren blootstellen aan gedwongen arbeid, seksuele intimidatie, ontvoering en rekrutering voor militaire dienst. Bovendien kan het ervoor zorgen dat het lastig of onmogelijk wordt voor kinderen om naar school te gaan. Wanneer soldaten scholen ontruimen, kan niet-geëxplodeerde munitie achterblijven en wordt meubilair vaak geplunderd of verbrand, wat een veilige terugkeer naar school belemmert.

“Het recht van kinderen op onderwijs betekent in de praktijk weinig als scholen worden bezet of door soldaten als doelwit worden beschouwd”, zegt Timmerman. “Nederland heeft een lange geschiedenis als hoeder van internationale normen op het gebied van de bescherming van burgers, en dient nu opnieuw leiderschap te tonen om ervoor te zorgen dat het recht op onderwijs niet sneuvelt in gewapende conflicten.”